U bent hier

Werken aan gezonde voeding

Waarom aandacht voor voeding

Kinderen in de basisschoolleeftijd zijn volop in de groei en hebben dus eten en drinken nodig met voldoende energie en voedingsstoffen. Ook op de bso krijgen kinderen te eten en te drinken en spelen pedagogisch medewerkers een rol in het aanbieden van verantwoorde en gezonde voeding. Zo draagt de bso een steentje bij aan een gezonde opvoeding van kinderen. 

Tips: trakteren, water drinken, tussendoortjes en maaltijden

Trakteren

Jarig zijn betekent feest voor een kind, dus ook op de bso. Gezond trakteren hoort daarbij. Geschikt voor traktaties zijn bijvoorbeeld:

  • Groente en fruit in een leuk jasje.
  • Kleine porties van producten die niet te veel calorieën bevatten, zoals een handje naturel popcorn, een klein koekje, een rozijndoosje of een minirolletje of zakje met kleine (suikervrije) snoepjes of dropjes.
  • Een cadeautje, zoals stuiterballen, potloden, fluitjes, stickers, kleurboekjes of bellenblaas. 

Bespreek het trakteren een week voor de verjaardag van het kind met ouders of verzorgers. Zo voorkomt u verrassingen. Kijk voor inspiratie op: Voedingscentrum.nl/trakteren of Gezondtrakteren.nl.
 

Water drinken

Het is van belang dat kinderen water leren drinken. Water bevat geen calorieën en heeft een neutrale smaak. In frisdrank en in sap zit veel suiker, wel vier suikerklontjes per bekertje van 150 ml. Ook limonadesiroop bevat veel suiker. In light frisdranken zit weliswaar geen suiker, maar ze zorgen er alsnog voor dat kinderen wennen aan een zoete smaak en zijn door de zuren slecht voor het gebit. 

Zo zorgt u ervoor dat kinderen water (leren) drinken:

  • Verdun zoet sap. Zijn kinderen gewend iets zoets te drinken? Verdun het sap of de siroop geleidelijk met steeds meer water.
  • Maak water drinken bijzonder. Schenk water in een mooie (gekleurde) beker. Steek een rietje of parasolletje in de beker. Maak het vrolijk door een schijfje sinaasappel of komkommer.
  • Zet een kan water in de groep.
  • Geef zelf het gezonde voorbeeld. Drink zelf water en laat zien dat u het lekker vindt.
  • Geef bijvoorbeeld eens een kopje (afgekoelde) lichte thee met een smaakje.
  • Neem de tijd. Het kan even duren voor een kind gewend is aan water drinken. Geef het rustig de tijd en blijf proberen.
  • Kijk op de site van Stichting JOGG. Deze stichting heeft een speciale campagne over water drinken.

Op Voedingscentrum.nl vindt u een gratis poster met de afbeelding van hoeveel suiker in pakjes drinken zit.
 

Tussendoor

  • Kinderen die op vaste momenten wat tussendoor krijgen, leren zo om niet de hele dag door te eten en te drinken.
  • Geschikte tussendoortjes uit de Schijf van Vijf zijn fruit (zoals appel, peer, kiwi, meloen, aardbei, druif en mandarijn), snackgroenten (zoals wortel, schijfjes komkommer, reepjes paprika en gehalveerde snoeptomaatjes), mueslibolletje, volkoren knäckebröd met bijvoorbeeld (light) zuivelspread, handje ongezouten noten of handje rozijntjes.
  • Af en toe (bijvoorbeeld in de vakanties) kan een tussendoortje buiten de Schijf van Vijf best. Maak tussendoortjes buiten de Schijf van Vijf niet te groot (maximaal 75 calorieën per portie), anders zijn het geen tussendoortjes meer. Denk aan een lange vinger, een kaneelbeschuitje, een volkorenbiscuitje, een rijstwafel, een handje popcorn zonder suiker of zout of een waterijsje.
  • Kijk in de Caloriechecker om na te gaan hoeveel calorieën er in tussendoortjes buiten de Schijf van Vijf zitten.

Maaltijden (ontbijt en lunch)

Geschikt voor het ontbijt en de lunch zijn:

  • Volkorenbrood of bruinbrood, besmeerd met zachte halvarine of margarine uit een kuipje.
  • Eventueel als variatie: volkoren knäckebröd, roggebrood of mueslibol.
    • Geschikt beleg is beleg dat niet te veel verzadigd vet en zout bevat, zoals 30+ kaas, 20+ of 30+ smeerkaas met minder zout, ei, hüttenkäse en light zuivelspread.
    • Notenpasta of pindakaas zonder toegevoegd zout of suiker.
  • Groente en fruit, zoals tomaat, komkommer, paprika, banaan, appel en aardbei. Lekker als beleg en voor erbij.
  • Beleg buiten de Schijf van Vijf kan maximaal één keer (voor kinderen tot en met 8 jaar) of twee keer (voor kinderen vanaf 9 jaar) per dag. Voorbeelden van belegsoorten die niet te veel calorieën, verzadigd vet en zout bevatten zijn appelstroop, jam, honing, kipfilet, ham, komkommersalade, selleriesalade.

Leg een moestuintje aan

Door een moestuintje aan te leggen leren kinderen hoe groenten en kruiden groeien. Laat kinderen daar vooral zelf aan meehelpen. Als u ook ouders erbij betrekt en ze de zelf gekweekte groenten laat proeven, hebt u een mooie aanleiding om het voedingsaanbod ter sprake te brengen. 

Richtlijnen voeding

Op het gebied van hygiëne is er de hygiënecode voor kleine instellingen. Daarnaast is er de JGZ Richtlijn Voeding & Eetgedrag, waarop de voedingsadviezen en -voorlichting van de jeugdgezondheidszorg zijn gebaseerd. Op Voedingscentrum.nl vindt u meer informatie over de Schijf van Vijf, voedingsadviezen en praktische informatie over voeding voor kinderen in de basisschoolleeftijd.

Aan de slag met voeding (beleid, ontwikkelen, omgeving, signaleren)

Gezonde voeding is essentieel voor de ontwikkeling van kinderen. Daarom geeft u ze gezonde voeding en maakt u daarover afspraken. Die legt u vast in het beleid. Verder kunt u afspraken maken over het stimuleren van kinderen in de ontwikkeling van hun eetgedrag en over alert zijn op afwijkend eetgedrag. Zorg dat pedagogisch medewerkers voldoende kennis over voeding hebben om het afgesproken beleid uit te kunnen voeren. Een eerste stap is bijvoorbeeld nagaan wat er binnen de organisatie al aan voedingsbeleid is vastgelegd. Toets dit aan het voorbeeldbeleid van het Voedingscentrum.
 

Beleid

De bso bepaalt wat kinderen in de opvang eten en drinken. Voer een actief beleid op het gebied van eten en drinken en betrek ouders daarbij. Luister naar hun adviezen. Stel dan duidelijke richtlijnen op en neem die op in het beleid. Om tot een compleet voedingsbeleid te komen, kunt u de volgende stappen nemen:
 

Stap 1: Maak uw voedingsbeleid

Beschrijf welk eten en drinken de bso wel en niet aanbiedt. Beschrijf ook richtlijnen rondom voedingshygiëne. Nodig de oudercommissie uit om over het voedingsbeleid te praten. Zoek ook aansluiting op het voedingsbeleid van de opvang 0-4 jaar en vooral van de school. Raadpleeg voor uw voedingsbeleid bijvoorbeeld het voorbeeldbeleid van het Voedingscentrum. In het voedingsbeleid komen aan de orde:

  • Voedingsaanbod voor kinderen van 4 tot 13 jaar.
  • Voedingshygiëne (bereiden en bewaren).

Stap 2: Pas uw inkooplijst aan

Wanneer u weet welke producten u wilt gebruiken in uw kinderopvangorganisatie past u daar uw inkooplijst op aan.
 

Stap 3: Communiceer uw nieuwe voedingsbeleid

Zet de belangrijkste veranderingen op een rij. Wat zijn de gevolgen voor de medewerkers? Wat betekent het voor ouders? Licht ze vervolgens in en blijf het vertellen. Breng de afspraken en de resultaten gedurende het jaar regelmatig onder de aandacht, bijvoorbeeld in de nieuwsbrief, op de jaarkalender of voor een verjaardag van een kind.

Op de website van het Voedingscentrum staan voorbeeldbrieven en voorbeeldteksten voor op uw website of in een brochure.
 

Ontwikkelen

Samen eten en drinken gaat om meer dan alleen een maaltijd nuttigen. Tijdens eetmomenten gaat het ook om het leren van vaardigheden, communicatie over het eten (zoals het benoemen wat het kind eet) en het overdragen van normen. Zo kunnen medewerkers kinderen stimuleren gezonde producten te proberen zoals onbekende soorten fruit en groenten.

Bij gezond leren eten gaat het ook over het stimuleren van zelfregulering. Dat wil zeggen dat pedagogisch medewerkers kinderen stimuleren om hun eigen gedrag steeds beter te sturen, goede gewoontes te ontwikkelen, eenvoudige regels op te volgen en zelf problemen op te lossen. Zo worden kinderen weerbaar. Ze kunnen dan makkelijker nee zeggen tegen verleidingen om hen heen, bijvoorbeeld als het om snoep gaat.

Laat kinderen met elkaar iets bereiden. Inspiratie hiervoor is bijvoorbeeld te vinden in:

  • De kleine keukenhulp: ieder kind kan wel iets doen in de keuken. Van simpel husselen tot het (bijna) helemaal zelf bereiden van een gerecht en alles ertussen.
  • Smaakplezier voor de bso: prikkel al je zintuigen met Smaakplezier op de bso! Smaakplezier op de bso is een klapper vol smakelijke ideeën. Het menu bestaat uit honderd activiteiten, verdeeld over de zes thema's. Met de doe-kaarten uit de klapper kunnen kinderen zelfstandig aan de slag.

Omgeving

Bij het aanbieden van gezond eten is het raadzaam voor zowel professionals als ouders zoveel mogelijk producten uit de Schijf van Vijf te kiezen. Verder is van belang:

  • Vaste en rustige eetmomenten aan te houden. Bijvoorbeeld door iedere dag op een min of meer vast tijdstip gezamenlijk aan tafel te eten en daar de tijd voor te nemen. Een van deze momenten is als de kinderen uit school komen.
  • Als pedagogisch medewerker zelf het gezonde voorbeeld te geven. Bijvoorbeeld door ook water te drinken, net als de kinderen. Of door te laten zien dat u tussendoor met smaak fruit eet. Eet zelf niet de hele dag door.
  • Met collega’s en ouders te bespreken hoe u omgaat met traktaties en feestjes. 

Steeds meer gemeenten hebben in hun gezondheidsbeleid speciale aandacht voor preventie van overgewicht. Verschillende gemeenten hebben een eigen aanpak ontwikkeld, of werken samen met de Stichting Jongeren Op Gezond Gewicht.
 

Signaleren

Een pedagogisch medewerker heeft tot taak ongezonde eetgewoonten bij een kind te signaleren. Voorbeelden van ongezonde eetgewoonten zijn:

  • Niet ontbijten;
  • Een eenzijdig eetpatroon;
  • Veel snoep en snacks.

Ook de angst voor het eten van nieuwe of onbekende voeding (neofobie) is een ongezond signaal. Afhankelijk van het probleem en het beleid binnen de organisatie bespreekt u deze signalen eerst intern met collega’s, de staf of pedagogisch specialist. Een maatregel kan zijn dat u ouders verwijst naar een passend ondersteuningsaanbod, bijvoorbeeld via de jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau) of het Centrum voor Jeugd en Gezin.

Meer informatie

Informeer naar mogelijkheden voor ondersteuning bij uw regionale GGD. U kunt ook de lokale JGZ en/of het Centrum voor Jeugd & Gezin raadplegen. 

Voor antwoord op vragen rond voedingsbeleid kunt u bellen of mailen naar de servicedesk van het Voedingscentrum

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer