U bent hier

Werken aan dagritme

Waarom aandacht voor een goed dagritme

Een dagritme biedt kinderen op de bso zowel een gevoel van veiligheid als de benodigde uitdaging, die beide essentieel zijn voor een positieve ontwikkeling van kinderen. Het is daarom belangrijk om een goede balans te vinden in de structuur van de dag, afgestemd op de groep en op individuele kinderen. Het gaat dan om een passende verdeling tussen vaste en variabele onderdelen, vrij en begeleid spel, groeps- en individuele activiteiten, rust en beweging, vertrouwde routines en nieuwe elementen. Een dagritme betreft zo de gehele structuur van de dag, niet alleen het activiteitenaanbod/dagprogramma. De inhoud van een goed dagritme kan zo voor iedere bso, iedere groep, ieder kind en iedere periode weer anders zijn. Een uitgebalanceerd dagritme is daarnaast een belangrijke voorwaarde voor pedagogisch medewerkers om de juiste ruimte te hebben voor het werken aan de vele verschillende ontwikkelingsgebieden en thema’s die belangrijk zijn op de bso. Kortom, met een goed dagritme draagt u bij aan de wettelijk verplichte pedagogische basisdoelen.

Tips: dagritme

  • Erken individuele ritme-behoeften van kinderen en sluit daarop aan waar mogelijk. Sommige kinderen willen op de bso kunnen ontladen, anderen willen onthaasten. Lichamelijk en geestelijk welbevinden van ieder kind is een voorwaarde om lekker en ontspannen te kunnen spelen.
  • Bewegen en sport (zie themapagina) zijn een belangrijk onderdeel van het dagritme. Bewegen stimuleren is ook kinderen laten meehelpen met de dagelijkse activiteiten als vaatwasser uitruimen, buitenspeelgoed in- en uitruimen en stoelen/tafels opruimen. Beperk de tijd waarin kinderen stilzitten achter een tv- of computerscherm (zie thema Mediaopvoeding).
  • Bereid het programma goed voor: maak afspraken met collega’s over de werkverdeling, zet van tevoren alle benodigdheden klaar en richt de ruimte in voor de specifieke activiteit(en).
  • Waarschuw de kinderen tijdig als een programmaonderdeel start of stopt. Zo maakt u het dagritme voorspelbaar en krijgen ze gelegenheid om hun bezigheid rustig af te sluiten.
  • Zorg dat de overgangen tussen de verschillende programmaonderdelen niet te lang maar ook niet te abrupt zijn. Als kinderen lang moeten wachten worden ze onrustig en abrupt moeten stoppen verstoort hun betrokkenheid. Dat wekt frustratie en verzet op bij kinderen.
  • Vraag regelmatig aan kinderen en ouders wat ze van het dagritme vinden en wat ze anders willen.

Richtlijnen dagritme

Het Pedagogisch kader voor de bso benoemt de volgende vaste elementen van het dagelijkse programma: halen uit school en binnenkomst op de bso, drinken en eten, vrij spelen en buiten spelen, individuele aandacht en persoonlijke verzorging, georganiseerde activiteit(en), groeps- en rustige momenten, opruimen, oudercontacten en afscheid. 
Variabele elementen kunnen zijn: huiswerkbegeleiding, wegbrengen van kinderen naar activiteiten buiten de deur en andere taken.
In aanvulling op deze elementen noemt de kwaliteitsmonitor van het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NCKO) bijzondere activiteiten of uitstapjes in de vakanties en op de lange middagen (woensdag/vrijdag). Daarnaast geeft het NCKO vijf kenmerken van een goed dagritme, die gaan over balans en regelmaat:

  • Een vaste structuur.
  • Balans tussen rustige activiteiten en beweging.
  • Balans tussen groeps- en vrije keuzemomenten van de kinderen.
  • Dagelijkse gelegenheid om buiten te spelen.
  • Dagelijks aanbod voor een of meer activiteit(en) met een van de pedagogisch medewerkers.

Tot slot benoemt het NCKO vier aspecten die het dagritme negatief beïnvloeden:

  • Bij binnenkomst te weinig aandacht aan de kinderen besteden: niet vragen hoe hun dag tot nu toe was en of er bijzonderheden zijn.
  • Geen vast dagritme: het programma is te chaotisch/wisselend.
  • Een erg strak en teveel ingevuld dagritme: er is weinig gelegenheid voor vrij spel of eigen initiatief van de kinderen.
  • Een versnipperd dagritme is: (te) veel onderbrekingen van het spel van de kinderen.

Aan de slag met dagritme (beleid, ontwikkelen, omgeving, signaleren)

Een goed, uitgebalanceerd dagritme op de bso is hét middel om bij kinderen een positieve ontwikkeling op allerlei gebieden te stimuleren. Daarom is het van belang goed na te denken over welk dagritme voor welke groep en de individuele kinderen het beste is, en deze overwegingen vast te leggen in beleid. Verder is het zaak dat pedagogisch medewerkers vaardigheden ontwikkelen om het dagritme vorm te geven, mede gebaseerd op de mogelijkheden in de wijk en in samenwerking met lokale partners en ouders. Werken aan een goed dagritme betekent daarnaast ook oog hebben voor de behoeften van gevoelige of kwetsbare kinderen en voor signalen van een niet toereikend dagritme. 
 

Beleid

  • Bespreek met het team en leg in het beleid vast welke verschillende dagritmes u hanteert voor de korte middagen, de lange middagen en de vakantieopvang.
  • Let op dat u werkt met dagritmes waarin het team kan werken aan de vier pedagogische basisdoelen uit de wet kinderopvang. 
  • Maak met het team goede afspraken over afstemming op de dagritmebehoeften van jongere en oudere kinderen en zorg dat iedereen op dezelfde lijn zit. Een kind van 4 jaar heeft andere behoeften na schooltijd dan een 12-jarige.
  • Maak ook afspraken rond dialoog met en tussen de kinderen als onderdeel van het dagritme. Dit stimuleert de ontwikkeling van sociale competenties. Bij een groepsmoment of in de kring is er gelegenheid om bijvoorbeeld over meningsverschillen of conflicthantering te praten. Door te praten over omgangsregels en afspraken die voor een fijne sfeer voor alle kinderen zorgen, werkt u aan het overdragen van normen en waarden. 
  • Neem regels en afspraken over dagritme regelmatig onder de loep. Kijk of die nog steeds passen bij een goede en gezonde opvangsituatie.
  • Evalueer het dagritmebeleid ook regelmatig met ouders. Dat kan op een laagdrempelige manier door bijvoorbeeld een stelling op het prikbord te zetten. Bijvoorbeeld ‘Het dagschema van de bso is goed voor mijn kind’ (dan moet het dagschema wel duidelijk opgehangen zijn), en laat ouders groene of rode stickers plakken. 

Ontwikkelen

  • Heb aandacht voor alle soorten vaste onderdelen van het dagritme, deze zijn allemaal even noodzakelijk.  
  • Zorg voor balans. Tussen ontspanning/ontlading, uitdaging en exploratie, alleen en samen spelen, tussen leren van en met elkaar en in diversiteit in groepsactiviteiten (verdeling in leeftijden, jongens/meisjes en achtergronden).
  • Zorg voor variatie in het aanbod, een vast dagritme betekent niet dat elke dag er hetzelfde uitziet. Veel bso’s werken met thema’s of workshops: de ene maand zijn er vooral sportactiviteiten, de andere staat in het teken van knutselen of filosoferen.
  • Ga op basis van de behoeften van de kinderen en de situatie flexibel om met het dagritme. Het dagritme is geen vast gegeven, maar beweegt mee met de aanwezigen en situatie op dat moment. Maak bijvoorbeeld bij mooi weer een uitstapje naar het park in plaats van de geplande activiteit. Of, als kinderen lichamelijk weinig actief zijn, kan (verplicht) buitenspel een oplossing zijn. En bij kinderen die veel structuur nodig hebben, werkt een geleid spelletje ‘om de beurt doelschieten’ misschien beter dan vrij voetballen.
  • Evalueer het dagritme regelmatig met de kinderen en maak ruimte voor hun inbreng bij activiteitenkeuzes. Het is immers hun vrije tijd (participatief werken).

Op Loketgezondleven.nl vindt u effectieve interventies op thema’s die u kunt inzetten voor een gevarieerd dagritme. Zoals Beweegwijs, Natuursprong en Leefstijl. Zie ook de thema’s Bewegen en sport, Groen en Sociaal-emotionele ontwikkeling
 

Omgeving

  • Zorg voor fysieke ruimten/hoeken afgestemd op kleuters, 6-10 jarigen en 10-12 jarigen.
  • Stem bij samenwerking met andere organisaties het dagritme af, ook als de bso bijvoorbeeld de buitenruimte deelt met school. Dit om herhaling en verveling te voorkomen. Zo is het bijvoorbeeld handig om na een geconcentreerde techniekles op school, de kinderen op de bso te laten ontladen door lekker te bewegen.
  • Informeer ouders over hoe het dagritme eruitziet. Zo weten zij waarom u het doet zoals u het doet en kunnen ze hun haal- en brengtijden erop afstemmen.

Signaleren

  • Let op kwetsbare of gevoelige kinderen: zij hebben extra behoefte aan houvast en voorspelbaarheid. Naast vaker overleggen en afstemmen met de ouders is het zichtbaar maken van het dagritme op de groep (dagritmekaarten) een hulpmiddel.
  • Wees alert op signalen van een ontoereikend of onduidelijk dagritme. Dit merkt u bijvoorbeeld aan onrust of chaos in de groep, kinderen die niet weten wat u van hen verwacht, die zich vervelen of doelloos rondzwerven.

Voorbeeldprogramma's 

Bekijk de voorbeelden hoe u programma's voor korte en lange middagen en een vakantieprogramma kunt indelen. 

Meer informatie

NJi.nl: Kennisdossier kinderopvang.

Informeer naar mogelijkheden voor ondersteuning bij het Nederlands Jeugdinstituut (Nji.nl).

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer