Kies een thema

In stap 1 is de beginsituatie bepaald en is duidelijk welk(e) gezondheidsthema of thema’s bij welke leeftijdsgroep (0-4 jaar en 4-12 jaar) aandacht nodig hebben. In stap 3 kiest u een thema. Door u te focussen op één thema zult u sneller resultaat zien, dan wanneer zich op meerdere thema’s tegelijk richt. Zodra het thema structureel onderdeel is geworden van de dagelijkse praktijk, gaat u verder met een nieuw thema zodat u blijft werken aan Gezonde Kinderopvang.

  • Kies voor een thema waar uw locatie al aan werkt. Door een paar stappen extra te zetten, zet u het thema steviger neer.
  • Kies voor een thema dat opvalt vanuit de gezondheidsgegevens van de kinderen (zie stap 1). Op welk thema kan uw kinderopvang een belangrijke bijdrage leveren aan een gezondere leefstijl van kinderen? 
  • Kies voor een thema dat het meest leeft onder medewerkers, kinderen, management en/of ouders. Wat vinden zij belangrijk en voor welk onderwerp is het meeste draagvlak?
  • Kies voor een thema dat aansluit bij actualiteiten of ontwikkelingen. Krijgt uw kinderopvang een nieuwe locatie? Grijp dan de kans aan om te zorgen voor voldoende, veilige maar uitdagende speelruimte en –materialen, zowel binnen als buiten. Waren er onlangs situaties rondom hygiëne? Gebruik dat als aanleiding om het thema hygiëne te kiezen.
  • Organiseer een prioriteitenworkshop om keuze te maken voor een van de thema’s. In de handleiding prioriteitenworkshop  leest u hoe u deze workshop kunt organiseren. 
  • Bekijk of de gemeente thema’s of speerpunten heeft opgenomen in het gezondheidsbeleid (zie stap 1). 

Bepaal doelen

Wat wilt u bereiken op het gekozen thema? Gebruik uw organisatieprofiel uit stap 1 om de doelen te bepalen. Formuleer SMART-doelen.

SMART staat voor Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden. Als u een doelstelling SMART formuleert maakt u de kans groter dat er in de praktijk iets van terecht komt. 

  • Specifiek: is de doelstelling duidelijk en concreet? In plaats van ‘kinderen bewegen vaker’, kiest u voor ‘vanaf komend jaar spelen kinderen elke dag minimaal een uur buiten’. 
  • Meetbaar: is te meten of de doelstelling is bereikt? U moet kunnen nagaan wanneer het doel bereikt is. ‘Vaker’ is lastig te meten, maar ‘elke dag een uur’ is wel meetbaar. 
  • Acceptabel: is de doelstelling voor iedereen te accepteren? Er is draagvlak nodig voor het na te streven doel. Kies alleen doelstellingen waar de betrokkenen aan mee willen werken. 
  • Realistisch: is het doel realistisch? Het doel moet uitdagend, maar wel haalbaar zijn. Een onbereikbaar doel motiveert mensen niet. Is er voldoende kennis, capaciteit en middelen aanwezig zijn om het  doel te behalen? 
  • Tijdgebonden: is duidelijk wanneer het doel bereikt moet zijn? Geef aan op welk moment het doel moet zijn behaald. 

Voorbeelden van SMART-doelen

  • Vanaf komend jaar verzorgen wij per dag voor alle kinderen twee actieve beweegmomenten van 30 minuten.  
  • Vanaf januari 2020 werken alle locaties volgens het vernieuwde voedingsbeleid dat volledig is gebaseerd op de richtlijnen van het Voedingscentrum. 
  • In januari volgen alle pedagogisch medewerkers een training over bewust en actief mediagebruik.
  • In maart weten alle pedagogisch medewerkers wat er in ons hitteplan staat over wat te doen bij zonnige dagen en een hittegolf. 

Informeer het management, medewerkers en ouders over de gestelde doelen. Licht ook toe waarom voor een thema is gekozen. Dit draagt bij aan draagvlak.