U bent hier

Voorbeelden sociaal-emotionele ontwikkeling

‘Jullie hebben allemaal iets waarin jullie goed zijn’

Pedagogisch medewerker Sanne hoort de bus aankomen en loopt naar buiten om het groepje kinderen dat aankomt te begroeten. Als ze samen naar binnen lopen geeft ze aan elk kind even aandacht. ‘Wat fijn dat je weer beter bent, Lieke!’, ‘Hee, ik zie dat Abid en Shiva weer vrienden zijn na gisteren, dat is mooi zeg’. Ondertussen ziet ze dat Iwan met een terneergeslagen gezicht wat achter blijft. Ze loopt naar hem toe en vraagt of er iets is. Een paar meisjes leggen uit dat hij bij het voetballen weer alle ballen heeft doorgelaten. Een paar jongens moeten er een beetje om lachen. Sanne zegt tegen Iwan dat ze snapt dat hij dat helemaal niet leuk vindt. Aan de kinderen vraagt ze of zij ook wel eens zo’n pech hebben. Een meisje roept: ‘Haha, ik heb nog nooit een bal door het net gekregen met basketbal. Maar ik kan wel heel goed op de evenwichtsbalk’. Yessin loopt naar Iwan, slaat zijn arm even om hem heen en zegt dat hij het rot vindt voor hem. Sanne hoort dat en zegt tegen hem dat ze het heel aardig vindt dat hij begrip toont voor Iwan. ‘Wat vinden jullie normaler’, vraagt Sanne, ‘dat iedereen even lenig is, of dat je in sommige dingen goed bent en in andere niet?’ ‘Iwan is wel heel goed in stoepranden!’ zegt Leon. Bij Iwan breekt een glimlach door en andere kinderen beginnen op te sommen waar zij goed in zijn. Sanne luistert met belangstelling en concludeert: ‘Ok, dus jullie hebben allemaal dingen waar jullie goed in zijn. Ik wil straks wel eens zien hoe dat stoepranden precies gaat’. Dan stuitert iemand bij de deur alvast blij een bal naar buiten en gaan ze eerst allemaal wat drinken.

Pestincident

Sharmaine wil na de themaweek op school over geboorte en kinderen, op maandagochtend liever niet naar school. Ze klaagt over hoofdpijn. Haar ouders brengen haar toch. Op de bso is ze een stuk stiller dan anders valt pedagogisch medewerker Tigo op. Als haar moeder haar ophaalt vertelt Tigo haar dat Sharmaine stiller was, maar wel redelijk meedeed met de activiteiten die middag. ‘Even in de gaten houden’ concluderen ze samen. Later die week vertelt moeder aan Tigo. ‘Ik weet nu wat er aan de hand is. Sharmaine heeft in de themaweek samen met een groepje kinderen gewerkt. Aan hen heeft ze verteld over de zwangerschap van haar tante en voorgedaan hoe dik haar buik al was. Een kind had daarop gezegd dat het net leek alsof ze zelf een baby kreeg met haar buik. De andere kinderen hadden meegelachen. Eerst kon ze er ook nog wel om lachen, maar toen het groepje opmerkingen ging maken zoals ‘Hee dikkie, ben je nog steeds zwanger’, niet meer. Tigo raadt de moeder aan direct contact op te nemen met de leerkracht van Sharmaine, omdat het om kinderen gaat die niet naar de bso gaan. Zelf bespreekt hij het in het team. De leerkracht pakt het meteen op.  Dat dat effect heeft gehad blijkt na het weekend. Sharmaine speelt weer als vanouds vrolijk met de kinderen op de bso. Haar zelfvertrouwen in de groep lijkt onaangetast en het pestincident op school zal waarschijnlijk geen blijvende gevolgen hebben. Het team besloot uit te zoeken welke weerbaarheidstrainingen er zijn voor kinderen en wijdt de volgende teamvergadering aan het thema pesten.

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer