U bent hier

Sociaal-emotionele ontwikkeling bij baby's

De basis voor een goede sociaal-emotionele ontwikkeling van baby’s is een goede gehechtheidsrelatie. Deze relatie bouwt u op samen met een kind en zorgt ervoor dat hij weet dat u er zult zijn wanneer het nodig is. Sensitieve responsieve zorg is nodig om deze relatie te kunnen opbouwen: een pedagogisch medewerker ziet wat een kind nodig heeft en kan hier adequaat op reageren. In het dagelijks werk op een (baby)groep is het soms lastig om aan alle behoeftes van de kinderen tegelijkertijd te voldoen en het leren omgaan met de frustratie van wachten hoort onvermijdelijk bij de sociaal-emotionele ontwikkeling van baby’s op het kinderdagverblijf.

Geef alle baby’s sensitieve responsieve zorg

Sensitiviteit wil zeggen dat een pedagogisch medewerker de signalen van de baby’s tijdig opmerkt en binnen zijn (ontwikkelings)context weet te duiden. Responsieve zorg betekent dat de fysieke en emotionele verzorging wordt afgestemd op wat de baby op dat moment nodig heeft. Hiervoor moet u goed kijken naar signalen van de baby. Bijvoorbeeld: een tien maanden oude baby kan tijdens het fruithapje wijzen, babbelen en grijpen naar de lepel. Een pedagogisch medewerker weet dat de baby nog niet zelfstandig kan eten, maar dat het wel graag wil oefenen met zelfstandiger worden en geeft het kindje daarom een eigen lepel. Onderwijl voedt ze het bij met de tweede lepel. Dit is responsieve zorg omdat er is gekeken naar de signalen van de baby, nagedacht wat de baby bedoelde en de pedagogisch medewerker bedacht een manier om gevolg te geven aan de signalen terwijl de baby ook voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt.

  • Ken de baby’s: hoe heten de baby’s? Hebben ze broertjes of zusjes op hetzelfde dagverblijf? Wat voor karakter heeft de baby? Wat zijn de individuele voorkeuren? Welk speelgoed is favoriet? Hoe ziet het dagritme van elke baby eruit? Hoe goed of slecht hebben ze afgelopen nacht geslapen? Wat is de volgende ontwikkelingsstap waar ze voor staan?
  • Zorg voor een open en co operationele relatie met de ouders/verzorgers van de baby: praat regelmatig met hen, vraag hoe de nachten gaan, hoe het (introduceren van) eten gaat, hoe de persoonlijkheid van de baby is, wat de baby kalmeert of juist druk maakt, wat de favoriete bezigheid van de baby is. Vraag naar het dagritme thuis en kijk of deze op de dagopvang gevolgd kan worden. Zijn er rituelen of gebruiken waarvan het handig is om ze te delen om de zorg voor de baby zo vertrouwd mogelijk te laten verlopen? Een goede relatie tussen pedagogisch medewerkers en ouders zorgt ervoor dat de behoeften van baby’s beter worden ingeschat en zowel ouders al medewerkers zich meer gerespecteerd en gesteund voelen.
  • Wees beschikbaar als veilige haven: ga zitten op de grond en wees beschikbaar. De rollers, tijgeraars en kruipers zullen naar de pedagogisch medewerker toe kunnen komen uit interesse of voor steun. Houd een oog open voor de allerjongste die nog niet zelf nabijheid zoeken, herken hun signalen en biedt ze nabijheid, troost, knuffels en liefde.

Sluit aan bij de ontwikkeling van de baby

Baby’s leren door te kijken, ontdekken en spelen en ze volgen hierin hun eigen interesse. Ze ontwikkelen nieuwe vaardigheden wanneer u hen een klein beetje uitdaagt zonder dat ze te gefrustreerd worden wanneer het niet lukt. Bijvoorbeeld, als een baby van vijf maanden probeert om te rollen kunt u dit stimuleren door een speeltje naast hem te leggen zodat hij zal gaan reiken om erbij te kunnen.

  • Geniet samen met baby van de nieuwe ontdekking: het is gelukt, je kreeg de rammelaar te pakken. Of: je hebt me gevonden, je trok de doek weg en ik zat eronder.
  • Sluit aan bij bestaande vaardigheden, bijvoorbeeld: de baby geeft een blokje aan de pedagogisch medewerker, geef het terug en vraag daarna aan de baby om het blokje door te geven aan het kindje dat naast hem aan tafel zit. Of bij bouwen met blokjes, telkens eentje hoger dan voorheen te bouwen. 

Wees hartelijk, warm en koesterend

Vasthouden, wiegen, knuffelen, kusjes geven, koesteren, troosten, zingen en praten met de baby zorgt ervoor dat hij weet dat hij geliefd is. Soms is het makkelijker om liefde te voelen en te tonen voor de rustige baby’s met een makkelijk temperament. Maar het is juist ook belangrijk om de onrustige, huilende, moeilijkere, eenkennige baby’s met tand- of buikpijn op een koesterende manier te benaderen. Wanneer baby’s getroost worden tijdens hun moeilijke tijden, leren ze dat ze van u op aan kunnen, wat er ook gebeurd. Deze geborgen koestering is belangrijk voor de veilige gehechtheidsrelatie die ze met hun vaste pedagogisch medewerkers aan het opbouwen zijn.

Zorg dat kinderen zich vertrouwd en veilig voelen

Een pedagogisch medewerker zorgt ervoor dat baby’s zich vertrouwd en veilig voelen wanneer er wordt gereageerd op huilen en andere manieren van communicatie. Denk hierbij aan het optillen van een baby wanneer hij zijn armen naar u uitstrekt alsof hij vraagt ‘omhoog?’. Vertrouwdheid zit ook in voorspelbaarheid van de dag, de reacties van de pedagogisch medewerkers en rituelen die verandering inluiden. Het is de liefde en vertrouwdheid die ervoor zorgen dat een baby weet dat hij altijd kan terugvallen op de zorg van zijn vertrouwde pedagogisch medewerker. Dit bouwt zelfvertrouwen.

  • Wees een ‘veilige basis’. Jonge baby’s hebben hulp nodig bij het reguleren van hun emoties en kijken hierbij vaak naar hun primaire verzorgers of vertrouwde pedagogisch medewerkers. Zorg dat u dit signaal ziet en erop reageert. Maar ook: wees aandachtig aanwezig als een kruiper wegkruipt en ‘op onderzoek gaat’. Vaak kijken of komen ze nog even terug voor een check-in en een aanmoediging om verder te ontdekken.
  • Zorg voor voorspelbare routines. Het herkennen van ritmes en routines in de dag geven een baby houvast, maakt dat ze zich veilig voelen en controle hebben over wat er gaat gebeuren. Probeer het ritme op de groep gelijk te houden ondanks wisselende medewerkers en sluit aan bij routines die ouders gebruiken. 

Noa

De ouders van Noa (3,5 maand) maken eerst altijd tweemaal een zacht klapgebaar voordat ze Noa optillen, met één hand onder de billen en één hand onder de schouders. Noa weet al wanneer ze dat klapgebaar ziet, ze opgepakt wordt. Ze spant haar lichaam om zich daarvoor klaar te maken. Pedagogisch medewerkers op Noa’s groep zijn zich hiervan bewust, gebruiken hetzelfde gebaar en zien aan Noa of ze toestemming geeft om zich op te laten pakken. 

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer