U bent hier

Werken aan seksuele ontwikkeling

Waarom aandacht voor seksuele ontwikkeling?

Icoon seksuele ontwikkeling, kindje met hartSeksualiteit is een breed begrip. Bij kinderen kun je denken aan knuffelen, vriendschappen, lekker in je vel zitten, het eigen en andermans lichaam ontdekken en ‘fijne’ en ‘niet-fijne’ aanrakingen.

Een kind doorloopt elke ontwikkeling vanaf de geboorte in zijn of haar eigen tempo, dus ook de seksuele ontwikkeling. Daarom kunt u hier al op heel jonge leeftijd aandacht aan besteden. In de kinderopvang dragen medewerkers bij aan een gezonde en veilige seksuele ontwikkeling van kinderen. Medewerkers krijgen regelmatig te maken met gedragingen rondom intimiteit en seksueel getint gedrag waarop zij moeten reageren. Ouders maken zich soms zorgen over de seksuele ontwikkeling en het seksuele gedrag van kinderen. Pedagogisch medewerkers kunnen hen hierbij begeleiden en ondersteunen. 

Voorbeelden van vragen binnen kinderopvangorganisaties

  • Is het normaal dat een meisje van drie op haar stoel zit te wippen?
  • Wanneer is het gedrag onschuldig of niet schadelijk, en wanneer is er sprake van seksueel grensoverschrijdend gedrag?
  • Een jongetje van twee zit steeds aan zijn piemel. Moet ik daar iets mee?
  • Wat doe je als twee kinderen van vier hun broek uitdoen?

Tips: seksuele ontwikkeling

  • Wees op de hoogte van de seksuele ontwikkeling van kinderen van 0-4 jaar. Dit maakt dat u seksueel getint gedrag van een kind beter kunt duiden;
  • Geef kinderen positieve aandacht. Knuffel met ze en neem ze op schoot, lichamelijk contact hoort bij gezond hechtingsgedrag;
  • Beantwoord vragen van kinderen op hun eigen niveau. Krijgt u de vraag: ‘Waar komt een baby vandaan?’, zeg dan bijvoorbeeld: ‘Mama heeft een eitje en papa een zaadje, en als die samen komen groeit er een baby in de buik van mama’;
  • Kom terug op een vraag van een kind (of ouders) als u die niet direct kunt beantwoorden. Overleg bijvoorbeeld met collega’s of zoek het antwoord op in een boek of op internet.
  • Kom tot overeenstemming over welke termen u gebruikt om de geslachtsdelen te benoemen. Zo is is er helderheid voor zowel kinderen, ouders als pedagogisch medewerkers. Veelal vinden mensen het moeilijk om het geslachtsdeel van meisjes te benoemen. Het advies is om het woord ‘vagina’ te gebruiken.

Richtlijnen seksuele gezondheid

Het Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar beschrijft wat een pedagogisch medewerker kan doen om een kind te ondersteunen in de seksuele ontwikkeling:

  • De pedagogisch medewerker ondersteunt de kennis van het eigen lichaam door woorden te geven aan de geslachtsdelen en gevoelens die ze bij de kinderen ziet. Ze benoemt het verschil tussen jongens en meisjes wanneer ze merkt dat kinderen daar aandacht voor hebben. Ze geeft antwoord op vragen van kinderen. Ze benoemt wat kinderen met elkaar doen en ze helpt kinderen om elkaar grenzen te stellen. Ze biedt ruimte én ook grenzen voor seksueel getint gedrag. Ze bespreekt wat ‘fijn’ is en ‘niet-fijn’ en dat kinderen rekening moeten houden met wat andere kinderen willen. Ieder kind heeft recht op privé. Zelf heeft de pedagogisch medewerker een voorbeeldfunctie in de overdracht van waarden op seksueel gebied.
  • De pedagogisch medewerker gaat behoedzaam om met de geslachtsdelen van de kinderen. Ze geeft technische en emotionele informatie aan kinderen die met hun lichaam bezig zijn. Ze merkt op wanneer kinderen lustgevoelens ervaren en ze respecteert dat. Wanneer kinderen elkaar aanraken, leert ze hen de behoefte aan privacy van de ander op te merken en die te respecteren. Ze leert kinderen ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen wanneer een ander hen aanraakt. 

Aan de slag met seksuele ontwikkeling (beleid, ontwikkelen, omgeving, signaleren)

Omdat kinderen vanaf de geboorte een seksuele ontwikkeling doormaken, is het goed om er in het beleid expliciet aandacht aan te besteden. Verder is het van belang dat pedagogisch medewerkers kennis hebben over de seksuele ontwikkeling bij kinderen. Kennis en interactievaardigheden bepalen grotendeels hoe zij met gedrag van kinderen rondom seksualiteit omgaan. Daarnaast heeft de –sociale en fysieke- omgeving een belangrijke invloed op het seksuele gedrag van kinderen. Tot slot is het van groot belang om in situaties die voor kinderen bedreigend of gevaarlijk zijn, signalen te herkennen, die juist te interpreteren en weten wat ermee te doen.
 

Beleid

Een kinderopvangorganisatie kan ervoor kiezen het onderwerp seksuele ontwikkeling op te nemen in het beleid. Daarbij is preventie van seksueel misbruik het vermelden waard, maar minstens zo belangrijk is het om oog te hebben voor de alledaagse gezonde en veilige seksuele ontwikkeling van jonge kinderen. De Wet Kinderopvang gaat uit van vier algemene ontwikkelingsdoelen die ook rondom seksualiteit van toepassing zijn:

  1. Emotionele veiligheid bieden;
  2. De ontwikkeling van sociale competenties stimuleren;
  3. De ontwikkeling van persoonlijke competenties stimuleren;
  4. Waarden en normen overdragen.

Om beleid te maken is het belangrijk de visie is van uw organisatie over seksuele ontwikkeling te kennen. Het gaat dan om:

  • Het pedagogisch klimaat van uw organisatie, met name hoe u kinderen begeleidt in hun seksuele ontwikkeling;
  • Een sociaal veilige omgeving (gedragsregels over sociale omgang), maar ook een fysieke omgeving die wat indeling en materialen betreft veilig is;
  • Ouders betrekken;
  • (Seksueel) misbruik signaleren en weten hoe te handelen;
  • De deskundigheidsbevordering van medewerkers;
  • Een vertrouwenspersoon aanstellen;
  • Een klachtenprocedure opstellen.

Ontwikkelen

Jonge kinderen willen alles ontdekken. Ze zijn dus ook nieuwsgierig naar hun eigen lichaam en dat van andere kinderen en volwassenen. Ze willen bijvoorbeeld weten wat het verschil is tussen een jongen en een meisje. Kinderen houden van knuffelen en aangeraakt worden. Baby’tjes kunnen hun geslachtsdeel al toevallig aanraken. Kinderen vanaf 1 jaar kunnen al heel gericht aan hun piemel of vagina zitten. Of ze drukken hun beentjes tegen elkaar of vertonen rijgedrag op hun knuffel. 
 

U speelt in op de seksuele ontwikkeling door kinderen positieve aandacht te geven (knuffelen, op schoot nemen), vragen op hun eigen niveau te beantwoorden en afspraken met ze te maken. Bijvoorbeeld dat je wel aan je piemel mag zitten als je op de wc zit of in bed ligt, maar niet als je aan tafel zit. Het belangrijk een alternatief te bieden als u zegt dat iets niet mag. Op die manier weet het kind dat het gedrag oké is, alleen niet in alle situaties.
 

Rond 2,5-3 jaar, vaak rond het zindelijk worden, begint bij sommige kinderen de vieze-woorden-fase. Ze vinden het dan interessant om vieze woorden te gebruiken, vooral omdat ze merken dat bepaalde woorden zeggen een reactie oproept bij anderen. In deze fase ontdekken kinderen dat ze een jongen of een meisje zijn. Ze spelen graag spelletjes waarmee ze hun lichaam en dat van anderen ontdekken (‘doktertje spelen’). Door dat samen spelen ontdekken ze wat ze prettige en niet-prettige aanrakingen vinden.
 

U kunt hierbij ondersteunen door afspraken te maken en spelregels op te stellen. Bij ‘vieze woorden’ kunt u afspreken dat kinderen elke dag vijf minuten lang onbeperkt vieze woorden mogen zeggen. En bij ‘doktertje spelen’ bijvoorbeeld dat ze dat alleen doen als ze het allebei willen, en dat ze elkaar geen pijn doen. U spreekt ook af dat het niet de bedoeling is objecten bij elkaar naar binnen te brengen (oor, neus, oog, vagina, anus).
 

Wat kunt u verder doen?

  • Prentenboeken laten zien.
  • Inspelen op wat er op dat moment gebeurt:
    - als een moeder zwanger is hier boekjes over lezen,
    - als kinderen vaak doktertje spelen, doktersspulletjes aanschaffen,
    - bij interesse in zindelijkheid dit extra stimuleren.
  • Anatomisch correcte poppen aanschaffen voor de poppenhoek en potjes voor poppen, doktersspulletjes en puzzels van het lichaam.
  • Knutselen rondom ‘lichaam’, ‘gezin’, of ‘groei’.
  • Bewegingsactiviteiten: dansen op liedjes als ‘hoofd, schouder, knie en teen’ en ‘met de vingertjes’. Breng variatie aan op deze liedjes door ook andere lichaamsdelen, ook de geslachtsdelen, te benoemen. Op deze manier krijgen kinderen al van jongs af aan mee dat ze deze lichaamsdelen mogen benoemen en dat ze niet alleen bedoeld zijn om mee te plassen.

Omgeving

Zowel de fysieke als de sociale omgeving dienen gezond en veilig zijn. De sociale omgeving zijn ouders, professionals en andere kinderen. Bij de fysieke omgeving gaat het om de indeling van de ruimte, met oog voor behoefte aan privacy of juist transparantie.
 

Sociale omgeving 

  • Formuleren van eenvoudige omgangsregels (zie voorbeelden in het beleid van SKSG);
  • Een vertrouwde en veilige sfeer creëren;
  • Ouders informeren over de seksuele ontwikkeling van kinderen. Bied daarbij veel ruimte voor vragen en zorgen van ouders. 

Het draaiboek Kriebels op school bevat informatie die ook bruikbaar is binnen de kinderopvang, bijvoorbeeld als u een ouderavond wilt organiseren. 

Tip: Wijs ouders op de beschikbare brochures en boeken over seksuele ontwikkeling en seksuele opvoeding.
 

Fysieke omgeving

Van belang is zowel aandacht te hebben voor de behoefte aan privacy van het kind als aan de behoefte om bij elkaar te ontdekken hoe jijzelf en de ander er uit ziet. Dat verschilt per kind en per situatie. Hierbij kunt u denken aan de ruimte zodanig in te richten dat kinderen enerzijds privacy hebben, maar al naar behoefte ook gezamenlijk in de badkamer/verschoonruimte kunnen zijn. Daar zien ze dat baby’s verschoond worden en dat anderen zichzelf uitkleden en zelfstandig naar het toilet gaan. 
 

Signaleren

Veel seksueel gedrag dat kinderen vertonen is ‘normaal’, oké gedrag. Voor pedagogisch medewerkers is het soms lastig in te schatten wanneer gedrag ‘normaal’ is wanneer niet. De criteria in het Vlaggensysteem van Sensoa en Movisie helpen om seksueel gedrag van kinderen te duiden en beoordelen. 

Voorbeeld beleidsplan

SKSG (Stichting Kinderopvang Stad Groningen) heeft een beleidsplan Seksualiteit ontwikkeld.

Meer informatie

Informeer naar mogelijkheden voor ondersteuning bij uw regionale GGD

Voor deskundigheidsbevordering en advies kunt u ook terecht bij Rutgers, kenniscentrum seksualiteit. 

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer