U bent hier

Werken aan gezonde voeding

Waarom aandacht voor voeding

Icoon voeding met boterham en appelJong geleerd is oud gedaan, dat geldt ook voor het aanleren van gezonde voedingsgewoonten. Omdat er in de kinderopvang gedurende de dag diverse eet- en drinkmomenten zijn is een grote rol weggelegd voor pedagogisch medewerkers. Kinderen horen in de kinderopvang niet alleen verantwoorde en gezonde voeding te krijgen, de kinderopvang kan voor ouders ook als voorbeeld dienen en hen adviseren.

Voorbeeld: trakteren

'Omdat wij gezonde voeding erg belangrijk vinden hanteren wij een anti-snoep-beleid. Bij verjaardagen van de kinderen stimuleren wij ouders gezonde traktaties mee te geven, zoals fruit. Als ouders hier behoefte aan hebben denken wij met hen mee. We hebben kaarten met traktatietips. Ongezonde traktaties, zoals snoep, geven we aan het einde van de dag terug aan de ouders van het jarige kind. Kort voor de verjaardag van de kinderen nemen pedagogisch medewerkers de afspraken rondom trakteren en de verjaardag vieren nogmaals met de ouders door.' 

Miranda den Otter | senior pedagogisch medewerker en beweegcoach KindeRdam

Tips: trakteren, water drinken en tussendoortjes

Trakteren

Jarig zijn betekent feest voor een kind, dus ook op de kinderopvang. Vaak komt bij zo’n verjaardag een traktatie kijken, al hoeft dat, zeker bij heel jonge kinderen, niet. Geschikte traktaties zijn:

  • Fruit en groente, mooi verpakt;
  • Kleine porties, liefst gekozen uit de Schijf van Vijf;
  • Producten die niet te vet, zout of zoet zijn, zoals een doosje rozijntjes of een handje ongezouten popcorn;
  • Een traktatie kan ook een klein cadeautje zijn, zoals gummetjes, stickertjes of stempels.

Spreek een week voor de verjaardag van het kind met ouders of verzorgers over het trakteren. Zo voorkomt u verrassingen.

Kijk voor inspiratie op: Voedingscentrum.nl/trakteren of Gezondtrakteren.nl (onderdeel van GGD Zaanstreek-Waterland). 
 

Water drinken

Van belang is dat kinderen water leren drinken. Water bevat geen calorieën en heeft een neutrale smaak. In frisdrank en in sap zit veel suiker, wel vier suikerklontjes per beker. Ook limonadesiroop en diksap bevatten veel suiker. In light frisdranken zit weliswaar geen suiker, maar light frisdranken zorgen er alsnog voor dat kinderen wennen aan een zoete smaak.

Zo zorgt u dat kinderen water (leren) drinken:

  • Verdun zoet sap. Zijn kinderen gewend iets zoets te drinken? Verdun het sapje of de siroop geleidelijk met steeds meer water;
  • Maak water drinken bijzonder. Schenk water in een mooie (gekleurde) beker. Steek een rietje of parasolletje in de beker. Maak het vrolijk door een schijfje sinaasappel of komkommer;
  • Zet een kan water in de groep;
  • Geef zelf het gezonde voorbeeld. Drink zelf water en laat zien dat u het lekker vindt;
  • Geef bijvoorbeeld eens een kopje (afgekoelde) lichte thee met een smaakje. Er is ook thee die met koud water kunt maken;
  • Neem de tijd. Het kan even duren voor een kind gewend is aan water drinken. Geef het rustig de tijd en blijf proberen;
  • Bekijk de folder Drinken van het Voedingscentrum voor inspiratie of om mee te geven aan de ouders (bestel folder via de webshop); 
  • Kijk op de site van Stichting JOGG. Zij hebben een speciale campagne over water drinken.

Tussendoor

  • Kinderen die op vaste momenten wat tussendoor krijgen, leren zo om niet de hele dag door te eten en te drinken.
  • Laat kinderen elke dag voldoende volkorenbrood, groente en fruit eten. Tussendoortjes als fruit (zoals appel, peer, kiwi, meloen, aardbei, gehalveerde druif en mandarijn) en snackgroenten (zoals wortel, schijfjes komkommer, reepjes paprika en gehalveerde snoeptomaatjes) dragen daar ook aan bij.
  • Door een moestuintje aan te leggen leren kinderen hoe groenten en kruiden groeien. Laat kinderen vooral zelf meehelpen. Als u ook ouders erbij betrekt en ze de zelf gekweekte groenten laat proeven, hebt u een mooie aanleiding om het voedingsaanbod ter sprake te brengen.
  • Geef je een keer een iets extra, bijvoorbeeld tijdens de vakantie of op een speciale dag, maak dit dan niet te groot. Denk aan een stukje rijstwafel, volkoren crackertje, mini-krentenbol, soepstengel, plakje (volkoren) ontbijtkoek, lange vinger, kaneelbeschuitje, volkorenbiscuitje, eierkoek of een handje popcorn zonder suiker of zout. Speciale dreumeskoekjes zijn vaak niet beter dan andere koekjes.
  • Snoep, snacks, koekjes en gebak zijn extra’s. In de Caloriechecker van het Voedingscentrum vindt u eenvoudig het aantal calorieën van een tussendoortje.

Voorbeeld: water drinken

“’Mijn kind is al zo dun. Zoete drankjes zijn daarom juist goed.’ Dit is een van de argumenten die we hoorden toen we besloten op de kinderdagverblijven en peuterspeelzalen vaker water te drinken in plaats van suikerhoudende drankjes. Bij weerstand bij ouders leggen we steeds uit waarom we de dingen doen die we doen en hoe wij het doen. En dat we het gewoon eerst eens gaan proberen. De versierde kannen en kinderen zelf laten tappen helpen.” Monique Fluitsma | directeur Stichting Kinderopvang Zwijndrecht (SKZ)

Richtlijnen voeding

Over hygiëne is er de hygiënecode voor kleine instellingen. Daarnaast is er de JGZ-richtlijn Voeding & Eetgedrag. De voedingsadviezen en -voorlichting van de JGZ zijn hierop gebaseerd. 

Aan de slag met voeding (beleid, ontwikkelen, omgeving, signaleren)

Gezonde voeding is essentieel voor de ontwikkeling van kinderen. Daarom geeft u kinderen gezonde voeding en legt u daarover afspraken vast in het (pedagogisch) beleid. Deze afspraken gaan over gezonde voeding aanbieden, het eetgedrag van kinderen in de ontwikkeling stimuleren en over alert zijn op afwijkend eetgedrag. Zorg dat pedagogisch medewerkers voldoende kennis hebben over voeding zodat zij het afgesproken beleid kunnen uitvoeren. Een eerste stap kan zijn dat u nagaat wat u binnen de organisatie al aan voedingsbeleid hebt vastgelegd. Toets dit aan het voorbeeldbeleid van het Voedingscentrum
 

Beleid

De kinderopvang bepaalt wat kinderen in de opvang eten en drinken. Voer een actief beleid rondom eten en drinken en betrek ouders daar bij. Luister naar hun adviezen. Stel dan duidelijke richtlijnen op en neem die op in het beleid. Voor een compleet voedingsbeleid kunt u de volgende stappen nemen:
 

Stap 1: Maak uw voedingsbeleid

Beschrijf het aanbod van eten en drinken. Beschrijf ook richtlijnen rondom voedingshygiëne. Nodig de oudercommissie uit om over het voedingsbeleid te praten.

Raadpleeg hierbij bijvoorbeeld het voorbeeldbeleid van het Voedingscentrum. In de richtlijnen voedingsbeleid komen aan de orde:

  • Voeding voor kinderen tot 1 jaar (borstvoeding, kunstvoeding, eerste hapjes), 
  • Voeding kinderen vanaf 1 jaar (algemene uitgangspunten, hoeveelheden, dranken/broodbeleg/tussendoortjes), 
  • Voedingshygiëne (bereiden en bewaren).

Stap 2: Pas uw inkooplijst aan

Wanneer u weet welke producten u wilt gebruiken in uw kinderopvangorganisatie past u uw inkooplijst daarop aan.
 

Stap 3: Communiceer uw nieuwe voedingsbeleid

Zet de belangrijkste veranderingen op een rij. Wat zijn de gevolgen voor de medewerkers? Wat betekent het voor ouders? Licht ze vervolgens in en blijf het vertellen. Breng de afspraken en de resultaten gedurende het jaar regelmatig onder de aandacht, bijvoorbeeld in de nieuwsbrief, op de jaarkalender of voor een verjaardag van een kind.

Op Voedingscentrum.nl vindt u voorbeeldbrieven en voorbeeldteksten voor op de website of in een brochure.
 

Ontwikkelen

Méér dan eten

Samen eten en drinken gaat om meer dan alleen een maaltijd nuttigen. Tijdens eetmomenten gaat het ook om vaardigheden leren, communicatie over eten en normen overdragen. Van belang daarbij is dat pedagogisch medewerkers zich bewust zijn dat zij tijdens de maaltijd op allerlei manieren hun interactievaardigheden kunnen toepassen. Door kinderen te stimuleren nieuwe smaken uit te proberen, zelf hun brood te smeren, ruimte te laten om binnen de gegeven kaders keuzes te maken voor broodbeleg of fruit, uitleg te geven waar eten vandaan komt, zelf het gezonde voorbeeld te geven, dragen zij bij aan het aanleren en stimuleren van gezond eetgedrag. De scholing Een Gezonde Start gaat over gezonde leefstijl, inclusief voeding, en is bedoeld voor (toekomstige) pedagogisch medewerkers in de kinderopvang. De scholing leert hen interactievaardigheden rond gezonde leefstijl toe te passen bij kinderen en hun ouders.

Omgeving

Bij gezond eten aanbieden is het raadzaam dat zowel professionals als ouders zoveel mogelijk producten uit de Schijf van Vijf te kiezen. Verder is van belang:

  • Vaste en rustige eetmomenten aan te houden. Bijvoorbeeld door iedere dag op een min of meer vast tijdstip gezamenlijk aan tafel te eten en daar voldoende tijd voor te nemen, maar ook weer niet te lang;
  • Als pedagogisch medewerker zelf het gezonde voorbeeld te geven. Bijvoorbeeld door ook water te drinken, net als de kinderen. Of door te laten zien dat u tussendoor met smaak fruit en groente eet;
  • Met collega’s en ouders te bespreken hoe u omgaat met traktaties en feestjes.

Ouders kunnen een workshop volgen over voeding. Dat kan via de kinderopvang. Het Voedingscentrum heeft hiervoor de ouderworkshops Smakelijke Eters en Eetplezier & Beweegkriebels ontwikkeld. Bij Eetplezier & Beweegkriebels staan herkenbare opvoedsituaties rond eten en bewegen centraal. De ouderworkshops kunt u bestellen via de webshop van het Voedingscentrum.
 

Gemeente

Steeds meer gemeenten hebben in hun gezondheidsbeleid speciale aandacht voor preventie van overgewicht. Verschillende gemeenten ontwikkelden een eigen aanpak of werken samen met de Stichting Jongeren Op gezond Gewicht. Verder zijn er Jong Leren Eten-makelaars, die regionaal het activiteitenaanbod voor groen en gezond organiseren. 
 

Signaleren

Ongezonde eetgewoonten signaleren bij een kind is een taak van de pedagogisch medewerker.  Voorbeelden van ongezonde eetgewoonten zijn: 

  • niet ontbijten,
  • een eenzijdig eetpatroon,
  • angst voor nieuwe of onbekende voeding eten (neofobie)
  • veel snoep en snacks eten

Afhankelijk van het probleem en het beleid binnen de organisatie bespreekt u signalen eerst intern met collega’s, de staf of pedagogisch specialist. Een maatregel kan zijn dat u ouders verwijst naar passende ondersteuning, bijvoorbeeld via de JGZ (consultatiebureau) of het Centrum voor Jeugd & Gezin.

De scholing Een Gezonde Start besteedt ook aandacht aan de interactie met ouders over gezonde leefstijl.

Meer informatie

Informeer naar mogelijkheden voor ondersteuning bij uw regionale GGD. U kunt ook de lokale JGZ en/of het Centrum voor Jeugd & Gezin raadplegen. 

Voor antwoord op vragen rond voedingsbeleid kunt u bellen of mailen naar de servicedesk van het Voedingscentrum

Ook gevonden

Afdrukken:

Via printer