U bent hier

Werken aan preventie van middelengebruik

Waarom aandacht voor middelengebruik

Roken en alcohol zijn schadelijk. Zeker voor kinderen. Hoe jonger kinderen beginnen met het gebruiken van tabak of alcohol, hoe groter de kans is dat zij later verslaafd raken. Daarom is het belangrijk dat kinderen een gezond voorbeeld krijgen en zoveel mogelijk opgroeien in een middelenvrije omgeving.

Ook al hebben jonge kinderen meestal een negatieve houding tegenover roken en alcohol, dat betekent niet dat er geen aandacht voor hoeft te zijn in de bso. Zonder het er rechtstreeks met de kinderen over te hebben kan je toch al veel doen om middelengebruik bij kinderen op latere leeftijd te voorkomen. Naast het goede voorbeeld geven door een rook- en alcoholvrije omgeving gaat het dan om voorlichting aan ouders en het stimuleren van de algemene weerbaarheid van kinderen (zie ook het thema Sociaal-emotionele ontwikkeling).

Vakantietijd 

Het is vakantietijd. Na de zomerbarbecue van de pedagogisch medewerkers van een bso bleef de rosé in de koelkast staan. Voor de feestelijkheid was de rosé uit de wijnfles in een mooie kan geschonken. Omdat de rosé dezelfde kleur had als aangelengd diksap werd deze op vrijdagmorgen door een van de kinderen van de oudste groepen uitgeschonken. Gelukkig roken de kinderen dat het ‘sap’ niet goed meer was en attendeerden ze hun groepsleiding. Die spoelde het meteen weg en was erg blij dat er geen slokjes geproefd waren.

Tips voor preventie van middelengebruik

  • Waar een rookvrij kinderopvanggebouw bij wet al verplicht is, is het ook belangrijk te streven naar een volledig rook- en alcoholvrije kinderopvang. Dat betekent bijvoorbeeld ook een rookvrij terrein, een tijdens werktijd volledig rook- en alcoholvrij team, geen rokene ouders op het terrein, geen alcohol bij gelegenheden op de bso. Stel daarover samen met medewerkers en ouders een visie en regels op en leg deze vast in het pedagogisch beleidsplan. Denk daarbij ook aan afspraken over het handhaven van de regels.
  • Het invoeren en handhaven van een rook- en alcoholvrije omgeving kan op weerstand van ouders en medewerkers stuiten. Maak daarom gebruik van de gesprekstips en hulpmiddelen van het Longfonds en de Gezonde School.
  • Naast regels over het roken en drinken is het belangrijk te laten zien dat de bso zich actief inzet voor preventie van middelengebruik. Denk bijvoorbeeld aan: op maandagmorgen geen uitwisseling tussen medewerkers over het alcoholgebruik in het weekend. En: geen wijn als cadeau van ouders voor medewerkers.
  • Geef geen voorlichting of algemene waarschuwingen aan jonge kinderen over roken en alcohol, want dat kan de aantrekkingskracht en daarmee vroeggebruik juist versterken. Wees wel gericht op het versterken van sociaal-emotionele vaardigheden zodat ze leren eigen keuzes te maken en stevig kunnen blijven staan bij groepsdruk.
  • Wijs ouders, met name van kinderen die bijna naar het voortgezet onderwijs gaan, eventueel op websites als Hoepakjijdataan.nlUwkindenalcohol, Uwkindenroken.nl.
  • Sluit als organisatie aan wanneer partners in de wijk (bijvoorbeeld een basisschool en de GGD) een ouderavond organiseren over de thema’s alcohol, roken of ‘veranderingen in de puberteit’.

Richtlijnen preventie van middelgebruik

Er zijn geen richtlijnen voor preventie van middelengebruik voor de kinderopvang. Wel is er een richtlijn verslavingspreventie voor het onderwijs die begint bij de leeftijdsfase 10-12 jaar. De richtlijnen daarin zijn grotendeels ook bruikbaar voor de bso:
 

Niet doen:

  • Aandacht geven aan of voorlichting geven over roken en alcohol aan de kinderen.
  • Kinderen waarschuwend benaderen over roken en alcohol.

Voor kinderen in de basisschoolleeftijd geldt dat ze meestal nog geen alcohol gedronken of gerookt hebben. De gemiddelde leeftijd waarop kinderen daarmee starten is gestegen, van 12 jaar in 2003 naar 13 jaar in 2015. Op deze leeftijd denken kinderen vooral negatief over roken en alcohol. Daarom is het niet goed om er aandacht aan te besteden in de vorm van voorlichting of waarschuwingen geven. Dat kan zelfs averechts werken bij kinderen die al meer risico lopen om te gaan roken of drinken. 
 

Wel doen:

  • Beleid maken: duidelijke regels over alcohol drinken en roken in en rondom de kinderopvang, zowel voor medewerkers als voor ouders.
  • De sociaal-emotionele vaardigheden van de kinderen versterken. Stimuleren van de zelfcontrole, de probleemoplossende en de sociale vaardigheden van kinderen kan middelengebruik helpen voorkomen. Hoe zekerder een kind zichzelf voelt en hoe beter een kind zich kan beheersen, hoe weerbaarder het is tegen bijvoorbeeld groepsdruk op latere leeftijd om een sigaret op te steken of alcohol te drinken. 
  • Voorlichting geven aan ouders over roken en alcohol, met name van kinderen die bijna naar het voortgezet onderwijs gaan. De bso kan ouders waar gewenst ook verwijzen naar informatie voor hen, zoals de eerder genoemde websites. 
  • Het goede voorbeeld geven als pedagogisch medewerker. Ook al is het beter niet over roken en alcohol te praten met jonge kinderen, het is wel belangrijk om zonder woorden het goede voorbeeld te geven. Het beste voorbeeld is een middelenvrije omgeving waarin medewerkers en ouders niet roken en geen alcohol drinken. 

Aan de slag met middelengebruik (beleid, ontwikkelen, omgeving, signaleren)

Om te werken aan een gezonde kinderopvang en middelengebruik bij de kinderen op latere leeftijd te voorkomen, is allereerst van belang regels over roken en alcohol in het beleid op te nemen. Daarnaast kunnen pedagogisch medewerkers de sociaal-emotionele weerbaarheid van kinderen versterken. Ook is het belangrijk om ouders te betrekken bij het maken en handhaven van de regels en hen zo nodig te verwijzen naar voorlichting. Tot slot kunnen pedagogisch medewerkers problematisch middelengebruik bij de ouders en risicogedrag bij de kinderen signaleren en hierover individueel het gesprek aangaan. 
 

Beleid

  • Begin met het opstellen van een gezamenlijke visie op een rook- en alcoholvrij gebouw, terrein en team. Denk daarbij ook aan vragen als:
  1. Roken we helemaal niet of alleen niet in het zicht van kinderen, buiten het terrein?
  2. Is een rook- en alcoholvrije omgeving ook niet praten over wat we hebben gedronken, gerookt, of gebruikt buiten werktijd? En zo ja, wanneer komt gebruik terloops en toch ongewenst ter tafel? Bijvoorbeeld als u praat over vrije tijd invullen, zoals carnavalsplannen, weekendbesteding, een festival, de laatste barbecue, het oud- en nieuwfeest, et cetera.
  3. Hoe gaan we om met ouders die zich niet aan de regels willen houden?
  • Vertaal de visie in duidelijke regels en ga in op het waarom van de regels. Bijvoorbeeld als het wel toegestaan is om rookpauzes te nemen tijdens werktijd: ‘Roken mag niet NIET op het eigen terrein van de bso, maar moet ook compleet buiten het zicht van de kinderen en zonder dat zij kanslopen rook in te ademen, omdat:
  1. Kinderen weten dat een medewerker vertrekt, hem of haar kunnen zien en achteraf ruiken dat de medewerker gerookt heeft: dat is geen goed voorbeeld.
  2. Rook door de open ramen naar binnen komt.
  3. Deeltjes van rook die op de kleding van rokers achterblijven, ook een gevaar vormen voor kinderen (tertiaire rook).’
  • Betrek de ouderraad bij het opstellen van de visie en regels.
  • Neem in het pedagogisch beleidsplan een alinea op over een middelenvrije omgeving en hoe de bso regels hiervoor handhaaft. Bijvoorbeeld: ‘De opvang en alle activiteiten die we op of vanuit de kinderopvang organiseren, zijn rook- en alcoholvrij. Dit geldt dus zowel binnen als buiten en bijvoorbeeld voor de kerstborrel, maar ook tijdens een uitje. En voor zowel de medewerkers als de ouders. Dit beleid is hetzelfde voor iedereen, er zijn geen uitzonderingen mogelijk. We handhaven het beleid door er regelmatig informatie over te geven en elkaar er open op aan te spreken.’
  • Leg in het beleidsplan ook vast dat de bso de ouders minimaal jaarlijks informatie geeft over de regels over roken en alcohol.

Het Longfonds heeft met de campagne ‘Op weg naar een rookvrije generatie’, onder meer hulpmiddelen ontwikkeld om stappen te zetten naar een rookvrije kinderopvang. Deze zijn ook bruikbaar als het gaat om alcohol. Zo is er bijvoorbeeld een folder met handreikingen over hoe u positief in gesprek kunt gaan met ouders. Dergelijke hulpmiddelen voor specifiek het primair onderwijs zijn te vinden op de website van de Gezonde School. Kijk voor meer inspiratie bij het maken van beleid en regels over roken en alcohol ook op de website van De gezonde school en genotmiddelen. Ook is daar bijvoorbeeld een brochure met tips voor een rookvrij schoolterrein te vinden.
 

Ontwikkelen

Ondersteun medewerkers die willen stoppen met roken door vanuit de organisatie een programma aan te bieden of ze te wijzen op bijvoorbeeld Ikstopnu.nl. Voor mensen die willen stoppen of minderen met alcohol is er bijvoorbeeld Alcoholinfo.nl.

Verwijs ouders naar voorlichting. Dit geldt vooral voor ouders van kinderen die bijna naar het voortgezet onderwijs gaan en is primair een taak voor de school. Ouders moeten weten wat er kan gebeuren als hun kind naar de brugklas gaat en in de puberteit komt. De houding van kinderen ten opzichte van roken en alcohol kan namelijk snel veranderen als ze op de middelbare school komen.

Wees u bewust van het feit dat u kinderen zonder het de gevaren van roken en alcohol te hebben, al weerbaarder kunt maken. Dit kan door hun sociaal-emotionele ontwikkeling te stimuleren. Hoe steunt u een onzeker of verlegen kind? Hoe gaat u om met pesten? Hoe leert u een kind nee zeggen? Wat kunt u doen om kinderen weerbaar te maken? Zie voor tips het thema Sociaal-emotionele ontwikkeling.
 

Omgeving

  • Betrek de ouders bij het maken van visie en beleid over een rook- en alcoholvrije kinderopvang. Zie hierboven bij Beleid voor hulpmiddelen voor het in gesprek gaan met ouders.
  • Denk bij het opstellen van de regels ook aan: geen cadeautjes van ouders aan medewerkers in de vorm van een fles wijn, geen versierde bierflesjes als vaderdagcadeau.
  • Informeer de ouders minimaal jaarlijks over de regels met betrekking tot roken en alcohol op de kinderopvang, bijvoorbeeld via een nieuwsbrief.
  • Verwijs ouders zo nodig of gewenst naar voorlichting/websites over kinderen en roken en alcohol (zie Tips en Meer informatie).
  • Stem ook af met de school als het gaat om de opvattingen en regels over een rook- en alcoholvrije kinderopvang. Probeer zoveel mogelijk hetzelfde beleid te volgen. Dit geldt niet alleen voor brede scholen maar ook als de kinderen van verschillende scholen komen.

Signaleren

  • Soms hebben kinderen problemen door problematisch middelengebruik van de ouder(s) of anderen in hun omgeving. Een signaal van middelengebruik door ouders kan bijvoorbeeld verwaarlozing zijn. Kinderen kunnen daardoor bijvoorbeeld gedragsproblemen, stress en angst gaan vertonen.
  • Soms rookt een kind zelf al of drinkt het alcohol. Signalen daarvan kunnen bijvoorbeeld middelen in de tas van het kind zijn of verhalen van anderen over middelengebruik door het kind.
  • Het is belangrijk signalen te bespreken met de pedagogisch staffunctionaris. Overleg samen hoe u met de ouders en/of het kind in gesprek gaat. 
  • Als u vindt dat er (ook) doorverwijzing nodig is, denk dan aan het schooladviesteam, de jeugdgezondheidszorg of Veilig Thuis.

Voorbeeldbeschrijving

  • Voor de veiligheid van uw kind en andere kinderen binnen de bso-locatie, vragen wij u om deuren en poorten achter u te sluiten. Ook verzoeken wij u uw tas, met bijvoorbeeld medicatie of sigaretten, niet binnen het bereik van kinderen te plaatsen. Al onze vestigingen zijn rookvrij. Er mag dus zowel binnen als op het buitenterrein niet worden gerookt. Lees meer
  • Onze kindercentra zijn strikt rookvrij. Dat betekent dat er binnen én buiten NIET gerookt mag worden. Lees meer
  • Wij zijn van mening dat roken en kinderen niet samengaan, daarom is het in de gebouwen en op het buitenterrein niet toegestaan te roken. Lees meer
  • In Kinderopvang Ommerkanaal geldt een algeheel rookverbod. Dit rookverbod geldt voor personeel en bezoekers van de locatie. Lees meer 
  • In de winter hebben we een kerstfeest/kerstborrel waar ook alle ouders en kinderen voor uitgenodigd worden. Vaak is dit in samenwerking met hiphop (de bso) en de school die aan ons plein vast ligt. In principe schenken we tijdens deze gelegenheden geen alcohol. Lees meer
  • Om elkaar in vrede te kunnen ontmoeten organiseren we dit jaar op donderdag 24 december tussen 15.00 en 16.00 uur een (alcoholvrije) kerstborrel van ouders en kinderen. Lees meer

Meer informatie

Informeer naar mogelijkheden voor ondersteuning bij de regionale GGD, de lokale jeugdgezondheidszorg of het Centrum voor Jeugd en Gezin.

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer