U bent hier

Werken aan sociaal-emotionele ontwikkeling

Waarom aandacht voor sociaal-emotionele ontwikkeling 

'Sociaal-emotionele ontwikkeling is de ontwikkeling van het gevoelsleven van een kind en het leren van gepast sociaal gedrag' (uit: Jeugdthesaurus). Dit houdt in dat een kind lekker in zijn vel zit, zijn emoties leert herkennen en hanteren, en dat hij steeds beter in staat is waardevolle relaties aan te gaan. De bekendste sociaal-emotionele ontwikkeling in de basisschoolleeftijd is het ontstaan van wederkerige vriendschapsrelaties en de behoefte ergens wel of niet bij te horen.

Het sociale contact met leeftijdsgenoten speelt een belangrijke rol bij de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen in de basisschoolleeftijd. Mede hierdoor ontwikkelen ze een eigen identiteit, zelfvertrouwen, inlevingsvermogen, een geweten, en maken ze zich waarden en normen eigen. Kinderen brengen relatief veel vrije tijd door op de bso: ze kunnen zelf kiezen hoe en met wie ze hun tijd indelen. Dat maakt de bso bij uitstek een plek waar kinderen veel kansen krijgen om vriendschappen aan te gaan en samen te spelen met leeftijdsgenoten. Het is daarom belangrijk dat pedagogisch medewerkers die kansen bewust creëren en daarbij zelf ook bewust kansen grijpen om de verschillende aspecten van de sociaal-emotionele ontwikkeling te stimuleren.

Tips per leeftijdsgroep

4-7 jaar

  • Geef duidelijke regels voor het sociale verkeer: samen delen, niemand speelt de baas, we helpen elkaar.
  • Prijs en complimenteer kinderen voor hun inzet, niet voor resultaten. Prijs ook kinderen die hun angst overwinnen en kinderen die empathie tonen. Dit hoeft niet altijd met woorden maar kan ook met een knuffel of aai over de bol.
  • Praat met kinderen over emoties die je bij ze ziet, daardoor leren ze hun eigen gevoelens zelf te verwoorden en beheersen.
  • Voorkom conflicten niet steeds, geef de kinderen de ruimte om er veilig mee te oefenen.
  • Begeleid kinderen die dat nodig hebben bij sociale contacten, bijvoorbeeld verlegen of juist overheersende kinderen.
  • Houd rekening met het ontwikkelingsniveau, ook op moreel gebied. Kleuters liegen bijvoorbeeld niet om te manipuleren.
     

7-10 jaar

  • Praat met ze over vriendschappen, met wie ze vrienden zijn en wat dit voor ze betekent.
  • Ondersteun een realistisch en positief zelfbeeld, vraag kinderen die benoemen wat ze niet kunnen, naar wat ze wél kunnen.
  • Stimuleer het sluiten van vriendschappen door het organiseren van samenspel in wisselende groepjes.
  • Wees alert op pestgedrag en bespreek het met alle betrokkenen. Kijk voor tips bijvoorbeeld op Gedragsproblemenindeklas.nl of Pestenislaf.nl.
  • Stimuleer empathie en nadenken over vooroordelen door met de kinderen te praten over bijvoorbeeld verschillen tussen kinderen met verschillende etnische achtergronden.
  • Stel af en toe de uiterste grenzen van een regel ter discussie. Bijvoorbeeld: ‘Is stelen ook verboden als je honger lijdt?’ Dit prikkelt de morele ontwikkeling.
     

10-12 jaar

  • Benadruk dat ieder mens uniek is en praat over positieve kenmerken van de kinderen.
  • Stimuleer de weerbaarheid door ze bijvoorbeeld te leren hoe ze nee kunnen zeggen en kunnen omgaan met kritiek.
  • Zorg voor een mix aan gezamenlijke activiteiten zodat ieder in samenspel zijn talenten kan ontdekken en ontwikkelen.
  • Bevestig kinderen in hun zelfstandigheid, ook door meer op afstand aanwezig te zijn.
  • Wees alert op mechanismes van macht en onderdrukking in de groep. Dit zijn vormen van pesten die u aan moet pakken. Tips voor hoe u dit kunt doen vindt u bijvoorbeeld op Gedragsproblemenindeklas.nl.
  • Ga er op in als kinderen vragen hebben over bijvoorbeeld een ramp elders in de wereld. Dit stimuleert niet alleen de morele ontwikkeling maar helpt ze ook hun eigen veiligheid in te schatten.
  • Praat over verschillen in opvattingen en achtergronden tussen mensen. Zo kunnen ze een eigen mening ontwikkelen en leren ze ook kritisch naar die mening te kijken.

Richtlijnen sociaal-emotionele ontwikkeling

Het Pedagogisch kader kindercentra 4-13 jaar gaat in op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen in de basisschoolleeftijd. Uiteraard komen de pedagogische basisdoelen uit de wet Kinderopvang aan de orde. Die zijn allemaal gericht op een goede sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen: het bieden van fysieke en emotionele veiligheid, het bevorderen van persoonlijke en sociale competenties, en socialisatie door overdracht van waarden en normen. Vervolgens biedt het kader handvatten voor hoe pedagogisch medewerkers de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen kunnen bevorderen.

Zo zijn per leeftijdsgroep tips voor het stimuleren van de sociale en morele ontwikkeling opgenomen. En veel van de interactievaardigheden voor pedagogisch medewerkers uit het kader helpen bij het stimuleren van de sociaal-emotionele ontwikkeling van 4 tot 12 jarigen:

  • Emotionele ondersteuning bieden, waardoor kinderen zich veilig voelen om uitdagingen en contacten aan te gaan en zelfstandig dingen te ondernemen.
  • Autonomie respecteren, waardoor kinderen leren zelf keuzes te maken en hun eigen grenzen te stellen.
  • Begeleiding en structuur bieden aan kinderen zodat ze leren hun impulsen te beheersen.
  • Informatie en uitleg geven zodat kinderen de wereld om hen heen beter leren begrijpen.
  • Interacties in de groep begeleiden: door hulp bij onderlinge contacten oefenen kinderen in de noodzakelijke sociale vaardigheden.

Het kader ziet het organiseren van een positieve groep als middel om de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen te stimuleren. Want zo kunnen kinderen gedrag oefenen en positieve sociale contacten leggen.

Pedagogisch medewerkers leren de kinderen allerlei positief sociaal gedrag: naar elkaar luisteren, samen delen, samen spelen, samenwerken aan een taak, elkaar helpen, de leiding nemen, voor zichzelf opkomen of juist voor een ander kind, samen beslissen en samen een gesprek voeren. Negatieve interacties tussen de kinderen - schelden, slaan, uitsluiten of de baas spelen - worden bijgestuurd. De pedagogisch medewerker bemiddelt waar nodig zodat de kinderen weer ‘met elkaar verder kunnen’.

Bron: Pedagogisch kader voor de bso.

 

De Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) werkt het thema op Sociaalemotioneel.slo.nl uit voor leerkrachten in het basisonderwijs. Zij vinden er informatie, aanpakmogelijkheden en lessuggesties voor zes aspecten van de sociaal-emotionele ontwikkeling van basisschoolkinderen:

  • Conflictsituaties oplossen
  • Gevoelens
  • Inlevingsvermogen
  • Relaties en seksualiteit (zie ook thema Seksuele ontwikkeling)
  • Waarden en normen
  • Zelfvertrouwen en weerbaarheid

Dit kader van SLO biedt ook inspiratie en handvatten voor pedagogisch medewerkers op de bso.

Aan de slag (beleid, ontwikkelen, omgeving, signaleren)

Pedagogisch medewerkers spelen een grote rol in de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen van 4 tot 12 jaar. U kunt hier op verschillende manieren aan werken:
 

Beleid

  • Ontwikkel eerst met het team een visie op hoe u de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen professioneel wilt begeleiden. Splits de ontwikkeling daarbij uit naar verschillende aspecten en leeftijdsfasen (zie Richtlijnen en Ontwikkelen). Raadpleeg de ouders over deze visie en leg de gezamenlijke visie vervolgens vast in het pedagogisch beleidsplan.
  • Neem daarnaast bij de gedragsregels voor de bso op dat pesten onaanvaardbaar is en stel een pestprotocol op. Ga na of de school zo’n protocol heeft of bepaal zelf wat u in het protocol opneemt: wat de bso verstaat onder pestgedrag, wat u doet om het te voorkomen en hoe u handelt bij signalen ervan. Wijs iemand in de organisatie (bijvoorbeeld de vertrouwenspersoon als die er is) aan om aan preventie van pesten te werken en pedagogisch medewerkers bij te staan als zij signalen krijgen van pesten.

Ontwikkelen 

Onder sociale-emotionele ontwikkeling valt een breed palet aan ontwikkelopdrachten. Het gaat om: zelfvertrouwen en weerbaarheid opbouwen, eigen gevoelens en die van anderen leren kennen, leren inleven in anderen, sociale waarden en normen eigen maken, leren omgaan met sociale conflicten en relaties aangaan in de vorm van vriendschappen (zie voor relaties ook het thema Seksuele ontwikkeling). Hoe verloopt de sociaal-emotionele ontwikkeling in de verschillende leeftijdsfasen tussen 4 en 12 jaar? Lees meer algemene en leeftijdsspecifieke informatie over sociaal-emotionele ontwikkeling. 

En hoe kunnen pedagogisch medewerkers de ontwikkeling begeleiden en stimuleren? Hieronder een opsomming daarvan, grotendeels gebaseerd op het Pedagogisch kader voor de bso en het online kader van SLO voor de basisschool. 
 

Algemeen

  • Wees op de hoogte van de verschillende fasen en mijlpalen in de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen van 4 tot 12 jaar en speel hierop in.
  • Zorg ervoor dat pedagogisch medewerkers weten hoe de sociaal-emotionele ontwikkeling verloopt en hoe hun bijdrage daaraan er uit kan zien.
  • Geef als pedagogisch medewerker het goede voorbeeld met uw eigen sociale gedrag en hoe u zelf omgaat met emoties.

4-7 jaar

  • Ondersteun de ontwikkeling van een positief zelfbeeld van kleuters door ze te prijzen en complimenten te geven. Doe dit voor inspanningen en niet voor resultaten: ‘Wat ben je lekker aan het kleuren’ in plaats van ‘Wat een mooie tekening’. Prijs ook als een kleuter iets doet wat hij eng vindt. Vergeet niet dat prijzen en aandacht geven ook via gepast lichamelijk contact kan. Ook kleuters hebben veel behoefte aan bevestiging door knuffelen of een aai over de bol.
  • Help kleuters hun gevoelens en gedachten te uiten door erover te praten. Bijvoorbeeld: ‘Ik zie tranen, ben je verdrietig?’. Zo leren ze hun emoties te verwoorden, een plek te geven en onder controle te krijgen. Over gevoelens praten kan ook aan de hand van prentenboeken.
  • Geef kleuters veel ruimte voor spel in groepsverband. Probeer conflicten niet steeds te voorkomen, laat ze ermee oefenen binnen de veilige omgeving van de bso.
  • Geef bij interacties en spel duidelijke regels voor de sociale omgang zoals ‘om de beurt!’, en wees hierin consequent en alert. Een kleuter die iets afpakt zonder dat een volwassene dit corrigeert, concludeert dat iets afpakken mag. Kleuters leren de morele regels, normen en waarden niet uit zichzelf of vanzelf, maar door belonen, grenzen stellen en voorbeeldgedrag van volwassenen.
  • Zorg dat u weet wat er speelt onder kinderen. Help bijvoorbeeld een kind dat minder sociaal vaardig is maar wel wil meedoen in de groep, om contacten te leggen. Blijf bij een kleuter die regelmatig agressief is in de buurt tijdens speelcontacten. Op die manier kunt u op tijd ingrijpen. Zo leert het kind gepast gedrag in lastige situaties en kunnen de andere kinderen zich veilig voelen omdat u de agressie voor bent.
  • Grijp dagelijkse gebeurtenissen aan om kleuters te laten zien dat andere mensen en kinderen soms andere opvattingen en gevoelens kunnen hebben. Prijs sociaal gevoelig gedrag en inlevingsvermogen van kleuters.
  • Houd specifiek rekening met het niveau van morele ontwikkeling. Een kleuter liegt bijvoorbeeld nog niet om te manipuleren. Wel kunnen ze de werkelijkheid met hun eigen fantasie aanpassen, zodat er een voor hen passend verhaal ontstaat. Of liegen ze expres om te kijken wat uw reactie is.

7-10 jaar  

  • Praat over wat ze belangrijk vinden in vriendschap, wat ze ervan verwachten en wie belangrijk voor ze zijn.
  • Investeer sterk in steun bij de ontwikkeling van een realistisch en positief zelfbeeld. Als een kind bijvoorbeeld benoemt wat hij niet kan, vraag dan waar hij vindt dat hij wél goed in is en of alle kinderen overal even goed in moeten zijn.
  • Stimuleer samenspel en organiseer samenwerkingsactiviteiten als een kind bijvoorbeeld steeds alleen speelt. Dat creëert mogelijkheden voor kinderen om vriendschappen te sluiten. Wissel regelmatig in de samenstelling van de groepjes, want kinderen zijn geneigd te spelen met kinderen die ze al kennen.
  • Wees alert op als de groep kinderen negeert of afwijst, dat is pestgedrag. Bespreek dit met de betrokkenen. Zorg dat u weet hoe u dit goed kunt bespreken met de betrokkenen, kijk bijvoorbeeld op Gedragsproblemenindeklas.nl. Stimuleer de weerbaarheid van kinderen door ze te leren vragen te stellen, hoe ze een beroep op een ander kunnen doen, nee te zeggen, hoe ze positieve kritiek kunnen geven en hoe ze zelf om kunnen gaan met kritiek.
  • Praat met kinderen over verschillen in regels, waarden en normen tussen bijvoorbeeld thuis en de bso, of tussen kinderen met verschillende etnische achtergronden. Dit stimuleert hun vermogen zich te verplaatsen in anderen en het helpt ze nadenken over hun eigen vooroordelen.
  • Help kinderen de grenzen van morele regels af te tasten door vragen als: ‘Mag je de regels overtreden als je daar een goede reden voor hebt? Welke morele overweging weegt dan het zwaarst?’ Maak daarbij ook duidelijk dat dit voor iedereen weer anders kan zijn. 

10-12 jaar 

  • Stimuleer het zelfvertrouwen en het zelfbeeld door te benadrukken dat ieder mens uniek is en door te praten over positieve kenmerken van de kinderen. Leg uit dat de mening van anderen en de media het zelfbeeld kunnen beïnvloeden. En dat meningen over wat een mooi lichaam is kunnen veranderen en zelfs verschillen per cultuur.
  • Stimuleer de weerbaarheid van kinderen door ze te leren vragen te stellen, hoe ze een beroep op een ander kunnen doen, nee te zeggen, hoe ze positieve kritiek kunnen geven, hoe ze zelf om kunnen gaan met kritiek en hoe ze voor zichzelf op kunnen komen in een groep.
  • Zorg voor een gevarieerd aanbod aan gezamenlijke activiteiten zodat ieders talenten naar voren kunnen komen en niemand buiten de boot valt. Laat kinderen samenwerken en binnen de groep hun eigen rol verder ontwikkelen op basis van hun interesses en vaardigheden.
  • Verander uw rol in de groep van begeleiden naar aanwezig zijn op afstand, omdat 10 tot 12 jarigen steeds zelfstandiger zijn. Bevestig kinderen in de zelfstandigheid die ze laten zien en stimuleer ze in de rol die ze in de groep nemen op basis van wat ze goed kunnen en leuk vinden.
  • Wees alert op pesten of macht en onderdrukking in de groep, juist omdat het voor kinderen in deze leeftijd zo belangrijk is erbij te horen. Bespreek het met alle betrokkenen. Zorg dat u weet hoe u dit goed kunt bespreken met de betrokkenen, kijk bijvoorbeeld op Gedragsproblemenindeklas.nl.
  • Praat met kinderen als ze beginnen over grote levensvragen, nieuwsfeiten en bijvoorbeeld rampen. Dit helpt ze leren inschatten of het hen ook kan gebeuren en wat zij in zo’n situatie zouden doen.
  • Praat ook over verschillende meningen, waarden en normen en culturele achtergronden die mensen kunnen hebben. Dit helpt ze hun eigen mening ontwikkelen en ook kritisch naar die mening te kijken.

Omgeving

  • Betrek de ouderraad en ouders bij het ontwikkelen van een visie op en beleid over de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen van 4 tot 12 jaar.
  • Laat weten dat ouders altijd terecht kunnen met vragen en zorgen rond de sociaal-emotionele ontwikkeling van hun kind en de groep.
  • Wijs ouders op websites met informatie over de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen in de basisschoolleeftijd, zoals Opvoeden.nl.

Signaleren

  • Veel sociaal en emotioneel gedrag dat kinderen vertonen, is normaal. Voor pedagogisch medewerkers is het soms lastig in te schatten wat normaal is en wat niet. De Richtlijn Psychosociale problemen beschrijft onder andere wat emotionele, gedrags- en sociale problemen zijn, en welke interventies er zijn voor deze kinderen en hun ouders. Als u verontrust bent of het niet goed weet, kunt u ook bellen met de lokale jeugdgezondheidszorg. Zij kunnen u informeren over de gebruikelijke ontwikkeling van kinderen en bijbehorende signalen.
  • Een pestprotocol (zie Beleid) helpt om pestgedrag te signaleren en aan te pakken.
  • Signaleren betekent ook dat u iets met de signalen doet. In alle gevallen houdt u de vinger aan de pols door af te stemmen met ouders en/of collega’s. 
  • Er kunnen signalen zijn die mogelijk wijzen op kindermishandeling. De Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld helpt professionals dan goed te reageren. Bij ernstiger vermoedens en bij een niet-pluis-gevoel kunt u vrijblijvend contact opnemen met de infolijn van Voor een Veilig Thuis. Met deze informatie weet u nog beter waar u op moet letten. Bij een officiële melding is het noodzakelijk dat u dit bespreekbaar maakt met ouders. De leidinggevende en stafpedagoog kunnen hierbij helpen.

Voorbeelden

Bekijk twee voorbeelden die illustreren hoe pedagogisch medewerkers kunnen reageren en handelen bij voorvallen of incidenten rond sociaal-emotionele ontwikkeling in de opvang.

'Jullie hebben allemaal iets waarin jullie goed zijn' beschrijft een voorval, het andere voorbeeld hoe je kunt handelen bij een pestincident. Lees verder

Meer informatie 

Informeer naar mogelijkheden voor ondersteuning bij uw regionale GGD, het Trimbos-instituut of Nederlands Jeugdinstituut (NJi).

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer