Thumbnail

Waarom aandacht voor fysieke veiligheid

Thumbnail

Een gezonde en veilige omgeving, waar zorgeloos gespeeld en geleerd kan worden, is van groot belang voor een goede ontwikkeling van een kind. Daarbij zijn ongelukken niet altijd te voorkomen. Kinderen ontwikkelen zich nu eenmaal met vallen en opstaan. In 2016 bezochten zo’n 500 kinderen van 4 tot en met 12 jaar een Spoedeisende hulp (SEHSpoedeisende hulp)-afdeling vanwege letsel opgelopen in de bso. Zeven van de tien van deze ongevallen waren valongevallen, vaak veroorzaakt door een val van een speeltoestel zoals een klimrek, schommel of glijbaan. Een ongeluk zit in een klein hoekje, maar met de nodige aandacht voor het thema fysieke veiligheid kunnen kinderopvangcentra een hoop doen om de veiligheid van kinderen te waarborgen. Daarbij is een goede balans tussen veiligheid enerzijds en ruimte om te ontwikkelen en experimenteren (en fouten te maken) anderzijds, van essentieel belang. Dat blijft een spanningsveld: wanneer is het veilig genoeg? De wereld ontdekken vereist ruimte en het verkennen van grenzen. Wat verantwoord is en waarvan een kind iets leert, kan per kind verschillen. Op deze pagina vindt u richtlijnen, methodieken, voorbeeldbeschrijvingen en tips om het thema fysieke veiligheid op een juiste manier te implementeren binnen de buitenschoolse opvang.

  • Maak duidelijke afspraken over veiligheid en leg deze vast in uw veiligheids- en gezondheidsbeleid. Zorg dat medewerkers, ouders en kinderen bekend zijn met de regels en afspraken.
  • Ga de dialoog aan: spreek elkaar aan op veiligheidsgedrag en verbeterpunten.
  • Bied kinderen genoeg uitdaging en ruimte om te spelen, binnen veilige randvoorwaarden.
  • Maak ouders bewust van de noodzaak om kinderen te leren omgaan met risico’s en ze de vrijheid te geven om de wereld te ontdekken.
  • Goed voorbeeld doet goed volgen: wees u bewust van de voorbeeldrol die medewerkers hebben naar kinderen toe.

Voorbeeld: hard én veilig schommelen

Emma van vijf vindt het heerlijk om na schooltijd buiten te spelen op het speelplaatsje van de bso. Sinds kort heeft zij ontdekt dat ze nog hoger en harder komt door staand te schommelen, zeker als Sophie, die zes is, haar een flinke zet meegeeft. Als pedagogisch medewerker kunt u de meisjes verbieden zodanig te schommelen, wellicht de veiligste optie. Maar hiermee weerhoudt u ze ook van het leren van belangrijke motorieke vaardigheden, zelfstandigheid en weerbaarheid. Een betere oplossing is het wegnemen van de grootste risico’s: zorg voor een veilige speelplaats met een lage schommel en zachte ondergrond en houdt een oogje in het zeil. Zo kunnen Emma en Sophie hard én veilig (genoeg) schommelen. 

De nieuwe wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang eist vanaf 1 januari 2018 dat ondernemers in de kinderopvang:

  • Een actueel veiligheids- en gezondheidsbeleid hebben, waar u pedagogisch medewerkers in een continuproces bij betrekt.
  • In het veiligheids- en gezondheidsbeleid beschrijven hoe u kinderen beschermt tegen grote risico’s en hoe u kinderen leert om te gaan met kleine risico’s.
  • In hun beleid aandacht besteden aan:
    - Hoe u het risico op grensoverschrijdend gedrag door zowel aanwezige volwassenen als kinderen zo veel mogelijk beperkt.
    - Hoe u het vierogenprincipe in de dagopvang toepast, om het risico op grensoverschrijdend gedrag te beperken. 
    - Wat uw plan van aanpak is om risico’s in te perken en hoe medewerkers moeten handelen zodra zich een ongezonde en/of onveilige situatie voordoet. 
    - Hoe de achterwachtregeling is (indien van toepassing). 
    - Hoe u het beleid inzichtelijk maakt voor ouders, pedagogisch medewerkers (in opleiding), stagiairs en vrijwilligers.

Hoe het toezicht er vanuit de nieuwe wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang uit ziet is nog in ontwikkeling. De GGDGemeentelijke gezondheidsdienst  Gemeentelijke gezondheidsdienst  -toezichthouder voert steekproefsgewijze controles uit en toetst de veiligheid op basis van:

  • Het veiligheids- en gezondheidsbeleid. 
  • Hoe dit beleid in de praktijk werkt. 
  • Het actieplan van de locatie.

De toezichthouder wil zien:

  • Wat de locatie aan veiligheid doet of heeft gedaan. 
  • Hoe medewerkers het veiligheidsbeleid toepassen in de praktijk en hoe zij betrokken zijn bij de evaluatie ervan. 
  • Welke risico’s op de locatie spelen en op welke risico’s er wel of juist geen actie is ondernomen (en waarom niet).

Elke kinderopvangorganisatie bepaalt zelf hoe ze de toezichthouder informeert over bovenstaande punten. U brengt in ieder geval uw gegevens in kaart door een inzichtelijk beleid te voeren.

De bso moet kinderen beschermen tegen gevaren waarmee ze zelf nog niet kunnen omgaan, maar ook genoeg uitdaging en leermomenten bieden om zich te ontwikkelen tot zelfstandige volwassenen. Kleine ongelukjes, zoals schaafwonden of blauwe plekken, horen daarbij. Met de juiste aanpak kunnen kinderopvangcentra een omgeving creëren waar veiligheid en uitdaging hand in hand gaan. 
 

Beleid

  • Maak afspraken over het omgaan met risico’s en veiligheid en leg dit protocol vast in het veiligheids- en gezondheidsbeleid. 
  • Zorg dat medewerkers, ouders en kinderen bekend zijn met de regels rond veiligheid. Herhaal de regels regelmatig op momenten dat ze van toepassing zijn. 
  • Vul in het geval van meerdere locaties, het veiligheids- en gezondheidsbeleid aan met locatie-specifieke regels.
  • Houd het veiligheids- en gezondheidsbeleid actueel door het regelmatig met medewerkers te evalueren. Gebruik daarvoor bijvoorbeeld de risicomonitor.
  • Stel een actieplan op naar aanleiding van de evaluatieresultaten. Monitor op vaste tijden én bij calamiteiten hoe het gaat met de voortgang van het actieplan. 
  • Toets uw veiligheids- en gezondheidsbeleid regelmatig en minimaal jaarlijks aan nieuwe ontwikkelingen, zoals wetgeving, richtlijnen of veranderingen in uw organisatie. 
  • Zorg dat het veiligheids- en gezondheidsbeleid meer is dan een document. Bespreek onderdelen uit het beleid en de voortgang van acties steeds met uw team. Blijf ook het gesprek over veiligheid aangaan, zowel met medewerkers en ouders als met de kinderen. Houd de regels levend!

Ontwikkelen

Kinderen ontwikkelen zich door te experimenteren. Dit gedrag kan op gespannen voet staan met veiligheid. Dit spanningsveld moet uitmonden in een goede mix tussen veiligheid en uitdaging. Niet alle veiligheidsrisico’s zijn af te dekken, wel moet u ze terugbrengen tot een aanvaardbaar minimum. Hiervoor is zowel het gedrag van kinderen als van pedagogisch medewerkers van belang.

  • Stel duidelijke grenzen en regels op voor de kinderen, kijk daarbij goed waar een kind wel en niet zelfstandig toe in staat is.
  • Grijp in bij situaties waarin de fysieke veiligheid van een kind onaanvaardbaar groot is, maar geef kinderen de ruimte om te leren van ervaringen met aanvaardbaar risico.
  • Investeer in bij- of nascholing voor medewerkers zodat ze goed op de hoogte zijn van de regels voor fysieke veiligheid en kunnen inschatten of een risico aanvaardbaar is of niet, zodat ze goed kunnen omgaan met veiligheidsrisico’s en incidenten. Bijvoorbeeld door een EHBO-cursus, bedrijfshulpverlening of een andere training op het gebied van veilig gedrag.
  • Organiseer activiteiten waarbij kinderen op een speels educatieve manier in aanraking komen met (het belang van) veiligheidsgedrag. Denk bijvoorbeeld aan:
    • Het lespakket ‘vallen is ook een sport’ van VeiligheidNL, waarbij kinderen kennis en vaardigheden ontwikkelen om vallen te voorkomen en veilig te vallen. 
    • Het lespakket Split the risk om kinderen bewust te maken van ongevallen en competenties aan te leren om risico's in te schatten en te verkleinen. 
  • Besteed ook aandacht aan het belang van veilig sporten en het voorkomen van blessures. Leer kinderen het belang van een goede warming-up en cooling-down, bijvoorbeeld bij het voetballen of basketballen op het speelterrein van de bso.

Omgeving

  • Creëer een cultuur van dialoog over fysieke veiligheid. Houd de regels levend en spreek elkaar aan op gedrag en mogelijke verbeterpunten.
  • Anticipeer op veranderende omstandigheden bij festiviteiten en feestdagen, die naast plezier ook voor drukte en verminderde opmerkzaamheid zorgen. Wees alert op de verhoogde kans op incidenten (bijvoorbeeld valincidenten tijdens een sinterklaasoptocht op het speelplein, of brandgevaar bij een kerstdiner met kaarslicht).
  • Veranderende omstandigheden (een feestdag, een uitje of simpelweg het gebruik van een andere ruimte binnen de bso) kunnen ervoor zorgen dat kinderen de regels vergeten. Wees bewust van het belang van herhaling en blijf consequent de regels en afspraken over veiligheid herhalen.
  • Betrek ouders bij het thema door voorlichtingsavonden te organiseren over fysieke veiligheid. Kies voor één duidelijk en aansprekend onderwerp, bijvoorbeeld het belang van risicocompetenties bij kinderen, verkeersveiligheid of veilig sporten.
  • Betrek partners in de lokale omgeving, zoals de kinderboerderij, speeltuin of het lokale zwembad. Initieer samenwerkingsverbanden en leer van elkaars expertise over fysieke veiligheid.
  • Als uw bso een gebouw deelt met een school vraag u zelf dan af welke praktische afspraken u samen moet maken en bespreek met elkaar waar u tegenaan loopt. 
  • Wees u bewust van de voorbeeldrol die medewerkers hebben. Goed voorbeeld doet goed volgen.

Signaleren

  • In een omgeving waar kinderen experimenteren en ontdekken, heeft veiligheid een dynamisch karakter. Hoe veilig een product of omgeving op het eerste gezicht ook lijkt, het gedrag van kinderen kan alsnog leiden tot onveilige situaties. Houd rekening met deze veranderende omstandigheden door goed te blijven observeren en altijd een vinger aan de pols te houden.
  • Wees voortdurend alert op mogelijke risico’s en pas regels en beleid hierop zo nodig aan. Want elk gebouw en elke omgeving, nieuw of oud, verandert voortdurend.
  • Registreer ongevallen en bijna-ongevallen per locatie in een registratiesysteem. Zo brengt u mogelijk gevaarlijke situaties aan het licht. Neem maatregelen om die situaties in de toekomst te voorkomen. Ga na of genomen maatregelen de veiligheid hebben verbeterd.
Thumbnail

De Risicomonitor is een online instrument waarmee u een verantwoord veiligheids- en gezondheidsbeleid opzet. U brengt samen met medewerkers hiaten in het beleid en problemen in de praktijk gestructureerd in kaart en monitort de voortgang. Kortom: via de risicomonitor waarborgt u de veiligheid in uw kinderopvang op een overzichtelijke manier en betrekt u medewerkers optimaal. 

Voorbeeld bso ‘Het Waterhoentje’

Thumbnail

Bso ‘Het Waterhoentje’ hecht veel waarde aan de fysieke veiligheid van kinderen, maar weet ook dat voor een goede ontwikkeling (kleine) risico’s en uitdagingen noodzakelijk zijn. Het pedagogische team geeft kinderen daarom de ruimte om te leren van hun ervaringen en letten daarbij goed op waar een kind wel of niet zelfstandig toe in staat is. Zo laat pedagogisch medewerker Karin het kookclubje met 8 tot 10 jarigen op de donderdagmiddag na een duidelijke instructie zelfstandig de oven bedienen. Groepshulp Vincent laat de jongens vrij rennen en stoeien op het plein. En medewerker Marjolein laat óók de kleinsten in de knutselgroep zelfstandig spijkertjes timmeren in hun zelfgemaakte kapstok. De medewerkers staan op gepaste afstand, houden een oogje in het zeil, geven duidelijke instructies en tonen zo nodig het goede voorbeeld.

Meer informatie

Informeer naar mogelijkheden voor ondersteuning bij uw regionale GGD. Of neem contact op met VeiligheidNL, het nationaal expertisecentrum voor veiligheid en gedrag.