U bent hier

Werken aan fysieke veiligheid

Waarom aandacht voor fysieke veiligheid?

Icoon fysieke veiligheid, kindje op trapEen veilige omgeving draagt bij aan de gezonde ontwikkeling van het kind. Jaarlijks krijgen 1.400 kinderen van 0-4 jaar in het kinderdagverblijf een ongeval waarvoor een behandeling op de Spoed Eisende Hulp (SEH) noodzakelijk is. Vaak is een val van een bank, stoel of speeltoestel de oorzaak van het ongeval. Ook struikelen kinderen vaak of zitten ze met hun vingers tussen de deur of botsen ze tegen een deurpost, tafel of ander kind. 

Tips: fysieke veiligheid

  • Zorg voor goed toezicht binnen uw groepen, laat kinderen niet alleen.
  • Professionaliseer uw medewerkers op veilig gedrag. Laat medewerkers een mix bieden van veiligheid aan de ene kant en uitdagende leermomenten aan de andere kant.  
  • Registreer alle ongevallen, bijna-ongevallen en gevaarlijke situaties.
  • Doorloop structureel alle acties van de risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid.
  • Maak de omgeving veilig: breng fysieke aanpassingen aan in de omgeving. Plaats bijvoorbeeld afdekstrips bij deurposten, monteer traphekjes en beveilig ramen en stopcontacten. Zorg voor veilig speelgoed, stevige kinderstoelen en veilige bedjes.
  • Blijf in de buurt bij mogelijk val- of botsgevaar. Maak natte plekken op de vloer direct droog en houd hete koffie of thee buiten het bereik van de kinderen. 

Richtlijnen fysieke veiligheid

De wet Kinderopvang eist dat ondernemers in de kinderopvang:

  • Jaarlijks een risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid uitvoeren.
  • Inzicht geven in hun veiligheids- en gezondheidsbeleid (actieplan).
  • Ongevallen registreren.

De toezichthouder van de GGD toetst de veiligheid op basis van:

  • De risico-inventarisatie die door de locatie is uitgevoerd.
  • Het actieplan van de locatie.
  • Een steekproefsgewijze controle.

De toezichthouder wil zien:

  • Wat de locatie aan veiligheid doet of heeft gedaan. 
  • Welke risico’s op de locatie spelen en op welke risico’s er wel of juist geen actie is ondernomen (en waarom niet). 
  • Of de locatie het veiligheidsbeleid evalueert en onder de aandacht van de medewerkers blijft brengen.  

Elke kinderopvangorganisatie bepaalt zelf hoe ze de toezichthouder informeert over bovenstaande punten. U brengt in ieder geval uw gegevens in kaart door een inzichtelijk beleid te voeren. 

Aan de slag met veiligheid (beleid, ontwikkelen, omgeving, signaleren)

Elke dag opnieuw kunnen zich risico’s voordoen. Een veilige omgeving betekent anticiperen op die risico’s. Zo’n omgeving creëert u door veiligheid op te nemen in uw beleid, een goede balans tussen ontwikkeling stimuleren en veiligheid, de omgeving op veiligheid aan te passen en te signaleren waar veiligheid in het geding is en verbeterd kan worden.
 

Beleid

  • Stel beleidsregels op over hoe u omgaat met risico’s en veiligheid en leg die vast in een duidelijk en inzichtelijk beleidsplan: het verplichte protocol.
  • Laat ouders en kinderen duidelijk weten hoe de regels vanuit dat beleid er uit zien.  
  • Zijn er meerdere locaties? Stel de afspraken dan per locatie vast en zorg dat iedereen ze kent. Voor multifunctionele gebouwen geldt dat u uw veiligheidsbeleid op elkaar afstemt.
  • Voer jaarlijks een risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid uit op elke locatie, gebruik daar bijvoorbeeld de risicomonitor bij.
  • Stel vervolgens een actieplan op. Monitor op vaste tijden én bij calamiteiten hoe het gaat met de voortgang van het actieplan. Bespreek de risico-inventarisaties steeds met uw team.
  • Geef in het actieplan expliciet aan waarom u bepaalde risico’s aanvaardt. Hebt u bijvoorbeeld agrarische kinderopvang, dan is het voorstelbaar dat u voor dieren kiest.
  • Toets uw veiligheidsbeleid jaarlijks aan nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld nieuwe wetgeving over kinderbedjes of speeltoestellen. 

Ontwikkelen

Aan de ene kant hebben kinderen een veilige omgeving nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen. Aan de andere kant leren kinderen vooral door ervaringen op te doen. Die twee staan vaak op gespannen voet met elkaar. Het kind beschermen tegen gevaren, maar het ook laten kennismaken met risico’s kunt u vanuit verschillende invalshoeken aanpakken:

  • Geef het kind de ruimte om te leren door ervaringen op te doen waar een verantwoord risico aan zit.  
  • Geef zelf het goede voorbeeld.
  • Houd toezicht en neem de nodige maatregelen om ongelukken te voorkomen.
  • Voed het kind op: stel grenzen en regels op, maar niet meer dan drie tegelijk. Geef duidelijke en concrete aanwijzingen (met voorbeelden) over wat ze wel en niet mogen.  Vertel op rustige toon waarom iets gevaarlijk is. Spreek het kind aan op zijn eigen niveau.

Het is lastig om een grens te trekken tussen bescherming en zelf laten ontdekken, veel ouders en pedagogisch medewerkers worstelen ermee. Ervaringen uit de eigen jeugd en andere persoonlijke ervaringen spelen vaak (onbewust) een rol. Kijk daarom naar de collectieve grenzen van uw organisatie, maar leg uw persoonlijke grenzen ernaast. Bespreek bij twijfel de risico’s van pedagogisch gedrag altijd met collega’s of leidinggevenden.

Wat helpt:

  • Zelfvertrouwen is de basis voor veilig gedrag. Zorg dat een kind zelfvertrouwen kan ontwikkelen door hem te stimuleren dingen zelf te doen. 
  • Wat kan het kind wel en niet? Goed kijken is het halve werk.
  • Vermijd verbod-situaties zoveel mogelijk, teveel verboden zorgt voor angst of onnodige terughoudendheid. 
  • De scholing Een Gezonde Start brengt pedagogisch medewerkers extra kennis en vaardigheden bij. Onder andere veiligheid, voeding en beweging komen aan bod. 

Omgeving

Veiligheid is een wisselwerking tussen de omgeving en het gedrag van de kinderen. Organiseer voorlichtingsavonden over veiligheid voor ouders én medewerkers. Kies dan voor één thema, zoals veilig slapen. Bespreek met ouders waarom het zo belangrijk is dat kinderen leren omgaan met risico’s. Vertel hoe belangrijk het is dat kinderen zelf oplossingen bedenken voor moeilijke situaties. Een ongelukje hoort daarbij, je leert niet lopen zonder te vallen!
 

Signaleren

  • Benoem ieder jaar opnieuw de acties bij de risico-inventarisatie die nodig zijn om de kans op risico’s te verkleinen, want elk gebouw of elke omgeving, nieuw of oud, verandert voortdurend.
  • Binnen een team leert u van ervaringen van anderen. Registreer alle ongevallen en bijna-ongevallen in een registratiesysteem. Zo brengt u onvermoede gevaarlijke situaties aan het licht. Neem maatregelen om die situaties in de toekomst te voorkomen.  

De Risico-monitor

De Risico-monitor biedt handvatten om een verantwoord veiligheidsbeleid op te zetten. Dat houdt bijvoorbeeld in het opstellen een ontruimingsplan, een arbo-intventarisatie en een hygiënecode en het oefenen met een EHBO en brandveiligheid. 

De Risico-monitor waarborgt de veiligheid in uw kinderopvang op een overzichtelijke manier en staat in het activiteitenoverzicht Gezonde Kinderopvang.

Dilemma

Joris (1 jaar) klimt sinds kort graag op de bank of op een stoel. Hij is daar nog niet zo vaardig in. Als pedagogisch medewerker kunt u hem dat verbieden, maar hij moet het óók leren. Een goede oplossing is om de grootste risico’s te beperken: leg bijvoorbeeld een matje, kussen of zitzak naast de bank. Als Joris nu valt, val hij zacht. Blijf ook in de buurt, zodat u indien nodig kunt helpen. U hebt nu een veilige omgeving geschapen waarin Joris zelf kan experimenteren. Dit past u natuurlijk ook toe in andere situaties waarin het gaat om klimmen, klauteren of rennen.

Bron: Een Gezonde Start

Meer informatie

Informeer naar mogelijkheden voor ondersteuning bij uw regionale GGD

Kijk naar ondersteuningsmogelijkheden bij het werken met de Risico-monitor

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer