Icoon seksuele ontwikkeling

Aandacht besteden aan de relationele en seksuele ontwikkeling in de kinderopvang of gastouderopvang loont. Leren doen kinderen overal waar ze tijd doorbrengen: thuis, op school en dus ook op de opvang. Ze zijn nieuwsgierig, ontdekken samen en doen elkaar na. Het is daarom belangrijk dat ook pedagogisch professionals en gastouders kinderen kunnen ondersteunen in de relationele en seksuele ontwikkeling. Op deze pagina lees je hoe je dit blijvend onderdeel maakt van jullie dagelijkse praktijk en beleid.

Waarom werken aan relationele en seksuele ontwikkeling?

  • De relationele en seksuele ontwikkeling is onlosmakelijk verbonden met de algemene ontwikkeling van een kind en begint al bij de geboorte.
  • Relationele en seksuele ontwikkeling gaat niet alleen over leren over seksualiteit, maar ook over het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en normen en waarden over lichaam, vriendschap, gevoelens, zelfbeeld en respect voor zichzelf en anderen.
  • Kinderen tussen de 4 en 12 jaar hebben vragen over relaties en seksualiteit, en het is belangrijk dat pedagogisch medewerkers en gastouders als medeopvoeders hierop inspelen, betrouwbare informatie geven die past bij de leeftijd, en een open gesprek stimuleren.
  • Pedagogisch professionals en gastouders kunnen als medeopvoeders bijdragen aan een gezonde seksuele ontwikkeling door voor kinderen vanaf jonge leeftijd een veilige omgeving te creëren waarin ze kunnen leren en experimenteren.
  • Het is belangrijk dat pedagogisch professionals en gastouders beschikken over basiskennis en vaardigheden om kinderen te begeleiden in hun seksuele ontwikkeling en om adequaat in te gaan met vragen en zorgen van kinderen en ouders/verzorgers.
  • Een gezonde relationele en seksuele ontwikkeling biedt kinderen de kennis en vaardigheden waarmee ze later gelukkige en veilige relaties aan kunnen gaan. Kinderen krijgen een positief zelf- en lichaamsbeeld, meer zelfvertrouwen en kunnen beter voor zichzelf opkomen. Ze leren eigen en elkaars wensen en grenzen aan te geven en te herkennen en respecteren.

Aan de slag met relationele en seksuele ontwikkeling

Met het Stappenplan werken aan Gezonde Kinderopvang zorg je voor blijvend resultaat. Werk aan relationele en seksuele ontwikkeling in jullie kinderopvangorganisatie of gastouderbureau op de pijlers beleid, ontwikkelen, omgeving en signaleren. Zo maak je meer impact, weten we uit onderzoek. Lees hieronder aan welke activiteiten je per pijler kunt denken.

Zorg ervoor dat relationele en seksuele ontwikkeling een vaste plek heeft in jullie beleid.

Beleid
  • Stel beleid op voor relationele en seksuele ontwikkeling. Welke visie heeft jullie kinderopvangorganisatie of gastouderbureau op dit thema?
  • Beschrijf in het beleid in ieder geval wat jullie doen om bij te dragen aan een gezonde relationele en seksuele ontwikkeling van de kinderen.
  • Bedenk als gastouderbureau hoe je gastouders kunt ondersteunen bij het vastleggen van het beleid voor relationele en seksuele vorming in hun pedagogisch werkplan.
  • Je kunt het themabeleid ook koppelen aan het pedagogisch beleid, gezondheids- en veiligheidsbeleid.
  • Houd bij het opstellen van beleid rekening met de Wet kinderopvang. Deze wet gaat uit van algemene ontwikkelingsdoelen die ook rondom relationele en seksuele ontwikkeling van toepassing zijn:
    • Emotionele veiligheid bieden in een veilige en gezonde omgeving.
    • De ontwikkeling van persoonlijke en sociale competenties stimuleren.
    • Waarden en normen overdragen.
  • Maak beleid op basis van de visie die de organisatie heeft op relationele en seksuele vorming. Het gaat dan om:
    • Pedagogisch klimaat: de gezonde relationele en seksuele opvoeding en ontwikkeling van kinderen (en eventuele hoe pedagogisch medewerkers en gastouders met elkaar en ouders/verzorgers omgaan).
    • Een sociaal veilige omgeving (gedragsregels over sociale omgang en gedragscode voor medewerkers) maar ook een fysieke omgeving die veilig is ingedeeld, met veilige materialen.
    • De deskundigheidsbevordering van pedagogisch medewerkers of gastouders: basiskennis van gezonde relationele en seksuele ontwikkeling van kinderen.
    • Relationele en seksuele opvoeding in de praktijk: omgaan met vragen en gedrag.
    • Ouders/verzorgers informeren en betrekken.
    • Signaleren van seksueel grensoverschrijdend gedrag en (seksueel) misbruik en weten hoe te handelen.
    • Een vertrouwenspersoon aanstellen.
    • Een klachtenprocedure opstellen.
Betrekken en informeren
  • Informeer medewerkers, gastouders, ouders/verzorgers en oudere kinderen tenminste jaarlijks over het beleid.
  • Betrek de ouderraad en ouders/verzorgers bij het ontwikkelen van een visie, beleid en gedragsregels voor het thema relationele en seksuele ontwikkeling. Zo stem je voor een groot deel af met ouders/verzorgers over het beantwoorden van vragen van kinderen en informatie die je geeft aan kinderen. De organisatie bepaalt uiteindelijk zelf de visie en het beleid.
  • Informeer ouders/verzorgers over het beleid van de organisatie via een (digitale) nieuwsbrief.
  • Wees je ervan bewust dat het betrekken en informeren van ouders/verzorgers heel belangrijk op dit thema is. Ouders/verzorgers zijn graag op de hoogte van het beleid als het gaat om gezonde relaties en seksualiteit, zodat ze weten wat hun kinderen meekrijgen. Door ouders/verzorgers hier goed over te informeren kunnen ze er thuis ook met hun kinderen over praten en hun eigen normen en waarden meegeven.
  • Meld veranderingen in het beleid, bijvooorbeeld na evaluatie, via een nieuwsbericht op de website of in een nieuwsbrief.
Borgen
  • Borg taken en verantwoordelijkheden. Maak bijvoorbeeld één medewerker verantwoordelijk voor het actualiseren van het beleid voor relationele en seksuele ontwikkeling.
  • Denk ook aan uitvoeren en handhaven van het beleid, inclusief afstemming en communicatie met medewerkers, gastouders, ouders/verzorgers en kinderen.
Evalueren
  • Evalueer jaarlijks jullie beleid.
 Tips bij pijler Beleid
  • Bij aandacht voor het onderwerp seksualiteit in visie en beleid gaat het meestal over twee aspecten: het bevorderen van een gezonde relationele en seksuele ontwikkeling en de preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag.
  • In het Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar wordt het aandachtsgebied gezonde relaties en seksualiteit duidelijk onderkend en staan voorbeelden van wat een pedagogisch medewerker op dit gebied kan doen. Bijvoorbeeld: "De pedagogisch medewerker ondersteunt de kennis van het eigen lichaam door woorden te geven aan de geslachtsdelen en aan de gevoelens die ze bij kinderen ziet."
  • Een organisatie in de kinderopvang kan op verschillende manieren laten zien dat er positieve aandacht is voor het thema gezonde relaties en seksualiteit. Een paar voorbeelden:
    • In een folder en/of op de website het thema gezonde relaties en seksualiteit benoemen en hierbij een voorbeeld geven van ontdekgedrag van kinderen dat zich kan voordoen, zoals doktertje spelen en vieze woorden zeggen.
    • Het onderwerp seksualiteit als vast aandachtsgebied benoemen bij verschillende vastliggende momenten in de opvang van de kinderen, zoals het verschonen van kinderen.
    • Afspraken binnen het team maken over hoe jullie omgaan met ontdekgedrag, hoe jullie kunnen reageren op vragen/opmerkingen van kinderen op dit gebied en ook op de van ouders/verzorgers.
    • Het thema gezonde relaties en seksualiteit specifiek opnemen als vast agendapunt bij de verschillende overlegmomenten, zoals teamoverleg.

Bied kinderen, medewerkers en gastouders activiteiten aan rond relationele en seksuele ontwikkeling. Met als doel dat zij hun kennis vergroten, vaardigheden aanleren en positief zijn over relationele en seksuele ontwikkeling.

Bijscholing
Kennis en activiteiten
  • Lees meer informatie per leeftijdscategorie over hoe de seksuele ontwikkeling van kinderen verloopt en hoe pedagogisch medewerkers en gastouders daarmee kunnen omgaan. In het algemeen geldt dat het altijd aan te raden is de aanpak af te stemmen met de ouders/verzorgers.
  • Maak  gebruik van het digitale lespakket Kriebels in je buik van Rutgers. Dit bevat lessen over weerbaarheid, relaties en seksualiteit die aansluiten bij leeftijd en belevingswereld van kinderen. Ook pedagogisch professionals kunnen inspiratie en informatie halen uit dit pakket. Inspiratie is ook te vinden op de website seksuelevorming.nl.
  • Gebruik inclusieve taal. Bijvoorbeeld: ‘Is er een sterk kind dat mij kan helpen met deze tafel?’ in plaats van ‘Is er een sterke jongen …’
  • Zorg voor activiteiten waarmee die een gezonde relationele en seksuele ontwikkeling van de kinderen ondersteunen. Bijvoorbeeld:
  • Spelen met geschikte materialen, zoals poppen waarvan het lichaam overeenkomt met de werkelijkheid; doktersspulletjes en puzzels over het lichaam, bijvoorbeeld lagenpuzzels van jongens en meisjes.
  • Knutselen rondom ‘lichaam’, ‘gezin’, of ‘groei’ of themaweken organiseren rondom deze onderwerpen. Sluit bijvoorbeeld aan bij de Week van de Lentekriebels dat in het basisonderwijs wordt georganiseerd.
  • Bewegingsactiviteiten bij kinderen tot 6 jaar: dansen op liedjes als ‘hoofd, schouder, knie en teen’ en ‘met de vingertjes’. Breng variatie aan op deze liedjes door ook andere lichaamsdelen, waaronder de geslachtsdelen, te benoemen. Op deze manier krijgen kinderen al van jongs af aan mee dat deze lichaamsdelen erbij horen – net als een neus of een voet – en dat ze deze mogen benoemen. Hoe de geslachtsdelen genoemd worden op de opvang kan vastgelegd worden in het beleid.
Goede voorbeeld
  • Gezond voorbeeldgedrag van medewerkers en gastouders is belangrijk voor de relationele en seksuele ontwikkeling van kinderen. Het helpt hen om een positieve basis te leggen voor (toekomstige) relaties, bevordert emotionele en sociale vaardigheden, en creëert een veilige omgeving voor open communicatie. Dit gedrag helpt kinderen te leren wat persoonlijke grenzen zijn en hoe ze zich bewust kunnen zijn van hun lichaam.
  • Denk bij gezond voorbeeldgedrag aan:
    • Sensitieve responsiviteit of emotionele steun. Een kind op schoot nemen of aai over de bol kan bijdragen aan een gevoel van veiligheid en geborgenheid. Dit hoort bij gezond hechtingsgedrag. Doe dit echter niet tegen de zin van een kind in. Het is belangrijk dat kinderen meekrijgen dat hun grenzen en wensen ertoe doen. Later willen we immers ook dat zij dit kunnen aangeven. Het is ook belangrijk om rekening te houden met de wensen van ouders/verzorgers rondom lichamelijk contact. Er zijn ouders/verzrogers die liever niet hebben dat hun kind geknuffeld wordt.
    • Structureren en grenzen stellen. Leer kinderen wanneer het gepast en ongepast is om met hun eigen lichaam bezig te zijn. Ook bij ontdekgedrag kun je regels geven. Bijvoorbeeld regels bij doktertje spelen: alleen als zij het allebei willen, elkaar geen pijn doen of in gevaar brengen, niet bloot, niets in gaatjes steken. Hiermee manier help je kinderen ook om bij elkaar grenzen te stellen.
    • Praten en uitleggen. Door met een kind over relaties en seksualiteit te praten en vragen te beantwoorden, laat je zien dat het een onderwerp is waarover je gewoon kunt praten. Je kunt bijvoorbeeld met een kind in gesprek gaan aan de hand van (prenten)boeken over seksualiteit die geschikte zijn voor de leeftijdsfase waarin het kind zit. Als je denkt dat het kind behoefte heeft aan meer informatie, maar niet zoveel vragen stelt, kun je ook boeken in de kast zetten en daarop wijzen. Dan kan het kind deze bekijken op een zelfgekozen moment. Als je een vraag niet direct kunt of wilt beantwoorden, kun je zeggen dat je er even over moet nadenken en er later op terugkomt. Zorg dat je dat ook doet, zodat een kind zich serieus genomen voelt. Je kunt dit ook terugkoppelen aan de ouders/verzorgers, zodat zij de vraag thuis kunnen beantwoorden.
Tips bij pijler Ontwikkelen
  • Ondersteun (en inspireer) pedagogisch medewerkers en gastouders structureel, bijvoorbeeld door:
    • Periodieke deskundigheidsbevordering over het thema gezonde relaties en seksualiteit.
    • Periodieke (team)discussies over relationele en seksuele vorming, bijvoorbeeld over woordgebruik, verschillen in waarden en normen of ‘wat komen we tegen aan ontdekgedrag van kinderen en hoe willen we daar mee omgaan?’
    • Informatie te delen over (bijvoorbeeld via een map of intranet) over kinderen en seksualiteit, zoals bevindingen uit onderzoek en statistieken, en door materialen beschikbaar te stellen (bijvoorbeeld (voor)leesboeken, legpuzzels)

Richt de fysieke en sociale omgeving zo in dat die bijdraagt aan de relationele en seksuele ontwikkeling van kinderen en goede begeleiding door medewerkers en gastouders. Laat medewerkers en gastouders het goede voorbeeld geven en betrek ouders/verzorgers, oudere kinderen en samenwerkingspartijen bij jullie activiteiten.

Fysieke omgeving 
  • Houd bij het indelen van ruimtes rekening met zowel privacy als transparantie. Kinderen zijn nieuwsgierig en willen hun lichaam en gevoelens ontdekken. Zorg voor veilige en aparte hoeken waar kinderen vrij kunnen bewegen en spelen. Reageer zonder oordeel op ontdek gedrag, zoals 'doktertje spelen'. Moedig kinderen aan om vragen te stellen en hun nieuwsgierigheid te uiten. Em integreer activiteiten die sociale vaardigheden en respect voor grenzen bevorderen, zoals rollenspellen en groepsactiviteiten.
Sociale omgeving
  • Formuleer eenvoudige omgangsregels.
  • Creëer een vertrouwde en veilige sfeer.
  • Informeer ouders/verzorgers over de relationele en seksuele ontwikkeling van kinderen. Bijvoorbeeld met de brochure Seksuele ontwikkeling van kinderen van 0-18 jaar.
  • Laat de ouders/verzorgers ook weten dat ze bij jullie terechtkunnen met vragen en zorgen over de relationele en seksuele ontwikkeling van kinderen. Lees hoe je het beste kunt communiceren met ouders op seksuelevorming.nl.
  • Ga het gesprek aan met ouders over relationele en seksuele ontwikkeling van kinderen. Maak duidelijk dat voor kinderen het onderwerp seksualiteit geen taboe is en dat het ongemak bij (ons) volwassenen ligt. Geef ouders mee dat het belangrijk is om de anatomisch correcte naam te benoemen van lichaamsdelen, vragen van hun kinderen eerlijk en leeftijdsadequaat te beantwoorden, positief te reageren en alternatieven te bieden waar nodig.
  • Wijs ouders op de gids Vlaggensysteem voor ouders van Movisie. Deze gids biedt houvast voor ouders die vroeg of laat geconfronteerd worden met kinderen die op ontdekking gaan naar hun eigen lichaam en seksualiteit.
  • Breng de website seksueleopvoeding.info onder de aandacht als je merkt dat ouders/verzorgers behoefte hebben aan meer informatie. Of wijs ouders/verzorgers op de beschikbare boeken, brochures en folders in de webwinkel van Rutgers.
  • Organiseer een ouderavond over seksuele opvoeding. Gebruik het draaiboek voor basisscholen. Het draaiboek is ook bruikbaar voor de kinderopvang.
Betrekken en informeren
  • Zorg dat kinderen, ouders/verzorgers, medewerkers en gastouders ook een rol kunnen spelen bij activiteiten. Relationele en seksuele ontwikkeling krijgt namelijk meer aandacht als iedereen zich erbij betrokken voelt.
  • Trek samen op met ouders/verzorgers, zodat jullie een koppeling kunnen maken met thuis. Zo wordt de relationele en seksuele ontwikkeling van het kind nog beter gestimuleerd.
Goede voorbeeld
  • Geef als medewerkers en gastouders het goede voorbeeld.
  • Creëer een omgeving waarin jullie open kunnen praten over relaties en seksualiteit en houd daarbij rekening met verschillende normen en waarden van ouders/verzorgers.
  • Wees je bewust van hoe kinderen elkaar beïnvloeden en complimenteer kinderen die het goede voorbeeld geven. Bijvoorbeeld wanneer een kind bij een ander kind netjes aangeeft iets niet te willen, een kind een ander kind troost, een kind aangeeft zich verdrietig te voelen omdat het niet mee mocht doen of wanneer een kind een compliment geeft.
Samenwerken
  • Betrek lokale samenwerkingspartners met specifieke deskundigheid, kennis en ideeën bij de activiteiten die je organiseert. Denk aan een (Gezonde) school in jouw buurt, Jeugdgezondheidszorg (GGD) of aan je gemeente.
  • Zoek de samenwerking op met de GGD Gemeentelijke gezondheidsdienst (Gemeentelijke gezondheidsdienst) en JGZ Jeugdgezondheidszorg (Jeugdgezondheidszorg). Zij kunnen vaak ook ouderavonden of thema-avonden organiseren.
  • Werk samen met basisscholen als ze aandacht besteden aan het thema, bijvoorbeeld in de Week van de Lentekriebels.
  • Denk aan andere kinderopvangorganisaties of scholen in de buurt, zoals een Gezonde Kinderopvang of Gezonde School. Misschien kunnen jullie samen optrekken rond bepaalde programma’s in de gemeente voor jeugd of ideeën uitwisselen.
  • Wijs ouders/verzorgers op lokale organisaties die zich bezig houden met opvoedondersteuning, ook op het thema van relationele en seksuele ontwikkeling.
Tips bij pijler Omgeving
  • Bekijk of je als bso aandacht kunt besteden aan de jaarlijkse Week van de Lentekriebels (medio maart georganiseerd door Rutgers). Waarschijnlijk krijgen pedagogisch medewerkers en gastouders in die periode meer vragen van kinderen en ouders omdat ze er op school mee bezig zijn.
  • Bekijk hoe en met wie je kunt samenwerken.
  • Lees hoe je draagvlak creëert bij ouders.

Houd in de gaten hoe het met de kinderen gaat rond relationele en seksuele ontwikkeling. Zo kun je vroegtijdig mogelijke risico’s signaleren. Bepaal samen waarop jullie signaleren en doe regelmatig onderzoek. Leg ook vast hoe jullie met signalen omgaan en welke maatregelen passend zijn.

Periodiek onderzoek
  • Zorg dat je weet hoe het met de kinderen gaat rond relationele en seksuele ontwikkeling.
  • Maak gebruik van de gegevens uit de Kindmonitor van de GGD Gemeentelijke gezondheidsdienst (Gemeentelijke gezondheidsdienst) om een beter beeld te krijgen van de gezondheid van kinderen in jouw regio. Neem contact op met de GGD voor meer informatie.
Signaleren
  • Zorg dat pedagogisch medewerkers en gastouders alert zijn op problemen of zorgen en dat zij weten wat ze met een zorgwekkend signaal doen. Dat betekent ook dat ze het verschil tussen gezond en zorgelijk gedrag kunnen beoordelen:
  • Veel seksueel gedrag dat kinderen vertonen is gezond of oké gedrag. Voor pedagogisch medewerkers en gastouders is het soms lastig in te schatten wanneer gedrag oké is wanneer niet. De criteria in het Vlaggensysteem van Sensoa en Movisie helpen om seksueel gedrag van kinderen te duiden en beoordelen.
  • Op seksuelevorming.nl vind je een overzicht van signalen die op problemen kunnen duiden en wat je dan kunt doen.
  • In de Handreiking Seksueel misbruik van Rutgers en Centrum Seksueel Geweld is voor het basisonderwijs goed beschreven hoe je seksueel misbruik kunt signaleren, hoe je hierop moet reageren en hoe je hierover de ouders kunt informeren. Deze handreiking is ook geschikt voor de bso.
  • Zorg dat signalen in jullie organisatie worden opgepakt.
  • Maak gebruik van de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld. Deze helpt professionals met het signaleren en handelen bij (vermoedens van) huiselijk geweld of kindermishandeling. Is er een vertrouwenspersoon in de organisatie? Deze kan de aangewezen persoon zijn om specifieke signalen rondom seksualiteit en relaties op te pakken.
Informeren
  • Vertel ouders/verzorgers welk gedrag je signaleert bij de kinderen en geef uitleg over hoe dit wel of niet past bij de relationele en seksuele ontwikkeling van kinderen.
  • Zorg ervoor dat je bij (signalen van) grensoverschrijdend gedrag altijd de ouders/verzorgers informeert. Blijf rustig en geef uitleg, eventueel ook over de gezonde relationele en seksuele ontwikkeling van het kind.
Tips bij pijler Signaleren

Voorbeeld

Uitgangspunten

Een kinderopvangorganisatie heeft de opvoedingsdoelen uit de wet Kinderopvang vertaald in de volgende uitgangspunten voor het pedagogisch handelen op het gebied van seksualiteit:

  • Zorg dragen voor een affectieve en veilige omgeving (veiligheid en geborgenheid).
  • Ruimte bieden voor het onderzoeken van seksuele gevoelens en gedrag (ruimte en uitdaging).
  • Eerlijk, open en respectvol omgaan met vragen en gevoelens van kinderen, dus heldere informatie geven en bijdragen aan een positief zelfbeeld.
  • Kinderen leren omgaan met eigen behoeften en behoeften van anderen.
  • Leren welke gedragingen wel en niet kunnen en rekening houden met anderen (respect).

Het Pedagogisch kader kindercentra 4-13 jaar beschrijft wat een pedagogisch medewerker of gastouder moet weten over de relationele en seksuele ontwikkeling van kinderen van 4-6 jaar, 6-10 jaar en 10-12 jaar. 

Ook geeft het pedagogisch kader informatie over relaties in de groep, vriendschappen en het begeleiden van interacties in de groep. Bekijk ook het thema sociaal-emotionele ontwikkeling voor tips daarvoor.

Het leerplankader gezonde leefstijl biedt medewerkers in de kinderopvang een kader om te zien wat kinderen van 0-4 jaar moeten kunnen en weten voor een gezonde leefstijl, onder andere op het gebied van relaties en seksualiteit. Daarmee geeft het kader tegelijkertijd inzicht in wat medewerkers zelf moeten weten om kinderen goed te kunnen informeren. Het kader gaat in op wat kinderen per leeftijdsgroep (groep 1-2, 3-6 en 7-8) moeten kennen en kunnen met betrekking tot:

  • Lichamelijke ontwikkeling en zelfbeeld. Bijvoorbeeld: de overeenkomsten en verschillen kunnen beschrijven tussen een jongens- en meidenlichaam, weten dat je uniek bent en dat beelden in de media niet overeenkomen met de alledaagse werkelijkheid.
  • Intieme relaties. Bijvoorbeeld: weten dat er verschillende soorten relaties zijn, dat ze kort of lang kunnen duren, wat je belangrijk vindt aan vriendschap, dat je verliefd kunt zijn op iemand van het eigen of andere geslacht, wat kenmerken zijn van een gelijkwaardige en respectvolle relatie en dat er verschillende vormen van intimiteit bestaan.
  • Voortplanting, gezinsvorming en anticonceptie. Bijvoorbeeld: weten dat er verschillende gezinssamenstellingen zijn, wat feiten en fabels over voortplanting zijn, dat je zwanger kunt raken als je vruchtbaar bent en wat je kunt doen om dat te voorkomen.
  • Seksualiteit. Bijvoorbeeld: weten wat verschillende manieren zijn om uiting te geven aan affectie en liefde, dat iedereen eigen wensen en grenzen heeft, hoe je hulp kunt vragen bij niet-prettige situaties en slechte geheimen, dat seksuele contacten per persoon kunnen verschillen en wat het verschil is tussen veilige en onveilige seks.

Kortom, met dit leerplankader krijgen kinderen via pedagogisch medewerkers en gastouders – op maat en passend bij hun leeftijd – de gelegenheid om te werken aan een gezonde leefstijl. Niet alleen als het gaat om relaties en seksualiteit, maar ook als het gaat over hun sociaal-emotionele ontwikkeling en andere thema’s.

Gezonde Kinderopvang biedt een overzicht over de seksuele ontwikkeling van kinderen per leeftijdsfase en wat je als pedagogisch professional kunt doen om kinderen te begeleiden.

Advies of ondersteuning nodig?

Ambassadeur

Mail een ambassadeur Gezonde Kinderopvang.
Dat is een ervaren coach die graag met je meedenkt.

GGD

Informeer naar mogelijkheden voor ondersteuning bij de regionale GGD.


  • Raadpleeg Rutgers of neem contact op voor deskundigheidsbevordering en advies op het gebied van seksuele ontwikkeling.
  • Neem contact op met de jeugdgezondheidszorg bij vragen of zorgen