U bent hier

Werken aan hygiëne

Waarom aandacht voor hygiëne

Omdat het afweersysteem van kinderen volop in ontwikkeling is zijn kinderen een kwetsbare groep. Ze komen vaker in contact met allerlei ziekteverwekkers, via andere kinderen en doordat ze materialen en toiletten gezamenlijk gebruiken. Daartegen hebben ze nog geen weerstand opgebouwd. 

Onderzoek (GGD Groningen, 2014) toont aan dat in een omgeving van drie of meer kinderen het aantal infecties verdubbelt. Hygiënemaatregelen zijn noodzakelijk om (onnodige) overdracht van ziektekiemen tegen te gaan en schadelijke gevolgen tot een minimum te beperken. Infecties verspreiden zich ook als er nog geen ziekteverschijnselen zichtbaar zijn. 

De informatie op deze pagina voor de bso is grotendeels gelijk aan die op de themapagina voor 0-4 jaar. 

Tips: hygiëne

  • Oefen het handen wassen met de kinderen. 
  • Leer kinderen hoest- en niesdiscipline:
    • Hoest of nies niet in de richting van een ander.
    • Draai het hoofd weg of buig het hoofd. 
    • Houd bij hoesten of niezen een papieren zakdoek, de hand of binnenkant van de elleboog voor de mond.
    • Was de handen na hoesten, niezen of neus afvegen.
  • Maak schoonmaakroosters. 
  • Wees alert op ziektesymptomen. 
  • Informeer ouders over regels voor handhygiëne en de hoest- en niesdiscipline, zodat zij dat thuis ook met hun kind kunnen oefenen. 
  • Informeer ouders over afspraken rondom ziekte.
  • Teekcontrol van het RIVM is een spel over tekenbeten voor kinderen van 10 tot 12 jaar waarin zij leren wanneer het nodig is om zich te controleren op tekenbeten.

Lees meer tips en informatie in de hygiënerichtlijn voor kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang van het Landelijk Centrum voor Hygiëne en Veiligheid (LCHV).

Aan de slag met hygiëne (beleid, ontwikkelen, omgeving, signaleren)

Omdat een kind infecties al kan verspreiden in de fase waarin het zelf nog geen ziekteverschijnselen vertoont, zijn goede hygiënemaatregelen noodzakelijk. Op de buitenschoolse opvang vindt overdracht van ziektekiemen op verschillende manieren plaats:

  • Door nauw onderling contact: bij spelen of andere activiteiten met nauw contact tussen kinderen onderling of tussen kinderen en medewerkers. Veelvuldig hand-mond contact kan ook zorgen voor overdracht van ziektekiemen.
  • Via druppels: bijvoorbeeld bij niezen, hoesten, spugen of kwijlen. 
  • Aërogeen: via de lucht in de groep. 
  • Door bloed-bloed contact: bij bijt- of krabincidenten. 
  • Via dieren en/of materialen: via (huis)dieren op de groep of door contact met vuile materialen (speelgoed, handdoeken, vaatdoeken, verkleedkleren et cetera).
  • Via voedsel en/of water: door besmette producten te eten en drinken. 

Het is verstandig dat u in grote lijnen de afspraken over hygiëne opneemt in het beleid. Daarbij is het belangrijk dat beroepskrachten kennis hebben over hygiënisch gedrag, zich bewust zijn van hun voorbeeldgedrag en dat zij de kinderen bewust laten worden van de normen rond hygiëne (handen wassen, hoesten met hand voor de mond).

Daarnaast neemt u maatregelen om de omgeving zo schoon mogelijk te houden. Tot slot is het van belang dat u op tijd het verband tussen ziekteverschijnselen bij kinderen en een onvoldoende of slechte hygiëne signaleert. 
 

Beleid

In het beleid neemt u op:

  • Afspraken bij een ziek kind;
  • Afspraken bij een zieke medewerker;
  • Voorlichting over hygiënische maatregelen voor medewerkers;
  • Hoe en wanneer er schoongemaakt moet worden;
  • Hoe en wanneer er geventileerd moet worden.

Maak heldere afspraken en stem deze af met de school of scholen waar de kinderen op de bso naar toe gaan. Blijf ouders en medewerkers bij elke relevante gelegenheid vertellen wat de afspraken zijn.
 

Ontwikkelen

U hebt een goed hygiënebeleid wanneer:

  • Beroepskrachten weten hoe ziekteverwekkers zich verspreiden. 
  • Elke medewerker op de hoogte is van goede handhygiëne en dit ook toepast. 
  • U passende voorlichting in huis hebt over handhygiëne voor de kinderen. 
  • U ouders informeert over afspraken die gaan over ziekte van hun kind. 
  • U ouders informeert over de verspreiding van ziekteverwekkers. 
  • U gebruik maakt van schoonmaakroosters voor zowel de ruimtes als de ventilatie. 
  • Degenen die schoonmaken geïnstrueerd zijn over de regels voor reiniging en ventilatie.

Omgeving

Hygiëne betreft handen, lucht en materialen:

  • Zorg voor goede handhygiëne bij de medewerkers en kinderen. Was de handen
    • Met water en zeep.
    • Als handen zichtbaar vuil zijn. 
    • Na een toiletbezoek.
    • Voor en na het eten. 
    • Na schoonmaakwerkzaamheden.
    • Na contact met dieren of mest. 
    • Na hoesten, niezen of het snuiten van de neus.
  • Gebruik voorbeeldpictogrammen voor handen wassen en hoest- en niesdiscipline.
  • Ventileren: de lucht in slecht geventileerde ruimten bevat veel ziekteverwekkers, daardoor bestaat een verhoogde kans op infectieziekten. Ventileer ruimtes 24 uur per dag, lucht ze minimaal eenmaal per dag. Neem dit op in het schoonmaakrooster (wanneer, hoe en wie het doet).
  • Schoonmaken: besteed extra aandacht aan het reinigen van de toiletten en handcontactpunten, zoals kranen, lichtknopjes, deurkrukken en doorspoelknoppen. Overdracht van ziekteverwekkers gaat gemakkelijk via deze oppervlakken.

Samenwerking met ouders

  • Informeer ouders over handhygiëne en uw hoest- en niesdiscipline. Zo kunnen zij dit ook met de kinderen thuis oefenen.
  • Geef ouders informatie mee over hygiëne-afspraken.
  • Wijs ouders op de informatieve film over hoofdluis van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Of bekijk deze zelf en leg de inhoud uit aan ouders.
  • Laat ouders meedenken en meewerken via de oudercommissie of medezeggenschapsraad.

Signaleren

  • Wees alert op ziekteverschijnselen. 
  • Zorg voor luizencontrole na iedere vakantie en nadat er een melding is gemaakt van luizen bij een kind.
  • Check regelmatig de zandbak op uitwerpselen van honden en katten.
  • Wees alert op gedragsverandering bij kinderen, dit kan veroorzaakt worden door ziekte. 
  • In principe is bij ziekte de ouder degene die de huisarts inschakelt. Schakel als beroepskracht alleen een arts in als er acuut gevaar dreigt. 
  • Als een kind een besmettelijke ziekte heeft, moeten ouders dit melden. 
  • Meld het bij de GGD als een kind een besmettelijke ziekte heeft. Dit kan alleen met toestemming van de ouders. Zie voor details de hygiënerichtlijn voor kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang van het LCHV.

Meer informatie

Informeer naar mogelijkheden voor ondersteuning bij uw regionale GGD.

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer