Waarom aandacht voor fysieke veiligheid?

Icoon fysieke veiligheid

Een veilige omgeving draagt bij aan de gezonde ontwikkeling van het kind. Jaarlijks krijgen 1.500 kinderen van 0-4 jaar in de dagopvang een ongeval waarvoor een behandeling op de Spoed Eisende Hulp (SEHSpoedeisende hulp) noodzakelijk is. Vaak is een val van een bank, stoel of speeltoestel de oorzaak van het ongeval. Ook struikelen kinderen vaak of zitten ze met hun vingers tussen de deur of botsen ze tegen een deurpost, tafel of ander kind. 

  • Zorg voor goed toezicht binnen uw groepen, laat kinderen niet alleen.
  • Leer medewerkers hoe ze een mix kunnen aanbieden van een veilige omgeving aan de ene kant en uitdagende leermomenten aan de andere kant.  
  • Registreer alle ongevallen, bijna-ongevallen en gevaarlijke situaties.
  • Bespreek regelmatig met medewerkers de actuele werkwijzen en of jullie nog steeds veilige opvang bieden.
  • Maak de omgeving veilig: breng fysieke aanpassingen aan waar u risico’s met ernstige gevolgen voorziet. Plaats bijvoorbeeld afdekstrips bij deurposten, monteer traphekjes en beveilig ramen en stopcontacten. Zorg voor veilig speelgoed, stevige kinderstoelen en veilige bedjes.
  • Leer kinderen om te gaan met kleine risico’s. Bespreek bijvoorbeeld gedragregels of afspraken en situaties waarin risicovolle situaties kunnen ontstaan die aanvaardbaar zijn bij hun leeftijd. Maak daarbij de inschatting of ieder kind hier aan toe is of niet. 
  • Maak medewerkers bewust van hun eigen gedrag in situaties met kleine en grotere risico's. Blijf bijvoorbeeld in de buurt bij mogelijk val- of botsgevaar. Maak natte plekken op de vloer direct droog en houd hete koffie of thee buiten het bereik van de kinderen.

De nieuwe wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang eist vanaf 1 januari 2018 dat ondernemers in de kinderopvang:

  • Een actueel veiligheids- en gezondheidsbeleid hebben, waar u pedagogisch medewerkers in een continuproces bij betrekt.
  • In het veiligheids- en gezondheidsbeleid beschrijven hoe u kinderen beschermt tegen grote risico’s en hoe u kinderen leert om te gaan met kleine risico’s.
  • In hun beleid aandacht besteden aan:
    - Hoe u het risico op grensoverschrijdend gedrag door zowel aanwezige volwassenen als kinderen zo veel mogelijk beperkt.
    - Hoe u het vierogenprincipe in de dagopvang toepast, om het risico op grensoverschrijdend gedrag te beperken. 
    - Wat uw plan van aanpak is om risico’s in te perken en hoe medewerkers moeten handelen zodra zich een ongezonde en/of onveilige situatie voordoet. 
    - Hoe de achterwachtregeling is (indien van toepassing). 
    - Hoe u het beleid inzichtelijk maakt voor ouders, pedagogisch medewerkers (in opleiding), stagiairs en vrijwilligers.

Hoe het toezicht er vanuit de nieuwe wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang uit ziet is nog in ontwikkeling. De GGDGemeentelijke gezondheidsdienst -toezichthouder voert steekproefsgewijze controles uit en toetst de veiligheid op basis van:

  • Het veiligheids- en gezondheidsbeleid. 
  • Hoe dit beleid in de praktijk werkt. 
  • Het actieplan van de locatie.

De toezichthouder wil zien:

  • Wat de locatie aan veiligheid doet of heeft gedaan. 
  • Hoe medewerkers het veiligheidsbeleid toepassen in de praktijk en hoe zij betrokken zijn bij de evaluatie ervan. 
  • Welke risico’s op de locatie spelen en op welke risico’s er wel of juist geen actie is ondernomen (en waarom niet).

Elke kinderopvangorganisatie bepaalt zelf hoe ze de toezichthouder informeert over bovenstaande punten. U brengt in ieder geval uw gegevens in kaart door een inzichtelijk beleid te voeren. 

Elke dag opnieuw kunnen zich risico’s voordoen. Een veilige omgeving betekent anticiperen op die risico’s. Zo’n omgeving creëert u door veiligheid op te nemen in uw beleid en dit regelmatig te bespreken met uw medewerkers. Bespreek hoe jullie werken en of de werkwijzen passen bij de actuele situatie. Stel daarbij de vragen of er een goede balans is tussen ontwikkeling stimuleren en veiligheid, of u de omgeving op veiligheid zou moeten aanpassen, of medewerkers risico’s signaleren waar jullie samen maatregelen op moeten nemen, of er werkinstructies moeten worden aangepast etc.

Pijler: beleid

  • Stel beleidsregels op over hoe jullie samen omgaan met de risico’s rond veiligheid en gezondheid en leg die vast in een duidelijk en inzichtelijk veiligheids- en gezondsheidsbeleid. 
  • Communiceer naar de ouders welke afspraken in het beleid zijn vastgesteld en welke rol de ouders hebben in het naleven ervan.
  • Bespreek de afspraken met de kinderen als ze van toepassing zijn, bijvoorbeeld als ze buitenspelen, knutselen of gaan slapen. 
  • Zijn er meerdere locaties? Stel de afspraken dan per locatie vast en bespreek ze met alle medewerkers. Zorg dat zij de afspraken kennen en weten waarom ze gemaakt zijn. Voor multifunctionele gebouwen is het verstandig het veiligheids- en gezondheidsbeleid van alle functies op elkaar af te stemmen.
  • Bespreek door het jaar heen regelmatig met de medewerkers de mogelijke risico’s rond veiligheid en gezondheid op de locatie. Bijvoorbeeld door elke teamvergadering een thema (denk aan slapen, verschonen, buiten spelen, etc.) te bespreken: hoe werken jullie om een zo veilig en gezond mogelijke opvang te bieden? Zijn de protocollen toepasbaar in de praktijk of moeten jullie ze aanpassen? Geef feedback op elkaars werkhouding en bespreek of er (extra) maatregelen nodig zijn om de situatie veiliger te maken. Door regelmatig veiligheidsthema’s terug te laten komen tijdens het teamoverleg, blijft het beleid actueel, elk gebouw of elke omgeving, nieuw of oud, verandert immers voortdurend. Medewerkers voelen zich ook meer betrokken als u er met hen over spreekt en hun mening vraagt. 
  • Stel voor de geconstateerde risico’s een actieplan op om ze aan te pakken. Monitor op vaste tijden én bij calamiteiten hoe het gaat met de voortgang van het actieplan.
  • Toets uw veiligheids- en gezondheidsbeleid jaarlijks aan nieuwe ontwikkelingen. Bijvoorbeeld wijzigingen in wet- en regelgeving over kinderbedjes, speeltoestellen of speelgoed. 

Pijler: ontwikkelen

Aan de ene kant hebben kinderen, zeker de allerkleinsten, een veilige omgeving nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen. Aan de andere kant leren kinderen van jongs af door ervaringen op te doen en de grenzen op te zoeken. Die twee staan vaak op gespannen voet met elkaar. Het kind beschermen tegen gevaren, maar het ook laten kennismaken met risico’s kunt u vanuit verschillende invalshoeken aanpakken:

  • Geef het kind de ruimte om te leren door ervaringen op te doen waar een verantwoord risico aan zit.  
  • Geef zelf het goede voorbeeld.
  • Houd toezicht en neem waar nodig maatregelen om ongelukken te voorkomen.
  • Voed het kind op met grenzen en regels, maar niet meer dan drie tegelijk. Geef duidelijke en concrete aanwijzingen (met voorbeelden) over wat ze wel en niet mogen. Vertel op rustige toon waarom iets gevaarlijk is. Spreek het kind aan op zijn eigen niveau.

Het is lastig om een grens te trekken tussen bescherming en zelf laten ontdekken, veel ouders en pedagogisch medewerkers worstelen ermee. Ervaringen uit de eigen jeugd en andere persoonlijke ervaringen spelen vaak (onbewust) een rol. Kijk daarom naar de collectieve grenzen van uw organisatie, maar leg uw persoonlijke grenzen ernaast. Bespreek bij twijfel de risico’s van pedagogisch gedrag altijd met collega’s of leidinggevenden. Wat helpt:

  • Zelfvertrouwen is de basis voor veilig gedrag. Zorg dat een kind zelfvertrouwen kan ontwikkelen door hem te stimuleren dingen zelf te doen. 
  • Wat kan het kind wel en niet? Goed kijken is het halve werk.
  • Vermijd verbod-situaties zoveel mogelijk, teveel verboden zorgt voor angst of onnodige terughoudendheid. 
  • De scholing Een Gezonde Start brengt pedagogisch medewerkers extra kennis en vaardigheden bij. Onder andere veiligheid, voeding en beweging komen aan bod. 

Pijler: omgeving

  • Veiligheid is een wisselwerking tussen de sociale en fysieke omgeving en het gedrag van de kinderen. Organiseer voorlichtingsavonden over veiligheid, gericht op ouders én medewerkers. Kies voor één thema, zoals veilig slapen. Vertel wat u vanuit de organisatie doet om de kinderen zo veilig mogelijk te laten slapen.
  • Bespreek daarnaast met ouders waarom het belangrijk is dat kinderen leren omgaan met risico’s. Vertel hoe belangrijk het is dat kinderen zelf oplossingen bedenken voor moeilijke situaties. Een ongelukje hoort daarbij, je leert niet lopen zonder te vallen!
  • Ouders dienen ook te weten waarom u kiest voor uitdagende activiteiten (bijv. bomen klimmen). 
  • Als uw kinderopvang een gebouw deelt met een school vraag u zelf dan af welke praktische afspraken u samen moet maken en bespreek met elkaar waar u tegenaan loopt. 
  • Kijk hoe u de fysieke locatie inricht (het gebouw, op de groepen, de speelplaats). Voorbeelden: beveiliging ramen en stopcontacten, hoge kasten voor de schoonmaakmiddelen, traphekjes plaatsen, veilig(e) speelgoed en bedjes en zorg dat baby’s het niet te warm krijgen. Maak de omgeving zo makkelijk mogelijk, dan vergroot u de kans dat die veilig is en veilig gebruikt wordt. 

Pijler: signaleren

  • Binnen een team leert u van ervaringen van anderen. Registreer alle ongevallen en bijna-ongevallen in een registratiesysteem en bespreek ze binnen uw team. Zo brengt u onvermoede gevaarlijke situaties aan het licht. Neem waar nodig maatregelen om die situaties in de toekomst te voorkomen.  
  • Bespreek daarnaast met elkaar hoe jullie omgaan met protocollen en gedragsregels. Ervaringen in de praktijk kunnen leiden tot belangrijke aanpassingen en verbeteringen.
Risicomonitor

De Risicomonitor is een online instrument waarmee u een verantwoord veiligheids- en gezondheidsbeleid opzet. U brengt samen met medewerkers hiaten in het beleid en problemen in de praktijk gestructureerd in kaart en monitort de voortgang. Kortom: via de risicomonitor waarborgt u de veiligheid in uw kinderopvang op een overzichtelijke manier en betrekt u medewerkers optimaal. 

Dilemma

Joris (1 jaar) klimt sinds kort graag op de bank of op een stoel. Hij is daar nog niet zo vaardig in. Als pedagogisch medewerker kunt u hem dat verbieden, maar hij moet het óók leren. Een goede oplossing is om de grootste risico’s te beperken: leg bijvoorbeeld een matje, kussen of zitzak naast de bank. Als Joris nu valt, valt hij zacht. Blijf ook in de buurt, zodat u indien nodig kunt helpen. U hebt nu een veilige omgeving geschapen waarin Joris zelf kan experimenteren. Dit past u natuurlijk ook toe in andere situaties waarin het gaat om klimmen, klauteren of rennen.

Bron: Een Gezonde Start

Meer informatie

Informeer naar mogelijkheden voor ondersteuning bij uw regionale GGD

Kijk naar ondersteuningsmogelijkheden bij het werken met de Risico-monitor(externe link)