U bent hier

Sociaal-emotionele ontwikkeling bij peuters

Help een peuter gevoelens herkennen en begrijpen

Na de dreumestijd waarin een kind zichzelf als individu leert identificeren, staat een peuter voor de uitdaging te leren omgaan met complexere gevoelens als schaamte, schuldgevoelens en jaloezie. Help een kind deze gevoelens te herkennen door ze te benoemen en omschrijven: je voelt je verdrietig en jaloers omdat Stijn nu met de brandweerauto speelt waar jij ook mee wilt spelen. Ik begrijp dat dat lastig is. Jij kunt nu nog kiezen uit de ambulance of de rode raceauto.

Wanneer u peuters leert woorden te geven aan hun gevoelens, dan kunnen ze de heftige emoties die ze voelen zelf ook op een gepaste wijze kenbaar maken in plaats van er direct naar handelen met mogelijk woede-uitbarstingen of teruggetrokken buien tot gevolg.

  • Verken gevoelens door spel. Speel (rollen)spellen met de poppen en introduceer hierin bewust herkenbare frustraties of angsten zoals jaloezie, speelgoed leren delen, een nieuw speelkameraadje leren kennen op de groep of de spanning van een dag met een invalmedewerker. Lees boekjes over gevoelens, vraag kinderen: welk kindje ziet er boos uit? Wie bang? Bespreek het verhaal.
  • Observeer spel en identificeer ontwikkelopgaven. Observeer het spel van kinderen en herken de ontwikkelopgaven waarvoor zij staan. Denk bijvoorbeeld aan twee peuters die samen met de auto’s spelen maar telkens blijven botsen omdat ze op hetzelfde weggetje rijden. De ruzie die de auto’s maken staat hier symbool voor de onderlinge verhouding tussen de kinderen die zo leren om de beurt te gaan en te delen.
  • Help een kind bij heftige emoties uiten. Peuters kunnen sterke emoties ervaren: boosheid, jaloezie en angst. Bied een peuter ruimte om die te uiten, door bijvoorbeeld te stompen in een kussen, even buiten te gillen of flink te stampen met de voeten. De manier waarop een pedagogisch medewerker hiermee om zal gaan, is veelal afhankelijk van de filosofie die een kinderdagverblijf aanhangt, welke beschreven is in het beleid. 

Moedig prille vriendschappen aan

Kinderen leren het meest met en van elkaar. Binnen een sterke vriendschapsband leren kinderen delen, op hun beurt wachten, conflicten oplossen en plezier te hebben van een vertrouwde vriend. Samen spelen is een natuurlijke manier om dit te leren.

  • Biedt activiteiten waarbij peuters niet hoeven te delen. Zo ondernemen peuters samen een activiteit waarbij u de kans op conflicten verminderd. Denk aan knutselen, muziek maken waarbij ieder zijn eigen instrument heeft, of zand en water met ruim voldoende materiaal.
  • Daag een peuter uit na te denken over het effect van het eigen gedrag op een ander. ‘Ik hoorde dat je Lola vertelde dat ze niet met de bal mag spelen. Kijk eens naar haar gezicht, hoe denk je dat zij zich nu voelt?’
  • Help een peuter zich verplaatsen in een ander en stimuleer zo de ontwikkeling van empathie. ‘Mo voelt zich verdrietig omdat zijn mama net is weggegaan. Zullen we vragen of hij gezellig samen met ons een boekje gaat lezen op de bank?’
  • Houd oog voor de verhoudingen binnen een groep. Hoewel het vormen van vriendschapsbanden wordt aangemoedigd, is het belangrijk om te monitoren of deze niet te exclusief worden. Dus dat twee vriendjes enkel nog met elkaar spelen en andere kinderen uitsluiten van samenspel. Reik de kinderen alternatieve spellen aan waarbij ze meer groepsgenootjes betrekken. Houd oog voor een evenwichtig samenspel binnen een groep met ruimte voor speciale vriendschappen.

Geef keuzemogelijkheid en laat de keuze bij de peuter

Onder een goede sociaal-emotionele ontwikkeling valt ook ontdekken wat je leuk vindt om te doen. Als pedagogisch medewerker is het van belang dat u weet waar de interesses van individuele kinderen liggen, dat u daarbij aansluit en bedenkt hoe u hierop voort kunt bouwen. Colin houdt van spelen met de houten trein en neemt vaak zijn favoriete treintje mee van thuis. Het zelfstandig bouwen van een railsysteem is nog erg lastig. Pedagogisch medewerker Lisette leert Colin eerst de meest simpele vorm, een cirkel, zelfstandig te leggen. Wanneer hij dat onder de knie heeft, gaat ze variëren op dat thema door lengtestukken toe te voegen.

  • Benoem wat kinderen doen: je gebruikt veel prachtige kleuren in jouw tekening. Of: jullie spelen samen doktertje en luisteren om beurten naar elkaars hartslag.
  • Speel actief mee maar volg het initiatief van de kinderen. Twee vriendinnen doen alsof ze gaan picknicken. De pedagogisch medewerker mag meedoen en vraagt welk eten ze zullen meenemen. Samen ‘vullen’ ze een echt mandje boordevol verzonnen voedsel: pannenkoeken, peren, water, ijsjes, bananen en pasta.
  • Spontane leermomenten. Maak gebruik van spontane leermomenten tijdens het spel: welk weer is fijn picknickweer? Wat hebben we nog meer nodig als we gaan picknicken? 

Sluit aan bij het niveau

Jonge kinderen leren het meest tijdens spel- en ontdeksituaties die aansluiten bij hun ontwikkelingsniveau.

  • Voldoende uitdaging: peuter leren iets nieuws te doen wanneer ze voldoende uitdaging en soms hulp krijgen.
  • Helpen zelfstandig oplossingen te vinden: geef kinderen tijd om zelf een oplossing voor een probleem te vinden. Geef bij een vraag niet onmiddellijk antwoord, of neem geen taak uit handen. Stel een tegenvraag, doe iets samen met het kind of laat het hem zelf doen.
  • Prijs de inzet, niet het resultaat: het doel is kinderen een goed gevoel te geven over de inspanning die ze verrichten. Het gaat niet om het resultaat. Niemand kan iets in één keer goed te doen, iedereen moet leren. 

Conflicten

Helpen zelfstandig oplossingen te vinden geldt ook bij conflicten tussen peuters. Zij kunnen een sterke wil hebben en weten dit duidelijk kenbaar te maken. Peuters staan aan het begin van zelfcontrole en kunnen impulsief reageren. Het is van belang dat pedagogisch medewerkers weten hoe ze een peuter manieren aanreiken om met deze heftige emotie om te gaan. 

Geef om te beginnen als pedagogisch medewerker altijd het goede voorbeeld door geduldig en bedachtzaam te reageren. Belangrijk is verder dat je in de buurt bent tijdens samenspel. Geef steun wanneer ze het lastig vinden om te delen of op hun beurt te wachten. Bied ook afleiding.

Geef een vertrouwd gevoel

Peuters gaan voortdurend op ontdekkingstocht, afhankelijk van het karakter van het kind kan deze tocht voorzichtig of juist onstuimig zijn. Een pedagogisch medewerker kan bijdragen aan het zelfvertrouwen van een peuter door zijn ontdekkingsdrang aan te moedigen maar grenzen helder te blijven aangeven.

  • Wees een veilige haven: blijf binnen bereik als veilige basis voor de nodige steun en geruststelling. Dat kan een knuffel of een bemoedigende blik zijn. Of een bemiddeling van een conflict dat is ontstaan door sociale onhandigheid. De pedagogisch medewerker biedt deze vertrouwde basis voor een hele groep kinderen tegelijkertijd. Daarom is het belangrijk dat kinderen weten waar u bent. Dat kan wel eens lastig zijn. Soms moet u ook keuzes maken: welk kind troost u als eerste wanneer er meerdere tegelijk huilen of op een andere manier om aandacht vragen? Het helpt om dit te benoemen en kinderen te vertellen wat u doet.
  • Zorg voor voorspelbare routines en herkenbare overgangen tussen activiteiten.

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer