U bent hier

Werken aan een groene bso

Waarom aandacht voor groen

De groene kinderopvang zit in de lift. En terecht. Contact met natuur is van grote waarde voor een gezonde ontwikkeling van kinderen. Contact met natuur draagt ook bij aan verantwoordelijkheidsbesef voor natuur en milieu. Dit is belangrijk gezien de kwetsbaarheid van de natuurlijke systemen op aarde en de toenemende bedreigingen ervan.

De argumenten op een rij:

  • Tweederde van de Nederlandse kinderen groeit op in een stedelijke omgeving.
  • Kinderen die opgroeien in een stedelijke omgeving hebben meer kans op psychische problemen, zoals paniekaanvallen en depressie. 
  • Kinderen die opgroeien in een groene omgeving hebben minder kans op obesitas, diabetes II en astma.
  • 65 procent de Nederlandse jongeren maakt zich zorgen over het verdwijnen van de natuur.
  • Contact met natuur geeft kinderen de kans er een band mee op te bouwen.
  • Ouders kiezen vaker voor een gespecialiseerde bso, waaronder de bso’s die zich profileren met natuur of als groene bso.

De bso heeft een pedagogische en maatschappelijke opdracht. Zorg voor veilig en gezond opgroeien van kinderen en ondernemen met oog voor duurzaamheid komen er bij elkaar. Aandacht voor groen is dan ook werken aan een hoge kwaliteit kinderopvang. 

Voorbeeld bso De Wolvenbende van SKAR Arnhem

Uitvalsbasis voor bso De Wolvenbende is een scoutinggebouw in het bos aan de rand van Arnhem. Kinderen brengen daar het grootste deel van de tijd in de natuur door. De pedagogisch medewerkers zijn getraind en gecoacht. Zij maken daardoor optimaal gebruik van de mogelijkheden van de locatie en kunnen de kinderen op een veilige en verantwoorde manier begeleiden.

‘Kinderen van onze bso zoeken vaak naar beestjes: kikkers, salamanders, insecten. Wij hebben geleerd welke materialen hen uitdagen en zorgen dat ze die tot hun beschikking hebben: schepnetten, verzamelbakken, emmers et cetera’. 
Mark Baas | pedagogisch medewerker 

Tips: een goede tuin en aanvaardbare risico's

Een goede tuin

Een goede tuin bestaat uit plekken die kinderen uitdagen tot activiteiten. Een heuvel, een speelvijver met water en zand, een natuurvijver, een bloemenborder, klimbomen, verstopbosjes, bessenstruiken/fruitbomen, een moestuintje. Bij een goed ontwerp zijn al die plekken duidelijk herkenbaar en van elkaar gescheiden, maar tegelijkertijd in een integraal plan op elkaar afgestemd. Routes en voldoende variatie vormen de basis van een goed tuinplan.
 

Aanvaardbare risico’s

Kinderen spelen in hun spel met risico’s. Ze verkennen daarmee hun eigen grenzen en de eigenschappen van de wereld waarin ze leven. Dit spelen met risico’s is noodzakelijk voor een evenwichtige ontwikkeling. De volwassenen zijn er om de grenzen aan te geven en te bewaken. Leer kinderen in de bso omgaan met risico’s, maar bepaal met elkaar welke aanvaardbaar zijn en welke niet. Kees Both, groene pedagoog, pleit voor natuurbeleving bij kinderen: in bomen klimmen, hutten bouwen, met water en zand spelen. Een boek over de dilemma’s bij het spelen is Wat mag, wat kan?, geschreven door Marianne de Valck (2010).

Richtlijnen groene bso

Het Pedagogisch kader kindercentra 4-13 jaar beschrijft een aantal thematische bso’s, waaronder de natuur-bso. Daarbij staan suggesties voor pedagogische middelen.

Aan de slag met groen (beleid, ontwikkelen, omgeving, signaleren)

Effectief werken aan een groene bso betekent dat u aandacht besteed aan verschillende pijlers. Verankering in het beleid is essentieel voor het draagvlak, niet alleen onder medewerkers maar ook onder ouders. Betrokkenheid van medewerkers vergt ook investeren in hun ontwikkeling. Zij moeten er immers in de praktijk handen en voeten aan geven. De kwaliteit van het groen in de omgeving bepaalt de invulling van natuurbeleving. Bij het ontwerp en de inrichting van de speelomgeving kunnen duurzaamheidsthema’s een belangrijke rol spelen. Een groene omgeving brengt ook specifieke risico’s met zich mee, het is van belang deze goed in kaart te brengen.
 

Beleid

Veranker het werken aan een groene bso vanuit uw visie en missie in het organisatiebeleid: 

  • Pedagogisch beleid: wat betekent het voor de ontwikkeling en het begeleiden van kinderen?
  • Personeelsbeleid: wat betekent het voor de motivatie, kennis en vaardigheden van het personeel?
  • Communicatiebeleid: hoe weten we van elkaar wat we willen en doen?
  • Huisvestingsbeleid: welke maatregelen zijn nodig voor een duurzaam gebouw, een natuurlijke speelplaats en een moestuin?
  • Investeringsbeleid: wat betekent dat voor ons budget of voor acties naar vrijwilligers?
  • Duurzaamheidsbeleid: hoe verduurzamen we onze organisatie?

Aandachtspunten bij het ontwikkelen van natuurbeleid: 

  • Formuleer met iedereen uit de organisatie een breed gedragen visie op natuurbeleving.
  • Werk aan een natuurminnende houding bij pedagogisch medewerkers.
  • ​Zorg ervoor dat het thema regelmatig op de agenda komt.
  • Betrek ouders bij het thema natuur. Spelen in het groen en vies worden horen erbij.

Aandachtspunten bij het ontwikkelen van duurzaamheidsbeleid:

  • Maak een duurzaamheidsscan van de organisatie en bepaal verbeterpunten.
  • Energiebesparing, zuinig omgaan met water, afvalbeperking.
  • Beperken van vervoersstromen, meer vervoer per fiets.
  • Aandacht voor gezonde en duurzame voeding.
  • Hergebruik van materiaal. 

Ontwikkelen

  • De natuur draagt bij aan een gezonde ontwikkeling van kinderen. Naast dat de motorische ontwikkeling gestimuleerd wordt, hebben natuuractiviteiten ook een positief effect op de zintuiglijke, cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling. De natuur daagt uit en is tegelijkertijd rustgevend. Op bijvoorbeeld overprikkelde kinderen heeft de natuur een positief effect. Door aandacht voor de natuur raken kinderen er meer bij betrokken.
  • Een groene buitenruimte zelf biedt al veel aanknopingspunten voor natuuractiviteiten. Daarnaast kunt u beschikbare natuurbelevingsprogramma’s met activiteiten voor jonge kinderen gebruiken. Kijk bijvoorbeeld op Groengelinkt.nl. Lokale organisaties en verenigingen zijn vaak bereid om een activiteit te verzorgen. Bij een NME-centrum kunt u materialen lenen.
  • Het landelijk expertisecentrum voor groene kinderopvang IVN ondersteunt de kinderopvang met trainingen en workshops voor medewerkers en managers. Daarnaast organiseert IVN jaarlijks een landelijke conferentie Kind & Natuur. Deelnemers kunnen zich een dag lang inspireren om nog meer te halen uit groene kinderopvang.
  • IVN organiseert ook regionale excursies langs inspirerende voorbeelden van groene en duurzame kinderopvang. 
  • Als u mee doet met landelijke IVN-campagnes zoals ModderDag en Warme Truiendag benadrukt u het belang van de natuur.  

Omgeving

  • Een natuurlijke speelplek en een duurzaam gebouw vormen de ideale setting. Maak gebruik van kennis van ouders en medewerkers om stappen in de goede richting te zetten.
  • In de buurt van de bso is vaak meer natuur te vinden dan u denkt: een parkje, een dierenweide, een buurtmoestuin et cetera. Het vraagt wat van de organisatie om op pad te gaan, maar het betaalt zich terug in natuurervaringen bij de kinderen.
  • Ga na welke organisaties in de buurt een rol kunnen en willen vervullen bij natuureducatie: de lokale bijenvereniging, de visclub, het groenbeheer, de lokale afdeling van IVN en Groei en Bloei, de (kinder)boerderij.
  • Steeds meer basisscholen hebben een moestuin waarin de kinderen onder schooltijd werken. Bedenk en spreek af hoe de bso in de vakantietijd de moestuin onder haar hoede kan nemen.

Signaleren

  • De groene buitenruimte is heel geschikt om het (spel)gedrag van kinderen te observeren.
  • Werk met het principe ‘aanvaardbaar risico’. Dit geeft kinderen de kans grenzen te verkennen en te leren omgaan met risico’s binnen de veiligheidsmarges die de bso bepaalt.
  • Beschrijf de risico’s van het spelen in de natuur, zoals bij: klimmen in bomen, spelen met water (en vuur), werken met gereedschap en ‘lastige’ planten. Beschrijf ook hoe u met de risico’s omgaat. Bijvoorbeeld: ‘We leren de kinderen lastige planten als brandnetels te onderscheiden van eetbare wilde planten zoals madeliefjes’.
  • Werk met diploma’s voor kinderen die bepaalde technieken en vaardigheden beheersen (zoals gebruik van een zakmes of zaag en verantwoord vuur maken) en observeer en noteer het gedrag. Evalueer dit regelmatig met collega’s en kinderen.

Meer informatie

Kijk voor mogelijkheden voor ondersteuning, advies, training en workshops en voor de jaarlijkse conferentie Kind & Natuur op Ivn.nl/kinderopvang.

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer