U bent hier

Werken aan sociaal-emotionele ontwikkeling

Icoon sociaal-emotionele twee kinderen'Sociaal-emotionele ontwikkeling is de ontwikkeling van het gevoelsleven van een kind en het leren van gepast sociaal gedrag' (uit: Jeugdthesaurus). Dit betekent dat een kind lekker in zijn vel zit, zijn emoties leert herkennen en hanteren, en dat hij steeds beter in staat is waardevolle relaties aan te gaan. De bekendste sociaal-emotionele ontwikkeling van jonge kinderen is het ontstaan van hechtingsrelaties en de bijbehorende verlatingsangst.

Waarom aandacht voor sociaal-emotionele ontwikkeling

De eerste liefdevolle relaties van jonge kinderen met hun ouders en primaire verzorgers dragen bij aan het gevoel van veiligheid en zelfverzekerdheid. Daarnaast bieden liefdevolle relaties ook troost en aanmoediging. Deze gehechtheidsrelaties zijn een blauwdruk voor toekomstige relaties, vriendschappen, hoe emoties effectief te communiceren en omgaan met sociale uitdagingen. Sterke, positieve relaties geven jonge kinderen vertrouwen, en leren hen empathie en medeleven. Daarnaast krijgen ze gevoel voor sociale regels als normen en waarden. 

Direct vanaf de geboorte leren baby’s wie ze zijn door hoe ze worden benaderd. Door respectvolle alledaagse interactie geven ouders, familie en andere verzorgers zoals pedagogische medewerkers het kind erkenning: je mag er zijn, je bent slim, je bent goed in uitvinden hoe iets moet, je bent geliefd, je zorgt ervoor dat ik moet lachen, het is leuk om bij jou te zijn. Deze boodschappen bouwen aan het zelfvertrouwen en zorgen ervoor dat het kind steeds weer interactie aan wil gaan met zijn omgeving.

Tips baby's, dreumesen en peuters

Baby's

  • Zorg ervoor dat baby’s een veilige gehechtheidsrelatie aangaan.
  • Kijk goed naar de signalen van baby’s. Zo kom je er achter wat ze nodig hebben en waar ze interesse in hebben.
  • Baby’s hebben heel veel behoefte aan (fysiek) contact. Ook al zijn ze niet direct aan de beurt, laat toch merken dat u er voor ze bent.
  • Houd de sfeer positief en ontspannen, ook als het tegenzit of druk is.
  • Daag een baby steeds een beetje uit om ze verder te helpen in hun groei.
  • Koester alle baby’s door ze regelmatig te knuffelen, vast te houden en op schoot te nemen: juist ook de moeilijke en eenkennige baby’s, maar nooit tegen hun zin in.

Dreumesen 

  • Dreumesen zijn de taal nog gebrekkig machtig. Let daarom goed op hun signalen. Zo ontdekt u wat ze nodig hebben.
  • Wees u ervan bewust dat dreumesen nog niet samen kunnen spelen, er is eerder sprake van zijdelingsspel dan interactief spel.
  • Geef dreumesen voldoende uitdaging, zodat ze dingen leren, maar niet te gefrustreerd raken wanneer het nog niet lukt.
  • Geef dreumesen een voorzetje bij probleempjes oplossen, maar laat het hen zelf oplossen.
  • Bemoedig ontdekkingsdrang, maar blijf op de achtergrond aanwezig voor steun en vertrouwen.
  • Hanteer voorspelbare routines. Dat geeft dreumesen een gevoel van veiligheid.

Peuters

  • Kijk goed naar peuters, ze ervaren sterke emoties maar kunnen deze niet altijd adequaat uiten.
  • Help kinderen conflicten op te lossen. Geef peuters een voorzetje bij het oplossen van probleempjes en laat hen het zoveel mogelijk zelf proberen op te lossen.
  • Benoem emoties, leer kinderen deze herkennen en uiten op een sociaal aanvaardbare manier. Zo voorkomt u conflicten en woede-uitbarstingen of worden ze minder heftig.
  • Help een peuter zich te verplaatsen in een ander en stimuleer zo de ontwikkeling van empathie.
  • Moedig prille vriendschappen aan. Houd oog voor de verhoudingen binnen een groep zodat vriendschap niet exclusief wordt en een reden om andere kinderen uit te sluiten van samenspel.
  • Moedig ontdekkingsdrang aan. Blijf op de achtergrond aanwezig voor steun en vertrouwen.
  • Hanteer voorspelbare routines. Dat geeft peuters een gevoel van veiligheid. 

Richtlijnen baby's

Er zijn geen officiële richtlijnen voor sociale emotionele ontwikkeling bij baby’s. Vanuit de ontwikkelingspsychologie zijn wel richtlijnen te geven over de handelswijze van pedagogisch medewerkers. Deze handvatten zijn in de babytijd vooral gericht op een veilige gehechtheidsrelatie aangaan die de basis is voor verdere sociaal-emotionele ontwikkeling.

Zorg ervoor dat iedere baby een veilige gehechtheidsrelatie kan aangaan met de vaste pedagogisch medewerker. Belangrijk is hierbij:

  • Dat er sprake is van een vast team voor de groep, met vaste invallers.
  • Voor groepsstabiliteit te zorgen: bij voorkeur komen de kinderen op vaste dagen; zet dezelfde kinderen bij elkaar op de groep met dezelfde pedagogisch medewerkers. 
  • Dat pedagogisch medewerkers voldoen aan de behoefte aan fysieke nabijheid (knuffelen, koesteren) van  baby’s. Dit kunt u doen door:
    - Bewust tijd te maken voor fysiek contact met iedere baby. Wees beschikbaar door op de grond te zitten, liggen, mee te spelen.
    - Een luier verschonen en flesje geven te benutten voor individuele koestering.
    - Zoveel mogelijk secundaire verzorgtaken uit te besteden (zoals fruit schillen, tafel dekken, opruimen, schoonmaken), zodat er voldoende tijd is voor individuele koestering.

Zorg ervoor dat baby’s de routine van de dag en dagelijkse handelingen leren herkennen. Dit kunt u doen met een duidelijk dagritme voor terugkerende activiteiten.  

Aan de slag voor baby's (beleid, ontwikkelen, omgeving, signaleren)

Pedagogisch medewerkers spelen een grote rol in de kwaliteit van de sociaal-emotionele ontwikkeling van baby's. U kunt die kwaliteit op verschillende manieren borgen:

  1. Neem in het beleid op hoe u aankijkt tegen het professioneel begeleiden van baby's.
  2. Zorg ervoor dat leidsters weten hoe de sociaal-emotionele ontwikkeling van baby's verloopt en hoe hun bijdrage daaraan er uit ziet.
  3. Betrek bij elk kind de omgeving (ouders, andere betrokkenen) zoveel mogelijk.  
  4. Bespreek met pedagogisch medewerkers en ouders signalen die van belang zijn voor het welzijn van kinderen. 

Beleid

Het beleid van de kinderopvangorganisatie rond sociaal-emotionele ontwikkeling bij baby’s is vooral gericht op de gehechtheidsrelatie. Deze is de basis van die ontwikkeling en bouwt u samen met het kind op. Een goede gehechtheidsrelatie zorgt dat het kind weet dat u er bent wanneer het nodig is. Sensitieve responsieve zorg is daarbij essentieel. Dit houdt in dat een pedagogisch medewerker ziet wat een kind nodig heeft (sensitief is) en adequaat reageert (responsief is). 
 

De kennismakingsperiode waarin de baby samen met een ouder komt wennen op de opvang is van groot belang. Het is advies is daar een maand tijd voor te nemen (De opvang van baby’s in het eerste levensjaar, Nederlands Jeugdinstituut 2009). 
 

Op een (baby)groep is het soms lastig tegelijkertijd aan alle behoeftes van de kinderen te voldoen. Leren omgaan met wachten, soms frustrerend voor een kind, hoort daarom ook bij de sociaal-emotionele ontwikkeling van baby’s. Uiteraard gebeurt (leren) wachten binnen de grenzen van wat een baby aankan: een troostende, bemoedigende knuffel kunt u niet tien minuten uitstellen. 
 

Ontwikkelen

Pedagogisch medewerkers weten hoe de sociaal-emotionele ontwikkeling van baby’s verloopt. Zij dragen hieraan bij door:

  • Baby’s sensitieve responsieve zorg te geven:
    - Ken de baby’s. 
    - Zorg voor een open en coöperatieve relatie met ouders. 
    - Wees beschikbaar als veilige haven. 
  • Aan te sluiten bij de ontwikkeling van de individuele baby:
    - Geniet samen van nieuwe ontdekkingen. 
    - Sluit aan bij bestaande vaardigheden.
  • Warm, koesterend en hartelijk te reageren op de baby
  • Een veilige basis te creëren zodat de baby zich vertrouwd en veilig voelt:
    - Zorg voor voorspelbare routines. 

Lees meer over hoe u dit kunt doen en enkele voorbeelden.
 

Omgeving

Als de dag op een voorspelbare manier is ingedeeld, zorgt de omgeving dat de baby zich vertrouwd voelt. Zorg daarom voor vaste, terugkerende routines en rituelen, deze bieden een baby houvast. Het maakt dat hij zich veilig voelt en controle heeft over wat er gaat gebeuren. Probeer bij wisselende pedagogisch medewerkers het routineritme gelijk te houden.

De thuiscultuur en de opvangcultuur

Bij baby’s kijkt u of er manieren zijn om de thuiscultuur van een kind onderdeel te laten zijn van zijn dagelijkse routine op het kinderdagverblijf. Dit geldt speciaal voor baby’s met een niet-Nederlandse culturele achtergrond. De volgende tips helpen de baby een meer herkenbare en dus vertrouwdere omgeving te bieden.

  • Woorden en routines: vraag ouders of verzorgers naar specifieke woorden die gebruikelijk zijn in het gezin. Denk hierbij aan het woord voor mama, papa, de naam van de knuffel of de fles. Als deze belangrijke woorden thuis en op de opvang hetzelfde klinken, geeft dat  herkenning en een gevoel van veiligheid en vertrouwen.
  • Knuffel of deken mee: nodig ouders uit om de lievelingsknuffel of deken van hun kind mee te geven. Dat biedt houvast op moeilijke momenten, zoals bij inslapen of pijn.
  • Boeken, poppen of eten: sommige culturen hebben specifieke eetgewoonten. Praat hierover met ouders. Zorg dat u op de hoogte bent van hun culturele achtergrond. Lees met de kinderen verhalen voor met kinderen uit verschillende culturen. Zorg voor witte en bruine poppen en denk bij het ophangen van beeldmateriaal aan diversiteit.

Signaleren

Sensitieve responsieve zorg is nodig om een relatie met baby’s te kunnen opbouwen: een pedagogisch medewerker ziet wat een kind nodig heeft en kan hier adequaat op reageren. Het is belangrijk dat zij signalen van baby’s oppikken: huilen, lachen, contact maken, met plezier eten, spelen, poepen en plassen, alertheid, drinken, slapen en het in slaap vallen. Aan de signalen die een jong kind afgeeft, leidt u af hoe het met de baby gaat. Bij sociaal-emotioneel welbevinden zet u de signalen af tegen de ontwikkelingsleeftijd. Realiseer u dat de snelheid van ontwikkeling van jonge kinderen sterk varieert.
 

Signaleren betekent ook dat u iets met de signalen doet. Herkent u dingen die niet goed gaan? In alle gevallen houdt u de vinger aan de pols door af te stemmen met ouders en/of collega’s. 
 

Als u verontrust bent of het niet goed weet, kunt u bijvoorbeeld bellen met het consultatie- of opvoedbureau. Zij kunnen u informeren over de gebruikelijke ontwikkeling van kinderen en bijbehorende signalen.
 

Er kunnen signalen zijn die mogelijk wijzen op kindermishandeling, bijvoorbeeld stil en teruggetrokken gedrag, of juist heel druk gedrag. Bij ernstigere vermoedens en bij een niet-pluis-gevoel kunt u vrijblijvend contact opnemen met de infolijn van Voor een Veilig Thuis. Met deze informatie weet u nog beter waar u op moet letten. Bij een officiële melding doen, is het noodzakelijk dat u dit bespreekbaar maakt met ouders. De leidinggevende en stafpedagoog kunnen hierbij helpen.

Voorbeeld: ontwikkeling baby's 

De 6-maanden oude Oscar speelt een spelletje kiekeboe met zijn vertrouwde pedagogisch medewerker Aicha en hij moet erg lachen als de doek van haar gezicht afgaat. Haar ogen zoeken direct contact met zijn ogen en samen genieten ze van het spelletje. Hij maakt geluid ‘eh, eh eh’, en slaat met armen en benen om haar te laten merken dat hij het nogmaals wil zien. Zij kijkt goed naar Oscars signalen en blijft spelen totdat hij zijn ogen afwendt. Dan pauzeren ze even. Oscar leert van deze interactie dat relaties met anderen een goed gevoel geven. Hij leert ook dat hij zijn behoeftes kan communiceren en dat zijn verzorgers worden ze respecteren.

De 9-maanden oude Sophie ligt ernaast en observeert de interactie tussen Oscar en Aicha. Nu Oscar zijn aandacht afwendt, geeft Aicha Sophie de mogelijkheid om de doek weg te trekken. Sophie herkent het ritme van dit spel meteen, tilt de doek op en geeft daarmee aan dat ze deze zelf wil terugleggen op Aicha’s hoofd. Aicha buigt naar voren om dat mogelijk te maken en kijkt daarbij naar Oscar die zijn aandacht er weer bij heeft. Ze lacht naar hem en trekt een gek gezicht waarop hij uitbundig teruglacht.

Sophie leert van deze interactie dat haar behoefte aan contact wordt gezien en dat ook haar initiatief tot spelen wordt herkend en beantwoord. Daarbij leert ze dat ze soms niet direct aan de beurt is, maar dat haar vertrouwde pedagogisch medewerker wel ziet wat ze nodig heeft. Daarbij geniet ze van de plezierige interactie van Aicha en Oscar en voelt ze zich prettig bij de positieve, ontspannen sfeer die er hangt. 

Richtlijnen dreumesen

Er zijn geen officiële richtlijnen voor sociale emotionele ontwikkeling bij dreumesen. Vanuit de ontwikkelingspsychologie zijn wel richtlijnen te geven over de handelswijze van pedagogisch medewerkers. Deze handvatten zijn bij de dreumes gericht op een veilige gehechtheidsrelatie aangaan en interacties tussen kinderen begeleiden: de basis voor verdere sociaal-emotionele ontwikkeling. 

De sociaal-emotionele ontwikkeling gaat snel tussen 12 en 24 maanden. Dreumesen leren te beseffen dat ze een zelfstandig persoon zijn met alles wat daarbij hoort. Wat ze mogen en wat niet, hoe andere kinderen op hen reageren (het begin van samenspelen) en hoe de wereld eruit ziet als je lopend overal kunt komen. Voor pedagogisch medewerkers is dat een uitdaging. Zij stimuleren deze ontdekkingsdrang en bieden tegelijkertijd veiligheid, ze laten samenspelen en leggen bij conflicten uit hoe je die oplost. Ze helpen door dreumesen telkens kleine ontwikkelingsstapjes te laten zetten. Ze ondersteunen en sturen emoties van dreumesen bij als zij hun eigen wil ontdekken. Taken die veel kennis, aandacht en energie vragen. 

Aan de slag voor dreumesen (beleid, ontwikkelen, omgeving, signaleren)

Pedagogisch medewerkers spelen een grote rol in de kwaliteit van de sociaal-emotionele ontwikkeling van dreumesen. U kunt die kwaliteit op verschillende manieren borgen:

  1. Neem in het beleid op hoe u aankijkt tegen het professioneel begeleiden van dreumesen.
  2. Zorg ervoor dat leidsters weten hoe de sociaal-emotionele ontwikkeling van dreumesen verloopt en hoe hun bijdrage daaraan er uit ziet.
  3. Betrek bij elk kind de omgeving (ouders, andere betrokkenen) zoveel mogelijk.  
  4. Bespreek met pedagogisch medewerkers en ouders signalen die van belang zijn voor het welzijn van kinderen. 

Beleid

Net als bij baby’s is de basis voor een goede sociaal-emotionele ontwikkeling van dreumesen een goede gehechtheidsrelatie. Vanuit die veilige relatie zal de dreumes de wereld gaan ontdekken. Dit uitgangspunt dient in het beleid van uw organisatie tot uitdrukking komen, niet alleen op papier, maar vooral in de praktijk. 
 

U bespreekt dit beleid met pedagogisch medewerkers, stelt het aan de orde in nieuwsbrieven, tijdens ouderavonden en in persoonlijke gesprekjes met ouders. Het is daarbij belangrijk het beleid te koppelen aan voorbeeldsituaties uit de actuele dagelijkse praktijk. 
 

Onderdeel van het beleid is ook hoe u de interacties tussen kinderen begeleid. Dit hangt samen met de filosofie die uw kinderopvangorganisatie aanhangt. Het beleid dient zichtbaar te zijn op de werkvloer.
 

Afspraken dienen duidelijk en bekend te zijn. Daarbij biedt u de mogelijkheid om afspraken te herzien of bij te stellen. Communiceer er regelmatig over, op vaste en willekeurige momenten met pedagogisch medewerkers en ouders.
 

Ontwikkelen

In de overgangsfase van baby- naar dreumestijd ontwikkelen kinderen zelfbewustzijn. Ze leren herkennen dat zij een autonoom persoon zijn en gaan beseffen dat gevoelens en wensen van anderen afwijkend kunnen zijn van die van henzelf. In deze fase begint de ontwikkeling van empathie; de mogelijkheid om jezelf in een ander te kunnen verplaatsen. 
 

De interesse voor andere kinderen groeit, maar van echt interactief samenspelen is nog geen sprake. Kinderen spelen naast elkaar, in elkaars nabijheid en soms met hetzelfde speelgoed, maar het is voor dreumesen nog lastig om samenspel op te bouwen met langduriger geven-en-nemen-interactie. Dit interactieve spel begint rond het derde levensjaar te ontstaan.
 

Pedagogisch medewerkers weten hoe de sociaal-emotionele ontwikkeling van dreumesen verloopt. Zij dragen hieraan bij door:

  • Aan te sluiten bij het ontwikkelingsniveau van het kind:
    - Geef dreumesen voldoende uitdaging, zodat ze dingen leren maar niet te gefrustreerd raken wanneer het nog niet lukt.
    - Help een dreumes zelfstandig oplossingen te vinden.
    - Prijs de inzet, niet het resultaat. 
  • Kinderen te helpen conflicten op te lossen:
    - Zorg voor ondersteuning tijdens het spelen in een groep.
    - Speel om-de-beurt-spelletjes om delen en samenspel te oefenen.
    - Zorg voor afleiding of focus de aandacht op iets anders wanneer er conflicten optreden.
  • Ervoor te zorgen dat kinderen zich vertrouwd en veilig voelen:
    - Wees een veilige haven.
    - Zorg voor voorspelbare routines.

Lees meer over hoe u dit kunt doen en enkele voorbeelden.
 

Omgeving

Indeling, routines en overgangsmomenten

De vaste indeling van de ruimte en voorspelbare routines zorgen ervoor dat dreumesen weten wat ze kunnen verwachten. Daardoor voelen ze zich vertrouwd en veilig. 
 

Jonge kinderen krijgen een gevoel van controle als ze weten wat er komt. Kondig daarom nieuwe activiteiten van tevoren aan. Zorg dat invalkrachten routines en overgangsrituelen van een dreumesgroep overnemen. Schrijf ze bijvoorbeeld op in de overdrachtmap. Sommige groepen kiezen ervoor om het dagritme in pictogrammen op te hangen (dagritmekaarten). Zulke kaarten verwijzen naar de overgangen tussen de activiteiten.
 

De thuiscultuur en de opvangcultuur

De thuiscultuur hoort bij het kind en maakt deel uit van zijn groeiende identiteit. Speciaal bij kinderen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond kijkt u naar manieren om de thuiscultuur onderdeel te laten zijn van de dagelijkse routine van de dreumes op het kinderdagverblijf. De volgende tips helpen om kinderen een herkenbare en dus vertrouwde omgeving te bieden.

  • Woorden en routines: vraag ouders of verzorgers naar specifieke woorden die gebruikelijk zijn in het gezin. Denk hierbij aan het woord voor mama, papa, de naam van de knuffel of de fles. Belangrijke woorden die thuis en op de opvang hetzelfde klinken geven herkenning en een gevoel van veiligheid en vertrouwen.
  • Knuffel of deken mee: nodig ouders uit om de lievelingsknuffel of deken van hun kind mee te geven. Dat biedt houvast op moeilijke momenten, zoals als bij inslapen of pijn.
  • Boeken, poppen of eten: sommige culturen hebben specifieke eetgewoonten. Praat hierover met ouders. Zorg ervoor dat u op de hoogte bent van hun culturele achtergrond. Lees met de kinderen verhalen waarin kinderen uit verschillende culturen voorkomen. Zorg voor witte en bruine poppen en denk bij het ophangen van beeldmateriaal aan diversiteit.

Signaleren

Sensitieve responsieve zorg is nodig om een goede relatie met de kinderen op te bouwen. Een pedagogisch medewerker ziet wat een kind nodig heeft en kan hier adequaat op reageren. Het is belangrijk dat zij signalen van kinderen oppikken. Bij sociaal-emotioneel welbevinden zet u de signalen af tegen de ontwikkelingsleeftijd. Realiseer u dat de snelheid van ontwikkeling van jonge kinderen sterk varieert. 
 

Signaleren betekent ook dat u iets met de signalen doet. Herkent u dingen die niet goed gaan? In alle gevallen houdt u de vinger aan de pols door af te stemmen met ouders en/of collega’s.
 

Als u verontrust bent of het niet goed weet, kunt u bijvoorbeeld bellen met het consultatie- of opvoedbureau. Zij kunnen u informeren over de gebruikelijke ontwikkeling van kinderen en bijbehorende signalen. Bij ernstigere vermoedens en bij een niet-pluis-gevoel kunt u vrijblijvend contact opnemen met de infolijn van Voor een Veilig Thuis. Met deze informatie weet u nog beter waar u op moet letten. Bij een officiële melding doen, is het noodzakelijk dat u dit bespreekbaar maakt met ouders. De leidinggevende en stafpedagoog kunnen hierbij helpen.

Voorbeeld: ontwikkeling dreumes

Papa brengt Levi (20 maanden) ’s morgens naar het kinderdagverblijf. Hij heeft er zin in! Enthousiast stapt hij de gezamenlijke ruimte binnen. Zijn maatje Finn speelt al met de blokken. ‘Goedemorgen, Levi’, zegt Yvonne, de pedagosich medewerker waar hij heel vertrouwd mee is. Levi houdt papa’s hand nog even stevig vast, samen zeggen ze hallo tegen Yvonne. Ze lopen naar de bouwhoek om Finn en de andere bouwers te begroeten. Finn stapelt een paar blokken tot een toren. Yvonne gaat op de grond zitten en nodigt Levi uit om ook een blok te pakken. Finns toren valt om en Levi en hij moeten hard lachen. Daarna bouwen ze met zijn drieën de toren nog een paar keer. Totdat Finn een bal voorbij ziet rollen en daar achteraan rent. Het gezamenlijke spel stopt. Dat is voor Levi’s papa het moment om gedag te gaan zeggen en samen met Yvonne zwaait Levi naar papa. 

Levi leert hiervan dat papa blijft totdat hij op zijn gemak is op de groep. Yvonne neemt geleidelijk de rol van veilige basis over. Door samen een toren te bouwen, leren de jongens op hun beurt te wachten. Dat gaat niet altijd goed, maar Yvonne leidt deze interactie in goede banen.

Richtlijnen peuters

Er zijn geen officiële richtlijnen voor sociale emotionele ontwikkeling bij peuters. Vanuit de ontwikkelingspsychologie zijn wel richtlijnen te geven over de handelswijze van pedagogisch medewerkers. Deze handvatten zijn in de peutertijd gericht op een veilige gehechtheidsrelatie aangaan en interacties tussen kinderen in de groep begeleiden: de basis voor verdere sociaal-emotionele ontwikkeling.

De sociaal-emotionele ontwikkeling van peuters zien we sterk terug in hun sociale interacties. Ze leren wat mag en wat niet, hoe andere kinderen op hen reageren en vormen steeds sterkere vriendschappen met leeftijdsgenootjes. Pedagogisch medewerkers stimuleren deze ontwikkelingen, begeleiden interacties steeds meer op afstand, leggen bij conflicten uit hoe je deze oplost en blijven tegelijkertijd fysiek en emotioneel een veilige haven voor de kinderen. Want hoewel peuters steeds zelfstandiger worden, ze hebben wel een vast gehechtheidspersoon nodig om hun angsten, pijntjes en spanningen te kunnen delen.

Pedagogisch medewerkers helpen in de sociaal-emotionele ontwikkeling door liefdevol te zijn en met ondersteuning. Als peuters ‘experimenteren’ met hun eigen wil, sturen medewerkers emoties geleidelijk bij. Ze stimuleren peuters eerst zelf een oplossing te zoeken en reiken waar nodig alternatief gedrag aan. 

Peuters spelen vaker rollen- en fantasiespel, waarin elementen van de wereld om hen heen naar voren komen. In de peutertijd groeit het empathisch vermogen, oudere peuters kunnen troosten wanneer ze zien dat een groepsgenootje bang is of moet huilen. Bij peuters is nog sprake van grote emotionele schommelingen, ze kunnen standvastig NEE zeggen en hebben moeite met conflicten oplossen met leeftijdsgenootjes. Delen en om de beurt gaan zijn sociale vaardigheden die kinderen tussen 3 en 4 jaar ontwikkelen.

Aan de slag voor peuters (beleid, ontwikkelen, omgeving, signaleren)

Pedagogisch medewerkers spelen een grote rol in de kwaliteit van de sociaal-emotionele ontwikkeling van peuters. U kunt die kwaliteit op verschillende manieren borgen:

  1. Neem in het beleid op hoe u aankijkt tegen het professioneel begeleiden van peuters.
  2. Zorg ervoor dat leidsters weten hoe de sociaal-emotionele ontwikkeling van peuters verloopt en hoe hun bijdrage daaraan er uit ziet.
  3. Betrek bij elk kind de omgeving (ouders, andere betrokkenen) zoveel mogelijk.  
  4. Bespreek met pedagogisch medewerkers en ouders signalen die van belang zijn voor het welzijn van kinderen. 

Beleid

De basis voor een goede sociaal-emotionele ontwikkeling ligt bij alle jonge kinderen in een veilige gehechtheidsrelatie aan kunnen gaan. Vanuit die relatie gaat een kind de wereld ontdekken. Hiervoor dienen vaste pedagogisch medewerkers zowel fysiek als emotioneel beschikbaar te zijn. Dit uitgangspunt dient in het beleid van uw organisatie tot uitdrukking komen, niet alleen op papier, maar vooral in de praktijk.
 

U bespreekt dit beleid met pedagogisch medewerkers, stelt het aan de orde in nieuwsbrieven, tijdens ouderavonden en in persoonlijke gesprekjes met ouders. Het is daarbij belangrijk het beleid te koppelen aan voorbeeldsituaties uit de actuele dagelijkse praktijk.
 

Onderdeel van het beleid is ook hoe u de interacties tussen kinderen begeleid. Dit hangt samen met de filosofie die uw kinderopvangorganisatie aanhangt. Het beleid dient zichtbaar te zijn op de werkvloer.
 

Afspraken dienen duidelijk en bekend te zijn. Daarbij biedt u de mogelijkheid om afspraken te herzien of bij te stellen. Communiceer er regelmatig over, op vaste en willekeurige momenten met pedagogisch medewerkers en ouders.
 

Ontwikkelen

Na de dreumestijd, waarin een kind zichzelf als individu leert identificeren, staat een peuter tussen 2 en 4 jaar voor de uitdaging te leren omgaan met complexe gevoelens. Bijvoorbeeld empathie, jaloezie, schaamte en ontluikende schuldgevoelens. Peuters herkennen hun eigen wil en merken dat deze soms botst met die van anderen. Ze kunnen daarbij echter nog niet (altijd) op een sociaal aanvaardbare manier een compromis vinden.
 

In de peutertijd bouwt een kind vriendschappen op, leert het oog te hebben voor een ander en ontwikkelt het empathisch vermogen zich verder. Langduriger geven-en-nemen-interacties bouwen ze uit tot fantasiespel, waarbij meerdere peuters kunnen bijdragen aan een verhaallijn. 
 

Conflicten komen vaak voor op deze leeftijd en het is aan de pedagogisch medewerker deze zoveel mogelijk te voorkomen of in goede banen te leiden door kinderen handvatten te bieden zelf het conflict op te lossen.
 

Pedagogisch medewerkers weten hoe de sociaal-emotionele ontwikkeling van peuters verloopt. Zij dragen daaraan bij door:

  • Aan te sluiten bij het ontwikkelingsniveau van het kind: 
    - Geef peuters voldoende uitdaging. 
    - Help een peuter zelfstandig oplossingen te vinden. 
    - Prijs de inzet, niet het resultaat.
  • Peuters te helpen hun eigen gevoelens te herkennen en begrijpen
    - Bespreek gevoelens op een speelse manier, lees een boek en herken lachende, angstige of huilende gezichten. 
    - Observeer spel en identificeer ontwikkelopgaven van ieder kind. 
    - Help een kind om heftige emoties gepast te uiten.
  • Prille vriendschappen aan te moedigen 
    - Biedt (ook) activiteiten waarbij peuters niet hoeven te delen. 
    - Daag een peuter uit na te denken over het effect van het eigen gedrag op een ander. 
    - Help een peuter zich verplaatsen in een ander en stimuleer zo de ontwikkeling van empathie. 
    - Houd oog voor de verhoudingen binnen een groep zodat vriendschap niet exclusief wordt en een reden andere kinderen van samenspel uit te sluiten.
  • Kinderen te helpen conflicten op een gepaste manier op te lossen, zorg voor ondersteuning tijdens het spelen in een groep
    - Speel om-de-beurt-spelletjes om delen en samenspel te oefenen. 
    - Zorg bij conflicten voor afleiding of focus de aandacht op iets anders.
  • Ervoor te zorgen dat kinderen zich vertrouwd en veilig voelen 
    - Zorg dat u de kinderen kent en de kinderen u kennen.
    - Wees een veilige haven. 
    - Zorg voor voorspelbare routines. 

Lees meer over hoe u dit kan doen en enkele voorbeelden.  
 

Omgeving

Indeling, routines en overgangsmomenten

De vaste indeling van de ruimte en voorspelbare routines zorgen ervoor dat peuters weten wat ze kunnen verwachten. Daardoor voelen ze zich vertrouwd en veilig. 
 

Jonge kinderen krijgen een gevoel van controle als ze weten wat er komt. Kondig daarom nieuwe activiteiten van tevoren aan. Zorg dat invalkrachten routines en overgangsrituelen van een peutergroep overnemen. Schrijf ze bijvoorbeeld op in de overdrachtmap. Sommige groepen kiezen ervoor om het dagritme in pictogrammen op te hangen (dagritmekaarten). Zulke kaarten verwijzen naar de overgangen tussen de activiteiten. 
 

De thuiscultuur en de opvangcultuur

De thuiscultuur hoort bij het kind en maakt deel uit van zijn groeiende identiteit. Speciaal bij kinderen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond kijkt u naar manieren om de thuiscultuur onderdeel te laten zijn van de dagelijkse routine van de peuter op het kinderdagverblijf. De volgende tips helpen om kinderen een herkenbare en dus vertrouwde omgeving te bieden.

  • Woorden en routines: vraag ouders of verzorgers naar specifieke woorden die gebruikelijk zijn in het gezin. Denk hierbij aan het woord voor mama, papa, de naam van de knuffel of de fles. Belangrijke woorden die thuis en op de opvang hetzelfde klinken geven herkenning en een gevoel van veiligheid en vertrouwen.
  • Knuffel of deken mee: nodig ouders uit om de lievelingsknuffel of deken van hun kind mee te geven. Dat biedt houvast op moeilijke momenten, zoals als bij inslapen of pijn.
  • Boeken, poppen of eten: sommige culturen hebben specifieke eetgewoonten. Praat hierover met ouders. Zorg ervoor dat u op de hoogte bent van hun culturele achtergrond. Lees met de kinderen verhalen waarin kinderen uit verschillende culturen voorkomen. Zorg voor witte en bruine poppen en denk bij het ophangen van beeldmateriaal aan diversiteit.

Signaleren

Sensitieve responsieve zorg is nodig om een goede relatie met de kinderen op te bouwen. Een pedagogisch medewerker ziet wat een kind nodig heeft en kan hier adequaat op reageren. Het is belangrijk dat zij signalen van kinderen oppikken. Bij sociaal-emotioneel welbevinden zet u de signalen af tegen de ontwikkelingsleeftijd. Realiseer u dat de snelheid van ontwikkeling van jonge kinderen sterk varieert. 
 

Signaleren betekent ook dat u iets met de signalen doet. Herkent u dingen die niet goed gaan? In alle gevallen houdt u de vinger aan de pols door af te stemmen met ouders en/of collega’s.
 

Als u verontrust bent of het niet goed weet, kunt u bijvoorbeeld bellen met het consultatie- of opvoedbureau. Zij kunnen u informeren over de gebruikelijke ontwikkeling van kinderen en bijbehorende signalen. Bij ernstigere vermoedens en bij een niet-pluis-gevoel kunt u vrijblijvend contact opnemen met de infolijn van Voor een Veilig Thuis. Met deze informatie weet u nog beter waar u op moet letten. Bij een officiële melding doen, is het noodzakelijk dat u dit bespreekbaar maakt met ouders. De leidinggevende en stafpedagoog kunnen hierbij helpen.

Meer informatie

Informeer naar mogelijkheden voor ondersteuning bij uw regionale GGD, Trimbos-instituut of het Nederlands Jeugdinstituut (NJi).

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer